Winkelsport

In de supermarkt.
Groente en fruit, beetje van dit, van dat.
Daarna volgen de gevarenzones: te vet of te zoet of teveel.
Koelvitrines met voorverpakte aardappelschijven, krieltjes, nog meer aardappels, die ik niet koop omdat ik gegarandeerd de grootste hoeveelheid neem en ze allemaal opeet in één maaltijd. Grote boog maar rechts.
Andere vitrines. K+k fruit, veel te duur voor een handje suikergoed. Snel voorbijrennen..
Salades. Eier-tonijn-komkommer-kip-kipkerrie-enzovoorts. Als een haas achteruit en rechtsaf.
Hammen. Kaassoorten. Huphup, naar ander pad.
Droge salami’s, cervelaatjes, twijfel…NEE, vort!
Koek. Chocolade. Snacks. Weer een spurtje.
En zo slalom ik de winkel door tot ik bijna voor pampus over m’n fiets hang.
Thuis neem ik een kopje magere thee met een chocolaadje als troost. Misschien twee.
Advertenties

Zondagmaaltijd


Bij de meeste mensen was op zondag het eten smakelijker dan doordeweeks. In ieder geval luxer.
Toch vond ik de ‘gewone’ dingen vaak veel lekkerder. Misschien omdat we dan meer honger hadden? Zondags deed je niets;  uitkijken naar koffie met koek – warm eten – thee met chocolaatje – avondeten – en weer koffie met koek.  Als kerkelijke overheden het verbod op zondagfietsen en  -zwemmen niet hadden opgeheven lagen we nu allemaal op apegapen op de IC’s.

Er over nadenkend was het achteraf best zielig voor moeder die zich uitsloofde om er zondags wat bijzonders van te maken. Zette ze runderlappen op tafel, was er altijd wel iemand die met een vies gezicht een piepklein vetrandje aan de kant schoof. ‘Kind,’ zei ze dan, vol onbegrip, ‘suk kostelijk vlees!’
Tja. Had ze het op een willekeurige werkdag geserveerd had het hele gezin gesmuld en de restjes uit de schalen geschraapt.
Maar dat hoorde niet zo. En was waarschijnlijk te duur geweest.