Geen categorie

In gedachten

In de winkelstraat liep ik een etalage tegemoet waarin ik een bekende meende te zien die  me onzeker aankeek voor het tot me doordrong dat ik mezelf zag.

Meteen dacht ik aan de vermaningen.
Moeder: Let toch op, loop je weer te dromen…
Broer: Slome. Sufferd. Droldrie.

Zus: grijnsde achter moeders rug.
Vader: hij knipoogde.

versje

Wakker worden.

De dag begon met weinig zin
ik zag het aan een wolk die
somber voor’t raam verscheen.
Da’s lekker, dacht ik, moet ik zo de morgen in?
Slomig en saai was het duffe beeld
van donker-wit naar
antraciet, als een narrige duivin.
En net zou ik  terug naar bed gaan toen
een tegendraads gezicht opkwam
schattig als een luchtgodin.
Ik klaarde op en knipoogde
naar het wonderlijke ding
‘weet je dat ik je bemin?’
-==
Bertjens/Bertie ©

woorden

Opbeurende woorden

Wie hoort ze niet graag, van partner, ouder, kind, vrienden.
Ze maken vaak veel goed en je onthoudt ze.
Een van de liefste zinnen die ik ooit hoorde was die van een vader wiens dochterje(10 of 11) te horen kreeg dat ze op haar lijn moest letten.
Het kind zat er ’n beetje zielig bij.
Hij knipoogde naar haar en zei:
‘Alle mooie vrouwen hebben een dikke kont.’

nazomer

Nazomerzon


Pauze, ligstoel uitgeklapt.
Toen kwamen de mieren. Vreemd, deze tijd nog en zo gróót. Ze liepen voorbij en verdwenen weer. De laatste knipoogde.
Na een paar minuten verscheen een kauw op de stoep. Hij had een jonkie in zijn bek; links en rechts spartelde het.
-Wat nou weer, ga weg beest, ik hoef jouw jong niet.
Hij vloog op en verdween.
Een zuchtje wind kwam langs en ademde bloemetjesmuziek,  Strauss en zo. Te zoet, toch aardig.
Toen begreep ik dat ik droomde.