Stokrozen – onweer


Dit zijn een paar van de stokreuzen, ik kon de camera niet laten liggen.
In de ochtendzon tegen achten, als het nog fris en fleurig is, is het een vriendelijke aanblik.
Ze worden elk jaar ’n beetje groter, alleen de kleuren filteren zich uit. Rood en donkerrood zijn verdwenen,  behalve 1 witte is de rest allemaal roze. Is dat bij rozen ook niet zo? Ik las zoiets, ergens.
Verder geen nieuws behalve dat de barometer terugloopt, het nadert VERANDERLIJK. Nu hoop ik dat we niet in onweer terechtkomen, als ik érgens bang voor ben…
Bang voor de koepel, de schutting, het platdak en dan die bliksem en het geratel.
Schietgebedjes helpen nooit, voor  een ongelovige komt de jezusmariajozefhelp  niet in het geweer.
Ik zal zien of het KNMI iets kan doen om eventueel onheil af te wenden  maar ik zie het pessimistisch in.
Trouwens, bloemen houden er ook niet van.
==

Klimaatperikel

De afvoerputjes rieken door de droogte, regen blijft uit.
Zo loop je met een waadbroek door de bagger, even later stuift de vijver alle plantjes eruit.
In feite ga je tweebeens door je tuin,  links een lieslaars, rechts een sandaal met sproeizool.
Het lijkt grappig maar is in werkelijkheid doodvermoeiend, gesop en droog zand passen niet bij elkaar. Je merkt het, ik zweer je dat ik het gemopper van de grond kan horen als ik schoffel:  slobber – pfff, slobber-pfff en grrrr.
Waarom verdeelt het klimaat zijn eigenschappen niet wat gelijkmatiger?
Kan het KNMI hier niets aan verbeteren? Dat is toch een soort kenniscentrum van weer en slecht weer?
En de overheid? Waar blijven de Kamers?
Rutte, doe er iets aan!
=

Nog even over die voortsnellende tijd

Die probeerde ik in te halen en wat denk je?
Werd ik wakker met ijsbloemen op het raam en bijna bevroren voeten.
Was ik hem gepasseerd.
Dat geloof je toch niet?
In paniek belde ik het KNMI waar ze me uitlachten. ‘Mevrouw, U droomt. Trek warme sokken aan en slaap lekker door.’
‘Neenee, het is de tijd. Die heb ik ingehaald, wie weet hoeveel ik nu voor lig, misschien ga ik straks dood of zo.’
Ze hingen op.
Tja, logisch denken was de enige optie die ik kon bedenken.
Langzaam als een luiaard bewoog ik me de rest van de dag, at traag een lunch (oude slak met druppelsaus) en kookte slow food.
Hap-je na hap-je na hap-je…
En eindelijk, de middag was al bijna om, werd het warmer, de zon draaide naar westzuidwest. Hij scheen en verwarmde mijn koude voeten. De tijd versnelde.
De vorst verdween.
Hij zwaaide nog.