adel·Boheme·DWDD·Martine Bijl

Van André naar adel

la-boheme    van Van Duin kwam voorbij
Mooi, of niet, dat ligt aan ieders smaak. Het is zijn stem die hij weet te gebruiken en die indruk maakt.
Dat kon je ook horen bij zijn voorleesstukje  uit Rinkeldekinkel van Martine  Bijl.
Dit horende dacht ik aan de koning.
Hij heeft dat ook, die donkerbruine stem.  Da’s nooit weg, mocht hij het ooit tot de voedselbank brengen kan hij nog altijd voorlezen of liedjes zingen bij de VARA.
En dat deed me weer denken aan bijzondere talenten van vorstenhuizen in het algemeen. Daar hoorde je weinig van.

Wijlen prinses Christina kon zingen, de vorige koningin deed aan beeldhouwen, voorheen las je wel eens iets van koninklijke skiërs en paardrijders.
Zou er echt niet meer in zitten? Het gaat over adel, Europa is er bezaaid mee, daarvan verwacht je toch een extra inbreng behalve automatisch geërfde titels en doorgegeven kroonjuwelen.
Nee dus.
Al mijn verwachtingen ten spijt: adel leidt tot niets bijzonders.
=

winter

De vorst arriveerde

Het gejuich van de bevolking hield niet over.
Men boog slechts het hoofd, voornamelijk om de thermometer af te lezen.
Er werden geen lopers uitgelegd, hoogstens verscheen een enkele plaid over oude knieën.
De vorst bekeek  het gebrek aan interesse; hij krabde aan een ijzig oor, dacht na en besloot de uitdaging aan te gaan.
Na een paar dagen bespeurde hij enige welwillendheid. In een van de noordelijke gebieden liepen mannen bij dag, nacht en ontij heen en weer, van sloot naar sloot, over knisperend gras,  een gepinde stok in de handen.
Ze staken in het ijs en bespraken de dikte.
De vorst knikte goedkeurend waarbij hij en passant een koude ademstoot over het land vleide.
‘Heel goed,’  blies hij.
De mannen met de gepinde stokken werden zelfverzekerder; ze gebruikten nu meerdere  malen hun telefoontjes en knikten wijs.
De media meldden zich.
De koning raakte geïnteresseerd. ‘Verwanten als we zijn…’ grapte hij intelligent met in zijn kielzog  zijn maximale waarde, de koningin.
De vorst fronste;  hij wilde enkel zijn winterkracht tonen, het volk een korte tijd sidderend laten genieten, dat was al.
Niets had hij op met de zelfgenoegzaamheid van kleine luiden.
Verstoord bekeek hij de wereldkaart.
Hij boekte en vertrok.
De mannen borgen hun gepinde stokken op.
De koning onthield zich van commentaar.