Stokrozen – onweer


Dit zijn een paar van de stokreuzen, ik kon de camera niet laten liggen.
In de ochtendzon tegen achten, als het nog fris en fleurig is, is het een vriendelijke aanblik.
Ze worden elk jaar ’n beetje groter, alleen de kleuren filteren zich uit. Rood en donkerrood zijn verdwenen,  behalve 1 witte is de rest allemaal roze. Is dat bij rozen ook niet zo? Ik las zoiets, ergens.
Verder geen nieuws behalve dat de barometer terugloopt, het nadert VERANDERLIJK. Nu hoop ik dat we niet in onweer terechtkomen, als ik érgens bang voor ben…
Bang voor de koepel, de schutting, het platdak en dan die bliksem en het geratel.
Schietgebedjes helpen nooit, voor  een ongelovige komt de jezusmariajozefhelp  niet in het geweer.
Ik zal zien of het KNMI iets kan doen om eventueel onheil af te wenden  maar ik zie het pessimistisch in.
Trouwens, bloemen houden er ook niet van.
==

Nieuwsgierige mensen

‘Jullie gaan laat naar bed,’ zei een buurman van de overkant..

Verbaasd vroegen we ‘Let jij daar dan op?’
‘Nee, maar ik zie dat er ’s avonds nog lang licht brandt.’
Oud wijf, mompelde man binnensmonds.
Later.
‘Jullie gaan laat naar bed,’ zei een buurman in de straat achter ons.
Minder verbaasd vroegen we ‘Let jij daar dan op?’
‘Nee maar ik zie nog laat het licht branden bij jullie. Dat zie ik door de koepel.’ Hij lachte er trots bij, hij vond het zelf een grootse ontdekking.
Oud wijf, dacht ik.
Bij rondvraag hoorden we dat veel mensen nog even uit het raam kijken voor ze in bed stappen. Een doodnormale gewoonte.
Maar ook: eerst de straat links en rechts afspeuren voor de deur op nachtslot gaat, zien wie de hond ’s nachts uitlaat, welk buurkind te laat thuiskomt. ’n Paar mensen zitten met verrekijkers, volgens mij hebben ze speciaal hun dakkapellen daarvoor gebouwd.
Tja. Je zegt er niets van want wilt geen ruzie. Maar raar vind ik het.
Wat een armoed als iemand geen andere interesses heeft dan het leven van buren die ook niets meemaken. Wat bezielt zulke gluurders? Ze kicken erop, dat hoor je bij hun opschepperige gezwets.

Grappig was het toen mijn man, een paar weken voor zijn overlijden zei, ‘het is een goed gevoel te weten dat iemand een oogje in het zeil houdt, straks.’  Hij lachte erbij, hij kende me.
Maar toen de buur een paar maanden geleden zei dat hij nog steeds alle avonden nog laat mijn licht zag branden vond ik dat knap vervelend.
Al kan ik niet uitleggen waarom