Jeugdsentiment

Positief of negatief, het is maar hoe je het bekijkt.  Het is zelden 100% waarheid.
jeugdperson-915658__340
-Steevast als de gesprekken van grote zussen interessant werden was het bedtijd.
-Echtgenoot bezwoer dat zijn moeder lekkerder snert kookte dan ieder ander.
-Grote broer moest altijd mij hebben als hij in een pestbui was, ik zweer het.
-Ik zat in de interessantste brugklas, vergeleken bij andermans verhalen.
-Met koude voeten rond de kachel was altijd knus.
-In de winter rond de kachel  was het altijd koud.
-Met kerstmis was er altijd ijs of sneeuw.
-Toen werd er elke avond gekaart en er werden spelletjes gedaan.
-Kat Moortje zat altijd op MIJN schoot.
-Elke winter bevroren de dekens.
-Elke zomer vielen de mussen dood van het dak.
-Toen was het pas écht heet of koud.
En toen, en toen….
Maar wat het meisje op de foto doet (pixabay) deden we echt altijd: met een stok langs hekken ratelen.
==

Barre tocht.

Koud was het en het waaide.
Huiverend stond ik voor het raam,  keek benauwd naar de grauwe lucht.
Maar ik moest voedsel halen, de kelder was leeg en de koelkast bijna. Een paar korstjes restten in een hoek van de broodtrommel.
regenbuildings-1867550__340Net voor ik de deur uitstapte  stortte zich een regenbui in de strijd, hard en met gemene stralen.  Met tegenzin nam ik het onhandige regenpak.
Over de winterjas zat het onaangenaam, stijf als een kachelpijp stond het om me heen, fietsen was lastig.
De wind nam toe, de regen volgde. Eenparig verknoeiden ze het zonnige beeld van de vorige dag.
Ik worstelde met fiets en tassen, soppend in vollopende laarzen, gejaagd door de wind.
En haalde het.
De supermarkt noodde met licht en kleur, voedsel voor het grijpen.
Eten.
Je kunt er niet omheen.
Daar heb je een bittere reis voor over.
=

Dag zomer

Ik durf het haast niet te zeggen: ik heb het koud.
Koud?
Ja, echt.
De zomer is voorbij maar zit nog in mijn hoofd, ’s morgens trek ik automatisch een hempie aan en dunne broek en merk buiten pas dat het september is.
Het is tijd mijn hoofd aan te passen.
herfstheart-1776746__340Het wil niet.
De herfst heeft zijn voordelen maar ik ben nog niet zo ver.
Ondanks dode bladeren en losse takken in de tuin, leeggevreten druiventrossen, uitgebloeide bloemen, regenbuien.
Hopelijk went het.
Morgen, misschien.
Of overmorgen.
==

Weerbarstig

ijs20220321_063944        ijsweg20220321_154356
Nu is het pas ècht lekker warm buiten, nu de wind afneemt.
Vanmorgen toch nog een uurtje de thermostaat op 20 graden gezet, voor de vorst.
Zie het verschil.
Foto links ongeveer 6.45 u, rechts 15.39 u (in volle zon maar ook elders was het warm genoeg voor een zomerjack.)
Voor die koude ochtenden ligt nog steeds een bontbadjas naast mijn bed om niet te bevriezen bij het opstaan.  Synthetisch, dat zeg ik er alvast bij, ik ben diervriendelijk.  Althans, wat badjassen betreft.
En dan te bedenken dat zelfs de polen er de brui aan geven en zich naar warmte opwerken.  Hopelijk leren de ijsberen en andere pooldieren zich tijdig aaan te passen.
Het klimaat geeft niets om dieren.
==

Kleding

Een nieuwe winterjas, die had ik nodig.
Telkens werd de aankoop uitgesteld, het kwam er niet van want

kledinggirl-2581913__340het wordt nooit meer koud behalve die paar weekjes van vorig jaar
het is al half januari, geen moeite om er nou nog een te kopen
zul je zien dat ik er een heb en het wordt twintig graden
en zo smoesde ik de bestelling uit mijn hoofd.
Toch zat het in mijn gedachten.
Waarom kochten we eigenlijk jaarlijks nieuwe kleren?
Was het nodig? Nee, het was gewoonte.
Een van de gezelligste.
==

Typisch, dacht hij…

Gorilla liep door de stad. Hij had het koud en dook dieper in zijn vacht.
Rondkijkend wandelde hij door de drukke straten, op zoek naar een bos. Hier en daar zag hij wel iets wat er op leek maar het was ook daar te druk, bovendien stonk het er naar wiet.
Zonder jas viel hij nogal op. Mensen keken hem na, hoofdschuddend om zoveel domheid en dat in oktober. Een klein jochie bood hem een vest. Dat wees hij af  evenals de muts van een oude vrouw,  het mens zag er zelf al zo koud uit.
Toen het donker werd en de de meeste mensen oplosten zag hij een huis zonder licht en met een grote tuin. Stilletjes klom hij over het hek, snoof  -geen hond-  en zocht zich een dikbebladerde boom. Opgelucht klom hij op een precies passende brede tak, strekte zich uit en sloot de ogen.
Dan porde iets in zijn zij: ‘goeie boom hé?’
‘Huh? Wie ben jij?’
‘Een andere aap.’
‘Aha. Nou, welterusten.’
‘Truste.’
Typisch, dacht hij toen hij bijna sliep, hoe ver je ook gaat, je komt altijd een bekende tegen.

Wormenwinterslaap. Fantasietje

Diep in de grond zat een worm die de slaap niet kon vinden.
Hij was afwisselend koud en warm, vond de juiste houding niet, werd telkens wakker en als hij ribben had gehad waren alle anderen bont en blauw. Nu deinden ze dromerig mee op zijn  gewoel.
Na een paar vervelende vorstvrije maanden vond hij het welletjes en wurmde zich omhoog.
En wat zag hij, nog voordat hij boven kwam? Een onbekend licht dat door de opperste grondlaag schemerde, onwaarschijnlijk wit, beweeglijk en met vreemde geluiden.
Vreemd was ook dat hij er niet doorheen kwam, de grond was te hard. Hij duwde en duwde maar miste de kracht, bovendien raakte hij bijna onderkoeld, hij voelde zich suf worden en liet zich naar beneden zakken.
De eigenwijze.
Het is niet bekend of hij het haalde, de aardkrant meldt hier niets over.
Was hij overdreven nieuwsgierig?  Of een dwarskop?
We komen het nooit te weten want hij liet zich niet meer zien.
Dat heb je met die sluipers, je wordt nooit wijzer van ze, ze zijn allemaal hetzelfde.
==
ps
Geen té realistisch plaatje, ik wil rustig slapen.
==

Bloedworst

Afwisselend lezend en toetsend zit/lig ik in bed, de slaap haast zich niet.
Het is stil buiten, geen mens waagt zich op de gladde weg, vermoedelijk ligzitten de meeste buren ook in hun bed.
Dan hoor ik een zacht geklop, zo laat nog? het licht is al uit en… wacht, ik herken het ritme. Weerwolf, voor de zoveelste keer.
Ik zucht.
Hij houdt aan. Ik sta op en maak de voordeur open. .
‘En?’ vraag ik chagrijnig. De wolf bibbert wat sneeuw uit zijn vacht, hij trekt zich niets van mijn humeur aan
en doet zielig. ‘Weet je wel hoe erg dit is, niemand om te bijten laat staan op te vreten, terwijl de drang me naar buiten jaagt. Dit overleef ik vast niet, ik barst van de honger. Als beloning zal ik…’
‘…jou niet aanvallen,’  vul ik aan, ‘ik ken je smoesjes. Je krijgt één kop  thee en een broodje bloedworst en dan moet je weg. Ik wil slapen.’
Opgelucht gaat hij zitten.
Hij warmt zich aan de theepot en vreet de bloedworst. Ik geef hem de rest van het pakje, na het zien van de rode stukjes aan zijn puntige tanden lust ik het niet meer.
Staande wacht ik tot hij klaar is en wijs hem onverbiddelijk de deur.
‘Bedankt en tot de volgende keer.’  De schoft.
‘Dan bel ik de jagers, onthoud dat. Eruit!’
Hiervan schrikt hij en verdwijnt schielijk tussen de sneeuwduinen.

Weer terug in bed overdenk ik mijn slappe houding.
Goed zijn voor dieren, tja, prima, maar moet dat nou echt voor een weerwolf? Telkens als het slecht weer is profiteert hij van mijn sukkeligheid, ik ben wel kwaad maar kan geen nee zeggen.
Van de andere kant spaar ik er een mens mee,  redeneer ik. Toch klopt er iets niet of wel? En zo zaag ik door in mezelf maar word er niet wijzer van.
Zoals gewoonlijk.
=

Koel gevoel

Een ijsje, daar zou ik nu een moord voor doen, een grote  cornetto of een literbak van Hertog.
Waar die trek vandaan komt? Geen idee maar hij is er.
Het zit er nu niet in.
Ik neem genoegen met een ijzige foto. Oudje van november 2010.
Het heeft geen smaak anders dan dat het een mooi plaatje is maar ziet er  koud uit.
Sneeuw in die maand komt vaker voor, een laat bloeiende roos ook. Dat ze elkaar troffen zou een gedichtje waard zijn of een zoet verhaaltje. Ook dat zit er niet in.
Waarom die foto me juist nu in de handen loopt weet ik niet, er is niets wat me aan sneeuw en roze rozen doet denken maar het geeft in ieder geval een koel gevoel.☻
=