Meedenken met het klimaat

’n Beetje soepel zijn, je aanpassen. Dat is het verstandigste.
Wij deden dat met de kapstok. Die hebben we indertijd speciaal laten maken met het oog op de nabije toekomst, naar een gezamenlijk idee van echtgenoot en mijzelf.
Het is handig wanneer je naast de zonnespullen ook storm/regenkleding en wintergoed klaar hebt liggen.
hier ziet U een ruwe schets zodat u het zelf kunt namaken.

Links een gedeelte voor paraplu’s, zuidwesters, bootschoenen, lieslaarzen e.d. mede in verband met de stijgende zeespiegel
Rechts hangen de berenvellen, sneeuwschoenen en het thermsch ondergoed. Een enkel hangertje volstaat, de polen smelten waar je bijstaat.
Het middenstuk is bestemd voor mooiweerkleding. Gezien de klimaatverwachting zijn daar de meeste kledingstukken voorradig. Bikini’s, zwembroeken, bikini’s, badpakken, bikini’s, pareo’s, badlakens, bikini’s. En een paar luchtige hemden, het wil nog wel eens waaien in de zomer.
Alleen het kratje bier past er niet bij, dat zetten n de koelkast.
Het is werkelijk een ideaal meubelstuk, ik kan het iedereen aanraden.
De investering waard.

Advertenties

Het gaat vriezen en dan echt

Pas op, aanstaand weekend arriveert de vorst. Houd hem zoveel mogelijk buiten voor je tenen eraf vriezen.
Ik dacht terug aan het eerste jaar van ons trouwen.
Het werd winter en koud.  Door de simpele manier van verwarmen voelde het kouder aan dan we nu ervaren maar het was niet echt een probleem,  we hadden een kachel en elkaar.
Die kachel echter, een kolenhaard, stond in de huiskamer.
De rest van de woning was onverwarmd, alleen in de douchecel hing een elektrisch wandkacheltje.
In de slaapkamer was het stervenskoud, de lakens en kussens voelden aan als ijsplaten; in bed stappen stond gelijk aan een duik in de Poolzee en aan kruiken dachten we niet. We dachten eigenlijk nergens aan behalve aan ons tweetjes.
Alleen die koude slaapkamer viel tegen.
Het beste was om de ander het eerst te naar boven te laten gaan zodat je in een voorverwarmd bed kwam.
Zodoende hadden we iedere avond het voorrangprobleem:
‘Ga jij maar vast naar bed, ik kom zo.’
‘Nee hoor, ik wacht wel.’
En ritsen was geen optie.

Koud, bang en koffie


Lekker weer vandaag.

Toch werd het vamiddag kil in huis. Vreemd, cv brandde, ramen waren gesloten.
Zou de val van een paar weken terug me opbreken?  Daar had mijn temperatuur toch niets  mee geleden?
Nog maar eens de ronde doen en een kop hete koffie zetten. Alles was dicht, thermostaat op 22°.
Ik bleef koud. Mijn brein begon te werken, zou ik iets mankeren? Een of andere enge griep? Op het platteland kun je van alles tegenkomen met die beesten overal. Huisartsenpost bellen? En wat moest ik dan zeggen? ‘Stuur alstublieft een spoedambulance want Ik heb het zo koud’?
Dat durfde ik niet.
Toch liet het me niet met rust. Rillerig haalde ik een deken en kroop op de bank om de mogelijkheden te overdenken.
Het moest welhaast kouwe koorts zijn en godweetwat er ging gebeuren als er niet snel een oplossing kwam. Was er onlangs niet iemand overleden aan onderkoeling? Hoorde ik daar een plofje? Sloeg het al op de hersens? Laat het de brievenbus zijn, bad ik wanhopig en strompelde naar de voordeur.
En die…  stond half open, waaide wat en sloeg zachtjes dicht. Terwijl ik keek kierde het weer, opende verder en weer terug. Een windvlaag.  De stiekemerd, telkens achter mijn rug openwaaien.
Opgelucht, inwendig beschaamd, draaide ik hem in het slot.
Ik nam nog maar eens koffie. En vroeg me af hoelang die deur van het slot was geweest. De hele ochtend? Had iemand het gemerkt? Zat er niet een of andere killer onder bed? En dan? Buks mee naar boven of de broodzaag?
Het zweet brak me nogmaals uit.
Pfffff…..
Zo lastig om een bangebroek te wezen.