vallen

Nou moe…

.. trekt het zicht wat bij  en was ik van plan vanmiddag weer te beginnen, struikelde ik vanmorgen over een ongelijkliggende tegel in de achtertuin.
Die tegel ligt al  los sinds mensenheugenis maar dat wisten de nieuwe schoenen nog niet. Te goedkoop waarschijnlijk.
Hoe dan ook, ik lag er. Tussen de dahliastekken. Juffertje in het groen alleen ’n beetje  groter.
Nu ben ik gezegend met het rode oog  èn een lastige schouder+arm+knie+een boel chagrijn.
Ik ben ontzettend zielig en heb veel meelij met me.
Tot zover.

Alle inkomende mail lezen lukt niet, beantwoorden nog minder.
We gaan gewoon verder met de lijst van vandaag, ik zie wel hoe ver ik kom voor de visite arriveert.
==

fiets

Ook goedemorgen


Vanochtend vlug de fiets op, linksaf en bòns.  Bij de eerste bocht kwam ik op straat terecht.
Buurjongen en verderopse buurvrouw waren toevallig vlakbij, zetten fiets en mij rechtop en zo waardig mogelijk liep ik terug naar huis.
Daar keek ik verbaasd naar de vele bloedspatten op jas en fiets,  zag toen pas dat een vingertop geschaafd was met vlees en al, even later later voelde ik het ook. Tegelijk meldde een knie zich met nog meer bloed. Zie je die vlek? Dat was minstens drie liter, als Vlad in de buurt was geweest had hij zich ongans gegeten.
Achteraf viel het mee.
Ik kon lopen, knie buigen, typen met negen vingers, met pleisters overweg, was ophangen.
Alleen wat stijfjes, een tango zit er voorlopig niet in.

verhaaltje·vervolgverhaal

Verliefde buurman 2

Het was maar een tikje

‘Frank,’ viel ik uit, ‘ik geef niets om je, dat weet je onderhand. Bovendien heb ik geen zin en weinig tijd. Ga opzij of ik maak stennis.’
‘Dan breng ik je wel naar huis…’
‘Geen denken aan en nu ga ik.’ Ik reed de kar een stukje naar voren om hem zachtjes tegen de benen te tikken.
‘Kijk nou wat je doet, je rijd me zowat van de sokken. …’ Gepijnigd greep hij naar zijn knie, hinkelde een paar moeilijke passen en leunde op mijn kar. ‘Nu moet je me naar de dokter brengen, ik kan zo niet rijden, aaauuu…’
‘Stel je niet aan, het was maar een tikje.’ Verontwaardigd rukte ik de kar van hem weg; daar was hij niet op bedacht en hij zeilde onderuit waarbij hij raar op zijn knie terecht kwam en deze nu daadwerkelijk bezeerde.
Verdorie, nu had ik het voor elkaar. Me verplicht voelend gaf ik hem een hand om hem overeind te trekken. Zwaar hijgend stond hij tenslotte rechtop, wuifde de behulpzame bedrijfsleider weg   -ja hoor, het gaat prima, ik rijd met deze mevrouw mee – en nam ongevraagd mijn arm.
– Ziezo,’ was zijn tevreden commentaar, ‘nu moet je wel…’
Wat te doen?

©Bertie
Wordt vervolgd.