Mammoet 1

Moederziel alleen bevond hij zich op de Siberische steppe  waar hij lusteloos ronddwaalde.
Hij miste soortgenoten.
Hij miste een vrouwtje en bovenal miste hij voedsel.
Het was niet veel wat hij vond. Bossen rukten op en ontnamen hem het grootste deel van zijn maaltijden.
Een enkele keer zag hij vreemde wezens die op  achterpoten liepen.
Ze maakte weinig indruk, voor hem was het klein grut.
Hij voelde zich slap.
Een laatste bundel gras, een restje korstmos. Langzamerhand verloor hij zijn levenslust.
Nog éénmaal werd zijn aandacht afgeleid door beweging, hij keek en ontwaarde een van de wezens die takken naar hem gooide.
Hij was te zeer verzwakt om kwaad te worden, hief enkel zijn kop en brulde waardoor het wezen zich uit de voeten maakte.
Daarna gaf hij het op, bleef staan en sloot de ogen.
Hij voelde zich wegzakken in de bodem. Traag, trager.
En sliep in.
=