Zelfkapster, 11 jaar

Paardestaart en pony, het was een kapsel van veel meisjes.
Wat me stoorde was de pony die nooit bleef zitten zoals ik wilde dus knipte ik hem zelf, voorzichtig, netjes rond.
Zo trots als een pauw liep ik door het huis.
Er was weinig bewondering voor mijn kappersactie, de een na de andere zus bekeek me en en smoorde een grijns.
Iemand had een camera en ondanks de commentaren ging ik er extra-mooi voor zitten.
Het lukte niet zo goed door dat gelach,  anders had ik er wel beter uitgezien.  Zo verdedigde ik me.
Wat onze kinderen zeiden loog er ook niet om: ‘Ieieieieiew, dat kapseltje...’

Advertenties

Haarzaken

De kapster was er.

Het was gezellig.
Tè gezellig.
Met kopjes thee en geklets vergaten we het doel: een klein stukje van mijn haar afhalen en model bijwerken.
Zij knipte en ik klepte, almaar door.
Je begrijpt dat het nu meer dan kort is.
In de supermarkt hield iemand me aan: staat je goed, die jongenskop. Ze grijnsde  leedvermakelijk terwijl ik er lullig bij stond en niets wist te zeggen. Ik durfde haar niet op haar eigen strooien touwtjes te wijzen en lachte maar wat.

Van de andere kant is het een fijn gevoel nu de zon in mijn nek schijnt. Krijgt die ook eens frisse lucht.
Het klopt,  ieder nadeel hep se foordeel.