We zullen doorgaan

Het is stil in de straat.
Een enkele flinkerd veegt wat vuurwerkafval weg, een dappere loopt met haar hond.
Het is pas half negen en ik kruip weer in bed.
Pech. Slapen lukt niet meer.
Draai naar links, rechts, op de rug.
Plots klinkt een verlate knal. Meteen zit ik rechtop en grijp verbolgen naar het kladblok voor een woeste log.
Ik leg het blok weer weg.
Waarom zou ik? De blogstop van de laatste twee dagen beviel prima, het jaar was zó om. Toegegeven, het was een kortje, ik zou er een echt jaar achteraan kunnen plakken.
Maar dan.
Zit ik waarschijnlijk vanavond al met jeuk in het hoofd: zal ik dat rijmpje, versje, verhaaltje effe doen? Die rare wolken bijtekenen, ook leuk werk. En het vertrek van de kerstboom zingt door me heen. En…
Krijg je dat weer.

Eenmaal beneden zie ik een overgebleven halve tomaat. Hij kijkt me uitdagend aan, verrimpeld maar ik lust hem rauw.
Na een wijnavondje heb ik meestal honger. Na een bieravondje trouwens ook. Altijd, eerlijk gezegd.
De tomaat doet me goed, de laatste vitamien die er nog in zat was net genoeg om het kriebelhoofd te genezen: ik blog door en geen gezeur.

Ehm, effe denken…
===

3. Lieftallige Lina en de knallendroze luidspreker.

Lina besloot de veelkleurige geluidswagen achterna te lopen, dan zou ze vast wel begrijpen waar het bericht  over ging.
‘Pruttel’ bijvoorbeeld, wat zou dat betekenen? Hoorde dat bij een spannende film? En wat waren verse spelers?
Hopelijk -en dat was wat ze eigenlijk wilde- ving ze een glimp op van de inzittenden, die met de donkerbruine tochtlatten en zwoele onderlip, riep hij haar naam met zijn romantische stem.
Op voorhand verzaligd verliet ze de bibliotheek en rende naar buiten.
De knalroze luidspreker blèrde nog steeds ‘…in dit theater, verse spelers…’ Dan, rochelend, ‘krrrrppgstchchcht-burp … pardon… pànggg...’ De knal was ijselijk, de luidspreker schaamde zich vuurrood. De inzittenden geneerden zich ook, ze deden meteen de gordijnen dicht en parkeerden bescheiden uit het zicht om te wachtten op de dingen die komen gingen. Godot misschien.
Het werd stil op straat. Ook daar werd gewacht. Op terroristen of ET of op de bel van een ijsverkoper.
Er gebeurde niets.
Lieftallige Lina, verre van lustig nu, stond verloren. Wat moest ze nou? Geen uitsluitsel over de film, geen sexy lip en tochtlatten, kortom, niks romantiek. Zo zou haar hoofd het lentegevoel nog kwijtraken.
Bedroefd belde ze  vriend Willem.
Die had geen tijd om te luisteren, hij was druk met opruimen na zijn verjaardagsfeest.
Ze probeerde buurman Mark. Die was strafregels aan het schrijven: ‘Ik mag niet liegen’.
Tante Erica dan maar. Ze was wel oud maar altijd vol begrip en ze reageerde dan ook enthousiast. ‘Kom vanavond maar uithuilen, met een glas wijn komen we er wel uit.’

© Bertie