geldzorgen?

Dingen die vergaan

Er moet dringend een printer komen. De oude scant alleen nog maar.
En huissloffen, ik krijg een kouwe rechter grote teen door het gat in de oude pantoffels.
Badkamerspiegel.
Misschien ook een cv ketel, de huidige doet het nog, niemand weet hoe lang. Ook de installateur niet.
En net nadat er een nieuwe keukenkraan is geïnstalleerd.
Dat krijg je na een zeker aantal jaren: alles verslijt en bij voorkeur alles tegelijk.

Mistroostig bekijk ik mijn financiën. Lopende rekening. Buffertje. Leeg geldkistje.
Ik hoef niet te klagen maar het gaat me aan het hart, heb je een leuk streefbedrag bereikt, moet er weer een boel af.
Net wilde ik een potje vloeken toen de magere jaren in gedachten kwamen.
Gezin, scholen, clubs, fietsen, kinderkleren die op een slijpsteen stonden, auto, welke hypotheek en wat met de geplande verbouwing, je begrijpt achteraf niet dat het in orde kwam. Het zal de leeftijd zijn, als je jong bent lijk je van elastiek.
Het helpt, ik besef dat ik zeur.
Mocht ik echt verhongeren organiseer ik een een actie onder de volgers:
‘Houd Bertjens Aan Het Eten.’
ps
Dat lege geldkistje heeft nergens iets mee te maken, het staat geopend op de keukentafel,  voor eventuele inbrekers.
Dat ze zien dat hier niets te halen valt
.
==

nachtgedachten

Nachtgedachten

Natuurlijk, over Iran vs Trump en Irak in spagaat.
Australië. Vuurwerk. Djakarta.
Vreselijk.
Maar ook over de keukenkraan die vernieuwd moet worden en wat een rotklus dat is voor de vaste helpbuurman. Nieuwe kraan bestellen en laten plaatsen? Kosten?
Hypotheekperikelen. Wat te doen? En wat met de spaarrekening?
Meedoen met glasvezel en wat baat me dat?
De vliering moet nog afgetimmerd…
Eindeloos gepieker.
Tot ik me afvraag: wat zal ik morgen koken?
Dan is het bedtijd.
==

persoonlijk

‘Hoe krijg je het voor elkaar…’

Een mens moet alles leren voor hij iets kent/weet/beheerst.
Dat weten we.
Er is verschil in tempo waarmee geleerd wordt. Ik ken mensen die in snelreinvaart bepaalde dingen onder de knie krijgen, van wiskunde tot gymnastieken.
En het laatste, dat bewonder ik ten zeerste,  hardleers als ik was ondanks de gymlessen die ik jarenlang volgde.
Ze hebben een lichaamsbeheersing waar ik jaloers op ben. Ze sporten, rennen over smalle bruggetjes, dansen, fietsen over de hobbeligste aller bospaden, het kost hen geen moeite. Altijd soepel en in evenwicht, nooit een onzekere beweging, vallen of stoten is er niet bij.

Dit overdacht ik gistermiddag toen ik eerst een vette schram opliep en naderhand een tas vol water.
Ik behoor niet tot de lenigen, integendeel, mijn vader noemde me een onbesuisd kind hoewel ik me van geen kwaad bewust was. Ik zàg de obstakels gewoon niet al ben ik na de val waarbij ik een arm brak voorzichtiger in mijn bewegingen.
Toch lukte het me om met kracht langs een scherpe deurpost te schuren. Bloed, deppen en pleisterwerk en kojes thee om bij te komen.
Later, in de toilethal bij de bibliotheek, zette ik – gedachteloos, brein sliep –  mijn tas even in een van de fonteintjes. Daarmee activeerde ik de automatische kraan maar merkte het niet.
Pas toen ik klaar was, vertrok, een dripdripgeluid hoorde en omkeek zag ik een waterspoor achter me. Het slierde uit mijn tas.
Nou, eh, tja, ik zette de tas op de grond en depte het meeste water op met toiletpapier, biddend dat er niemand binnenkwam. Men zou denken dat ik  niet zindelijk was.
Het ging goed.
Echtgenoot, ouders, onderwijzers, ze zouden stuk voor stuk geroepen hebben:  ‘hoe….’
Met als variant: ‘Daar heb je haar ook weer.’