Advies van Zorg.nu

Goed aankleden, de juiste schoenen, let op alcohol, enzovoorts.’
Het lijkt wel een KNMI-weerbericht wanneer het vriest.  Het werd zelfs op de radio doorgegeven. Toch fijn, die raad voor halvezolige opvoeders.
Of de echte diehards het zich aantrekken valt niet te verwachten.
/pas-op-voor-onderkoeling-tijdens-koningsdag/

Advertenties

Oude winters

Iemand pakt de kolenkit en een stapel houtjes.
Er wordt gestookt bij het leven.
Maar het blijft koud, in slaapkamers is het Siberisch met ijzige temperaturen. Sloffen en pyjama’s worden voorverwarmd op de kachelpijp
‘Ach wat, zegt vader, wij hadden vroeger sneeuw op de bedden en sliepen gewoon door.’
Gemok.
– boven komt ook sneeuw naar binnen – dekens waaien zowat weg – ’s morgens ijspegels aan de voeten – we vriezen nog dood –
Moeder bemiddelt.
‘Er ligt genoeg hout, er zijn kolen zat. We kunnen best wat harder stoken en de trapdeur openzetten. Dat scheelt.’

’s Avonds kleumt de kring rondom de kachel die bijna op springen staat. Gezichten kleuren rood, ruggen rillen.
Iemand staat op en doet de trapdeur dicht. ‘Het trekt zo.’  Er wordt geknikt.
Vader zegt niets, hij dut langzaam in.
Moeder breit. Ze luistert naar geginnegap over ijstenen en sneeuwgraven en lacht om de stille huiver, ze sust de jongste.
Allen gapen maar gaan niet naar bed.
Stel dat ze in de slaap bevriezen.


Spartaans

De afgelopen dagen zag ik veel mensen met handschoenen. Het weer was er ook naar.
Zelf gebruik ik ze nog niet omdat ik alleen korte stukjes loop of fiets.
Hierbij dacht ik aan de opvattingen van mijn moeder die ons wilde harden. Niet te vroeg met dikke kleren, zo lang mogelijk zonder wanten,  blootshoofd op de schaats.
Bewegen hielp het beste tegen kou. Dan ging je maar rennen en met de armen zwaaien.
Wij waren niet blij met haar ‘wreedheid’, verontwaardiging stak elke winter de kop op en we zochten zelf tussen het wintergoed. Mutsen en sjaals hoefden we niet maar wanten zeer zeker. Ze breidde ze zelf van, naar ze zei, de allerbeste 3Suisseswol, (voor jongeren onbekend?) en waren meestal te dun. Wat kon ons dat merk schelen, warme handen wilden we.
Een van de grote zussen breidde ze met dubbelgaren maar dat vond moeder overdreven: zo wenden we niet aan kou.
Een beetje gelijk had ze natuurlijk wel, van spelen, hardlopen en schaatsen bleef je lekker warm  maar die handen, verstijfde vingers die naderhand tintelden tot je er misselijk van werd en bijna jankte van de pijn.
Enfin, we overleefden alle winters en groeiden rustig door, koud of niet.
Pas bij volwassenheid wierpen haar woorden vrucht af, handschoenen droeg ik hoogstens bij langere fietstochten terwijl mijn man het liefst wollen dekens om zijn stuur zou draaien.
Nu heb ik ze haast nooit nodig.
Komt goed uit.
←Dit is het laatste paar wat ik nog heb: