bezoek

Zus en zo

Zo lang niet gezien, we kwamen uit op ongeveer  zeven jaar.  Er was telefonisch contact maar dit was het echte werk.
En wat krijg je dan, zoals heel vaak met broers en zussen: je praat gewoon verder alsof je elkaar gister nog trof. Het zal dezelfde afkomst zijn, je hebt eendere meemaaksels en herinneringen  en weet waarover de ander het heeft.
Ook spraken we over de oorlog, ze is van 1936 dus wist ze nog ’n beetje van de laatste jaren. Je hoort het vanuit een heel ander perspectief dan die van ouders en ouderen. Mijn moeder vond de kou het ergste van de beruchte winter ’44-’45, zus wist daar niets meer van.
Zondag komt er opnieuw visite.
Het kan. De kamer is groot, met mooi weer zetten we  tuinstoelen uit elkaar, de taart smaakt evengoed.
Enfin.
Behalve het bezoek van koffie voorzien houd ik me voorlopig gedeisd.
Eerst afwachten of het virus niet opnieuw toeslaat.

Een van de beste versoepelingen is het heropenen van de bibliotheek.
Reikhalzend kijk ik er naar uit, die mis ik heel erg. e-Books kunnen het gemis van papier niet helemaal goedmaken.
Ik snap trouwens niet waarom de bieb op slot moest, een plek waar de meeste mensen op zichzelf zijn, zelfs aan de koffietafel zit ieder met een eigen boek of tijdschrift.
Nog een paar dagen…
=

corona

Wennen? Niet iedereen.

Gisteren belde een kennisje.
– Kom je van de week koffie drinken? We kunnen buiten zitten op de grote bank,  veilig op afstand. Of ik kom bij jou, ruimte genoeg. We zien elkaar nooit meer.
Ik zegde toe en ga een dezer dagen.

Vandaag had ik de kluskennis gebeld. – Ik ga iets moeilijks vragen. Wil je alsjeblieft een golfplaatje vastzetten zoor het afdak eraf  waait? Ik zal je niet te dicht benaderen.
Hij lachte maar kwam meteen en repareerde de losgeraakte plaat. Daarna dronken we koffie, onverwachts gezellig en volgende keer komt zijn vrouw mee.

Eergisteren hield me een vrouw aan die ik slechts een beetje ken. Ze kwam te dicht bij en ik stapte achteruit. “Sorry,’ zei ze, ‘het wordt ook zo stil, je spreekt niemand. Hoe doe jij dat?’
We raakten aan de praat.

Alle drie zijn ze beneden de zeventig, twee van hen hebben een partner, (volwassen) kinderen en hobby’s. Maar missen het sociaal verkeer.
Het gaat toch niet zo makkelijk als ik dacht.
==

boodschappen

Boodschappen voor morgen

Het is pas tien uur, nog vroeg genoeg om een patatje te bakken.
Maar er zijn geen aardappelen.
Of om een broodje met iets lekkers te maken
Niets lekkers in huis.
Koekje misschien?
Trommel is leeg.
Een glas wijn is ook goed.
Helaas.
Biertje dan maar.
Idem.

Ik bekijk alle blikjes fris van voor de crisis.
Nee… zonder suiker ook nog, jèk. Dat de jongelui dat lusten.
Grenadine?
Melk?
Ik neem een kop koffie.
Altijd lekker.
=

kwijtraken

Kwijtraken

Een paar weken geleden verwachtte ik een telefoontje.
Het kwam toen ik de badkamer was, daarna legde ik het toestel neer en vergat het.
Eergisteren gebeurde hetzelfde, deze keer op het toilet. Ook daar  legde ik het toestel naast me.
Een uurtje later kwam er iemand op de koffie. Na toiletgebruik  legde ze de telefoon voor me neer waarbij ze me bevreemd aankeek. ‘Op de grond,’ zei ze.
‘Aha, lag hij dáár,’ zei ik, ‘ik sprak net even met M.’
Nu bekeek ze me nog raarder. ‘Doe je dat op de wc??’
Ik keek verbaasd terug.
‘Hij belde net op dat tijdstip, kan toch?’  En legde het uit.
Ze zuchtte van opluchting, ik was nog niet aan het verkindsen.

De telefoons slingeren regelmatig ergens rond evenals het tabletje.
Net als voorheen de leesbril, dat loste ik op door op alle tafels in in alle vertrekken een bril neer te leggen.
Maar een stapel telefoontjes kopen gaat me te ver.
Ik wacht wel op visite.
==

krant·lezen

Lezen, ho maar.

Vandaag leesdag.  Inhaaldag, gister kwam er niets van.
Lekker, dacht ik, handenwrijvend leegde ik de keukentafel en spreidde de kranten breeduit. Koffie ernaast.
Net wilde ik beginnen toen ik het boek zag,  het keek me aan. Vooruit dan, nog één hoofdstuk.
Boek uit, koffie koud. Nieuwe gemaakt.
Kranten!
Er viel me iets in.
O ja, A. was jarig, meteen bellen voor ik het vergeet.
Gesprek afgelopen, nieuwe koffie.
Ziezo, nu aan de lees.
Telefoon…..
Enz.
En nu.
De kranten liggen nog op dezelfde plaats, opengevouwen op dezelfde pagina’s en ernaast staat een lege koffiemok met donkere kringen.
Zegt het stel dat net wegging:
‘Lees je de krant altijd zo langzaam? Ik heb hem meestal in een half uurtje uit.’
Ik zei niets, maar…
…. gelukkig ben ik niet gewelddadig.
==

.

potloodventerij

Zo doe je dat

Vandaag een krantenberichtje over potloodventerij in de omgeving.
Meteen schoot ik in de lach, niet om de dader, om het verhaal van iemand. Een paar jaar geleden.
Er waren al een enige weken klachten, het gonsde van geruchten over een gevaarlijke viezerik en de politie verzocht de mensen dringend aangifte te doen ingeval van confrontatie.
Uiteraard werd dit besproken bij de koffie. Men leek het te beschouwen als een zwaar seksueel misdrijf.
Een vrouw, rond de zestig, schudde haar hoofd.  Ze had hem gezien zei ze.
‘Echt waar? Deed hij je niks?’
‘Bende gek, da durven zulke nie. Ik fietste over het bospaadje en daar stond’íe, mee z’n ding uut de boks.
Gaot naar huus, vuulik, riep ik en ben gewoon doorgereje. Geen last meer gehad.’
=
ps
de cartoon die ik wilde plaatsen werd afgewezen met deze tekst:
potloodventercartoon-stick-drawing-conceptual-illustration-260nw-1224305944.jpg Dit bestandstype is niet toegestaan in verband met veiligheidsredenen.

Tja…

 

zon

Opleving

Precies in het laatste strijklicht dat langs de planken scheert bloeit de roos op, je ziet hem de moedeloosheid van zich afschudden en hoort zijn verheerlijkte zuchten: zalige zon..

Zo’n zalige opleving lijkt mij ook wel wat.
Alleen, om voor één zonnestraaltje naast die roos te gaan liggen is me te gortig.
Voor je het weet sta je in het sufferdje:
‘Gisteravond hing onze plaatsgenote Bertjens bijna Naakt_over_de_schutting
teneinde de laatste zonnestraal te vangen. Ze wilde een opleving. Of de film naspelen?
Wie zal het zeggen.

Voor zover bekend heeft ze er niets aan overgehouden maar kreeg in ieder geval aandacht.’

Stel je de commotie voor.
Iemand stuurt een foto de wereld in.
Hollywood wordt wakker, Hilversum, de bladen, paparazzi loerend aan voor- en achterdeur, op zijn minst belt MAX voor een passende rol naast, eh, dat weet ik niet zo gauw.
Toch doe ik het niet.
Pa en moe draaien zich om in hun graf.
Buren lachen me uit.  (ik kom ze dagelijks tegen)

Ik neem genoegen met een foto en schenk  een bak koffie in.
Niet dat ik daar van opleef maar het is beter dan dat gehang.
Trouwens, het regent.
==

citaat

Citaat uit vergeten boek.

Dit↓ lijkt me een goed ding om na te volgen.

Het gebeurt vaker dat je moeilijk kunt kiezen. Dit? Of toch naar dat? Waarom dan niet tegelijk? Je kunt het altijd proberen.
Thee zetten van ijskoude karnemelk bijvoorbeeld, lekker op hete zomerdagen.
Met wat aanpassingen is er meer mogelijk; geen hond willen en toch een waker? Neem een blaffende kat.
Soms is het lastiger.
In de tienertijd wilde ik Elvis Presley maar niet zijn slaapogen. Ik kreeg ze allebei niet.
Ook niet de aardige jongen die ik overal tegenkwam en me daarbij opvallend woest-triest aankeek (ik las toen al teveel). Hij aasde op mijn jongste broer.
Zulke dingen zijn niet te mixen.
Toch laat het me niet met rust, er moet meer mogelijk zijn.
Wie weet kunnen we ooit tweehonderd worden en tegelijk soepel blijven. In doen en denken. Een droom.
Maar jezelf blijven en tegelijkertijd wereldburger worden, dat zou pas een ideale mix zijn.
==
Het citaat komt uit een boekje van Van Nelle, uitgegeven begin deze eeuw. 
Het boek ben ik kwijt, dit citaat is alles wat ik terugvond.

voetbal

Straks de wedstrijd Tottenham – Ajax


Een van de weinige situaties waarin ik nog een sigaretje zou willen roken.
Niet om de rook, het is de herinnering aan schoonfamilie.
Een stuk of drie broers (zelf ook voetballers) en meestal een paar vrienden, zaten klaar rond de grote tafel, kijkend naar de televisiehoek.
De eerste keer dat ik er ook bij zat zette ik de stoel tegen die van m’n vrijer aan. Hij reageerde slechts met en kort knikje, de rest zag me niet eens.

De wedstrijd begon, iets waar ik niet veel om gaf maar waarvan ik het belang begreep. Er werd meegeleefd, geroepen, meegeschopt, nou ja, wie kent die toestanden niet al was het maar van films.
Voor mij was het nieuw.
Geboeid keek en luisterde ik en vond het heel bijzonder.
Al die sloten koffie (bier werd toen nog niet gedronken, daar was een café voor) en overstromende asbakken. En de herrie. Het paste bij elkaar.
Of de uitslag gunstig was weet ik niet meer.

Met de jaren veranderde het kijkgedrag.
Kratje bier kwam erbij, sigaretten niet meer.
De spontaniteit verminderde ook.
Het zullen de leeftijden zijn geweest.
Maar jammer was het.
==

dag

Enkele tinten grijs

Het was een grijze dag.
In de kam zaten nieuwe grijze haren.
De stoep was grijzig, iets tussen nat en droog in.
Bij een greep in de sokkenbak liepen er, jawel, grijze in mijn handen.
Het onkruid, dat in de zon te groen oogt, stond er grauwelijk bij.
Mijn humeur was donkergrijs.
Ik belde Ziggo. Lukte niet, je dient je nummer op te geven, dan belt Ziggo jou.
Het humeur donkerde tot antracietgrijs.
Toen belde een buurvrouw of ik zin had in koffie.
Daar klaarde ik van op.
Ik groette het onkruid, trok andere sokken aan, prees de stoep die bijna bloosde.
Met de buurvrouw wachtte haar kat, hij hief zijn kop naar me op.
De dag kon niet meer stuk.