Vol verwachting

Vanmorgen vroeg, het was nog donker – werd ik wakker met een onbenoembaar blij gevoel. Er was iets, iets positiefs. En toen wist ik het weer.
De slaap kwam terug.
Een uur later werd ik opnieuw wakker, nu had ik het meteen.
Uitgeslapen stond ik op, deed de gewone dingen en zette me aan het ontbijt dat door de opwinding nergens naar smaakte. Alleen de koffie trok zich niets van de stemming aan.
Het nieuws van half acht kwam door maar raakte me niet.
Het weerbericht ging langs me heen, reclame merkte ik niet op.
Ongedurigheid beving me.
Ik duwde de klok vooruit.
Tokkelde op het tablet, zag dat de klok terugsprong, hoorde de bel in alle geluiden. Het gerasp van de kauwen klonk precies zo.
Maar dan was de tijd daar en kon ik rechtop staan,  naar de voordeur lopen en de brenger om zijn hals vallen.
De nieuwe wasmachine arriveerde.

Advertenties

Landerige dag

Het stapplan ging niet door, vriendin moest onverwachts weg en ik was niet helemaal lekker. Een vol hoofd en suizerig, algeheel gevoel van malaise.
Suffig liep ik heen en weer, pauzerend bij de medicijndoos: para of niet? Neuh, vaak knap je vanzelf op.
Gedachteloos gebruikte ik een voor een de make uppotoden, een beter uiterlijk helpt wel eens.Natuurlijk lette ik niet op met rode ooglijntjes en donkerbruine lippen als gevolg.
Ach ja, afwassen en laat maar.
Vaatwasser leegruimen? Vanmiddag tijd genoeg. Vanavond.
Chocolade-eitjes, lekker eten, soep? Getsie.
Ik zette me aan de laptop al wist ik niet wat te doen. Bloggen? Eerst antwoorden wegwerken.
En dan?
De stapel blaadjes en reepjes papier is weer hoog. Vaak word ik ’s nachts wakker met briljante ideeën, krabbel ze neer en kan ze later niet lezen. Ik propte alles bij elkaar en gooide ze in de prullenbak, bedacht me en haalde ze er weer uit, zocht iets leesbaars, propte de boel opnieuw in elkaar.
Wat tikt die klok luid zeg.
Toch maar een hoofdpijntablet.

Het gaat beter.
Nu nog een van die briljante invallen terugzoeken.

‘Ze praatte en praatte..’

Ze was niet te stoppen, het meisje dat ik trof in de bibliotheek.
Eindeloos was de uitleg over haar tijdelijke afwezigheid en dat het haar speet,  maar door dit en dat en blabla en nog meer bla.

Na vijf minuten viel ik in. ‘Wat vervelend meid maar ik moet nu echt weg.’ Hierdoor aangemoedigd begon ze een nieuw draadje. En toen en toen en toen en daarna.
Opnieuw onderbrak ik haar. ‘Ik heb werkelijk geen tijd meer, volgende week ...’ en opnieuw begreep ze me verkeerd.
Wat nu. Zonder meer weglopen was te bot. Van de andere kant, ik had nog maar tien minuten.
Ik sloeg heel hard met een vuist op tafel. Boeken sprongen op en de biebmevrouw snelde toe. Het kind praatte door, haar boeken bijeen leggend.
In wanhoop keek ik de mevrouw aan, ze knikte. ‘We kennen haar,’ mimede ze.
We overlegden woordeloos.
Na een laatste blik op de klok begreep ik: wat moet dat moet en drukte op de neus van het meisje waarna het geluid wegstierf. De biebmevrouw trok aan de haren, de mond klapte dicht.
En zo, zonder dat ik op een lompe manier weg hoefde te gaan kon ik op een beleefde manier afscheid nemen.
Ik lachte het meisje vriendelijk toe, legde uit dat ik haast had en vertrok.
Ze snapte er niets van en gelooft het nog steeds niet.

November-decemberdagen


Nog bijna vijf weken tot de kortste dag, daar leef ik naar toe. Sterker, ik omarm kerstmis alleen al voor het idee: donkerder kan niet.
Daarna leef ik op.
Kalender en klok in de gaten houden (alweer een minuut daglicht gewonnen), naar maan en  lucht kijken, heldere hemel afdwingen, en dan is het eindelijk februari en zit je met daglicht aan de vijf-uur-koffie.  Halleluja.
Sneeuwen en vriezen? Geen probleem, het is licht.
De donkerte van december is een verschrikking, in huis tenminste.  Vanaf pakweg 16 uur ’s middags tot ’s morgens  8 uur zonder daglicht te moeten leven vind ik moeilijk.
Ik droom soms van een grot als van beren, zou dat iets zijn?
Winterslapen. Tot de voorjaarszon me wekt.
Het einde.