Bezoek, graag of niet?

‘Tegenwoordig is er niet veel meer aan, vroeger ging de familie bij elkaar op de koffie of zo...’
De vrouw keek rond. Enkelen knikten, verder kreeg ze weinig bijval.
Ze vergat dat die familie intussen flink was uitgedund en de overlevenden vaak een goede reden hadden om thuis te blijven. Ziekelijk, niet mobiel of gewoon geen zin meer in het miljoenste kopje koffie en thee. Bovendien hebben veel mensen hun eigen (klein-)kinderen met wie ze hun visitetijd doorbrengen.
De vrouw overdreef een beetje. Lang niet alle families liepen af en aan om dagelijks te buurten, enkele gezinnen daargelaten. Dat zag je eerder bij verknochte vriendinnen/buurvrouwen.
Wel was er meer vrienden- en familieverkeer dan nu.
Terugdenkend herinner ik me de gehaaste zondagochtenden.
Vroeg ontbijten, kinderen wassen en aankleden en vroeg lunchen, dan konden we tijdig wegkomen om zelf ergens naar toe te gaan voordat er iemand bij ons aanbelde.
Bij het ouder worden ging het geloop eraf, gelukkig maar, ik moet er niet aan dènken weekend-aan-weekend bezoek te hebben. Het geklit lag en ligt me niet zo.

Bij de jonge stellen om me heen zie ik het verschil met toen. Enkelen komen uit middelgrote gezinnen, de meesten hebben een of twee broers/zussen of, als ze erg jong zijn, vriendengroepen. Elke dag of weekend gevuld met visite zie je veel minder, ze hebben beiden een baan en om buren maken ze zich niet druk.
Ik benijd ze, ze kunnen hun eigen leven leiden.
De vrouw die er ‘niets meer aan’ vindt denkt daar anders over en waarschijnlijk zij niet alleen.

Tja, overleden ouders, zussen, broers, buren, kun je niet terughalen.
Ook kun je de tijd niet stopzetten al proberen een paar mensen het via kaartavondjes (‘dat was zo gezellig, geen tv…’) of iets dergelijks.
Ik begrijp het wel, je eigen huiskamer voelt intiemer dan een zaaltje in het gemeenschapshuis.

Maar voor mij hoeft het niet.

Advertenties

Ongewenst bezoek

Op de markt liep ik een dame tegen het lijf aan wie ik een grote hekel heb. Beleefdheidshalve bleef ik staan bij het ‘Hallooo, hoe gáát het met je.’
Het praatje eindigde met ‘vandaag of morgen kom ik efkes an.’
‘Ik ben nooit thuis’ zei ik gauw.
Later, bij de koffie, bedacht ik dat het echt iets voor haar was om met etenstijd binnen te vallen en hongerig naar het brood te kijken. Ik deed er beter aan de poort op slot te houden.

Te goed herinner ik me de keer dat een irritant echtpaar op de stoep stond en ik niet opendeed. Na drie maal bellen  hoorde ik ze weglopen, ze gingen achterom.
Ik vloog naar het keukenraam, trok de gordijnen dicht en draaide de deur op slot.
O god, de gordijnen sloten niet aan en ik hoorde de poort al.
In paniek dook ik naar de grond waar ik onder het raam ging liggen, strak tegen de muur.
Net op tijd. Ze rammelden aan de deur, scharrelden bij het raam, murmelden. Gesmiespel. Weer stilte. Een harde tik, voetstappen en de poort die met een knal werd dichtgegooid.
Ik bevroor.
De spiegel, ik had niet aan de spiegel gedacht. Die hing tegenover het raam en de plek waar ik lag. Als ze naar binnen keken moeten ze me hebben gezien. Een klassieke spotprent.
Toch beschaamd kroop ik overeind en was naderhand opgelucht te merken dat ze me niet zagen. Of het niet wilden zeggen. Dat kan ook.
Nu deze dame nog weg zien te houden.
Of zal ik een fort bouwen?

Huishouden

Kom, dacht ik bij het zien van matglasramen, stof, wasgoed, spinnenwebben en afwas, laat ik vandaag eens wat aan het huishouden doen. Het is net zo goed bewegen als fietsen en wandelen.
Ik vulde de wasmachine en vaatwasser en zocht een ragebol. Dan de tuinslang. Zette het robotje klaar.
Het was best veel werk hoor.
Zeep toevoegen, knoppen indrukken, met swiffer en plumeau zwaaien, oog houden op de apparaten, kraan opendraaien en buitenramen spuiten, ik geef het je te doen.
De koppen koffie vooraf, in pauzes en erna had ik serieus verdiend, dergelijke inspanningen vereisen pittige brandstof.
Nu is het klaar.
Inderdaad, schoonmaken is dankbaar werk en weet je wat er ook zo prettig aan is,  dat je naderhand in een nieuw huis lijkt te wonen, zo licht, spiegels doen het weer, kleding- en keukenkasten zijn verrassend vol, een tevreden gevoel overvalt je.
Over een half jaar doe ik het weer.
Dan lees ik maar een paar boeken minder.

Het wordt mooi weer vandaag

Stuur om te beginnen een plaatsvervanger naar je werk.
Zet het zwembad  op, het is nu al ruim 20°C.  Eventueel een grote teil, emmer, voetbadje, desnoods giet je je schoenen vol.
Activeer de geluidsschermen mocht je luidruchtige buren hebben met nerveuze honden.

En ga genieten.
Achterover op een zonnebed, voorover als je geen sproetenbuik wilt krijgen. Zolang je maar kunt verdwijnen.
Met een boek, een muziekje is ook goed.
Koffiekan bij de hand.
Visualiseer die zon, voel de warmte, vergeet de rest.
En hou vol.
Ga door.
Blijf liggen.
Tegen de avond  kun je alsnog bekijken of je baas belde met een ontslagaanzegging of een partner die je inruilt voor een ijveriger exemplaar of een gezin dat gaat emigreren zonder jou.
Intussen had jij een mooie dag.

In de zwevende hemel

Bij het zien van de plaatjes dacht ik er weer aan.
Met zo’n zweefstoel de lucht in, dat zag er heerlijk uit.

Vaak hoorden we in de omgeving een paraglider ronken, altijd op dezelfde plek. Dan stapten we van de fiets en stonden watertandend te kijken.
Wat moet dat een ontspannende manier van voortbewegen zijn.
Niet alleen het kalme gemak waarmee hij rond ging en soms bleef hangen was aantrekkelijk, ook het geluid was goed, als een gelijkmatig pruttelende brommer. Hier zal onze herinnering aan vroeger meegespeeld hebben. En de afstand, voor de vlieger zelf was er wellicht veel lawaai.
We stelden ons een tweepersoonsglider voor met een voetenbankje, extra nekkussens, ingebouwde koffievoorziening en vooruit, pilsje tussen ons in. Handje vasthouden en zo. Brandstof tot de zee en terug.
Het leek ons de ultieme hobby maar het is er nooit van gekomen.
Gelukkig hadden we die kussens en dat pilsje thuis ook, dat troostte.

Zondagmaaltijd


Bij de meeste mensen was op zondag het eten smakelijker dan doordeweeks. In ieder geval luxer.
Toch vond ik de ‘gewone’ dingen vaak veel lekkerder. Misschien omdat we dan meer honger hadden? Zondags deed je niets;  uitkijken naar koffie met koek – warm eten – thee met chocolaatje – avondeten – en weer koffie met koek.  Als kerkelijke overheden het verbod op zondagfietsen en  -zwemmen niet hadden opgeheven lagen we nu allemaal op apegapen op de IC’s.

Er over nadenkend was het achteraf best zielig voor moeder die zich uitsloofde om er zondags wat bijzonders van te maken. Zette ze runderlappen op tafel, was er altijd wel iemand die met een vies gezicht een piepklein vetrandje aan de kant schoof. ‘Kind,’ zei ze dan, vol onbegrip, ‘suk kostelijk vlees!’
Tja. Had ze het op een willekeurige werkdag geserveerd had het hele gezin gesmuld en de restjes uit de schalen geschraapt.
Maar dat hoorde niet zo. En was waarschijnlijk te duur geweest.