Als je maar lang genoeg getrouwd bent ga je vanzelf op elkaar lijken.

Hij loopt met verkoudheidsverschijnselen.  Gaat naar bed en komt er weer uit; hangt op bank of stoel en staart treurend naar buiten. Herhaaldelijk grijpt hij met grote gebaren naar de stapel tissu’s  om neus- en keelverschijnselen op te vangen die hij  met aanstootgevende gretigheid opwekt. ‘Volgens mij heb ik een zware griep, waar is de thermometer?’
Dramatisch reikt hij naar de rol keukenpapier en dept, zwaar ademend, zijn gezicht, zijn hele hoofd en nek.
Een nieuwe hoestbui dient zich aan.
‘Uchchchhgrrr, de zakdoeken zijn op, geef me een tafellaken…
ik lust wel een zacht gekookt eitje, schijnt te helpen bij griep.’

Zij loopt met een gevoelige rug. Als een plank beweegt ze naar een keukenstoel, rijst weer op en sleept zich naar de pc. Ze diept vanuit haar tenen een zucht op en rolt met de bureaustoel naar de koffiepot. Reikt, zielig, niet ver genoeg. ‘Ik kan er niet bij, help even, dank je’.
‘Wat een ellende,’ kreunt ze.
Met een lijdzaam gezicht strompelt ze door de kamer, wankelend valt ze in een leunstoel en schrikt weer overeind. ‘Au…die onverwachte bewegingen, het is vast spit. Mijn god wat word ik bezocht.’
Ze zakt door de knieën, kruipt hijgend naar de keuken; de laatste meters doet ze in tijgersluipgang.
Bij de koelkast gaat ze staan.
‘Ik kan ook wel een zacht eitje gebruiken.’

Advertenties

Buurten


Van de week zag ik in onze straat twee mannen langdurig een praatje maken, vijftiger of zestigers. Op hun gemakkie stonden ze daar en kletsten wat; de een rolde een sigaret, de ander had zijn hond bij zich.
Niets bijzonders?
Toch wel ’n beetje, je ziet het niet vaak meer. Men groet en gaat zijn eigen weg.
Het is niet alleen dat de wijk verjongt, dat valt wel mee. Rondom me wonen behalve de baby-gezinnetjes verschillende veertigers en een paar vijftigers.
Het is eerder het gebruik van op-je-zelf blijven, iets wat de laatste twintig jaar enorm in zwang is gekomen. Er wordt nog wel gebuurt in kleine kring maar niet vaak meer en meestal bij de auto of garage, binnen de -gesloten- poort.
Ik mag dit wel. De tijd dat iedereen binnenliep beviel me nooit, waarschijnlijk was ik te stijf/Hollands.
Maar ik deed mijn best en zwaaide voor iedereen met de koffiepot.
Daarmee voelde ik me voldoende aangepast.