Oog en vee

Binnenkort naar de staaroperatie.
Nog even de vragenlijsten doornemen, heel goed.
Er kwam een telefoontje met een extra vraag: Bent U de laatste weken in aanraking geweest met levend vee, bijvoorbeeld varkens en kippen?
 Nee, maar we zitten er hier in Brabant  midden in.
– O, eh ja. Haha. Ze hing op.
Natuurlijk was mijn opmerking niet leuk.
Er zat ook iets van sarcasme in mijn antwoord. De artsen wéten dat het hier vergeven is van dit soort vee. Doen ze daar iets mee?
Al maak ik me niet vreselijk druk om milieu en klimaat, (wat komt dat komt), ik denk wel eens na. Niet te diep, ik heb zelf nergens verstand van.
Dan kom je al gauw op politiek niveau en dat kunnen we beter aan deskundigen over laten. Deskundologen.
En dan vraag je je weer af wie de deskundige of -oloog is.
Nou ja.
Ik ga gewoon naar de staaroperatie.
=

Foto’s en klimroos.

Me verliezend in foto’s vergat ik opnieuw de tijd. Dat doen vroegere beelden, je ziet  de situaties weer, denkt oude gedachten, (zo die er waren bij gedwongen schoolfoto’s), verzinkt in herinneringen.
Vorige week deed ik dit ook, nu had ik een goeie smoes. Iemand had een plaatje nodig.
Oké, dan moet je bij mij zijn, de albums van pa en moe liggen allemaal hier.
Ouwe tante Marie? Zoek ik op.
Opa van pa’s kant? Heb ik. En van opoe.
Die van oma met ome S. op het erf? Geen probleem, de kippen staan er ook op en overal lees ik de namen erbij.
Honden, weilanden, fruitbomen, bruiloften, strand, mensen hadden een dicht-bij-huis leven, Valkenburg was een van de hoogtepunten. Toen.
Als tegenwicht een vluggertje van deze ochtend, de kinderen van de gepassioneerde klimroos.
Ze jubelen ondanks de regen en de kille grijze lucht.
==

Nog een paar maanden

Dan bloeien alle bloemen, liggen we op een zonnebed of in het water, eten ijs en drinken koele drankjes, lachen om een slaperige kat en luie hond, luisteren naar vogels,  gaan naar het bos,  babbelen met koeien
en zwaaien naar loslopende kippen in de berm.
Voordelen van landelijk wonen, de nadelen zetten we even aan de kant.
Iets om naar uit te kijken
Daar hoop ik op.
Stiekem reken ik er op.
Een heel klein beetje
in ieder geval.
=

Geen aanleg voor boerin

Voortbordurend op het  boerenevenement besef ik dat ik weinig wist van het dierenleven ondanks de aanwezigheid van kat, hond, kippen en konijnen in mijn jeugd.
Ook zag ik dagelijks koeien in de wei achter ons erf, schapen, paarden.
Hoe kwam ik dan zo dom?
Desinteresse, neem ik aan.
Koeien aten gras en veekoeken (die we zelf ook stiekem proefden).
Paarden en schapen aten gras.
Konijnen waren gek op, inderdaad, gras.
Kippen lustten alles wat moe uitstrooide, meestal etensresten vermengd met maïskorrels of iets dergelijks, daar bemoeide ik me niet mee sinds ik wurmen aan een snavel zag hangen.

Ik zou niets terecht brengen van een gezonde veestapel.
Dat bleek toen iemand ons een konijn cadeau deed. Ik wilde het beestje een speklap voeren maar echtgenoot greep in.
Niet dat het wat uitmaakte, het dier eindigde uiteindelijk bij iemand die van konijnen hield. In de pan.
Met hond en kat was het handiger, de supermarkten stonden bol van gericht voer, je zou er zelf trek in krijgen.
Cavia’s en hamsters werden door de kinderen bevoorraad wat ook maar beter was. De parkiet daarentegen ontsnapte, nooit meer teruggezien.

Voor boerin was ik duidelijk niet geschikt.
Voor mensen wel, ik maakte fijne patat en zalige appeltaarten en wat denk je van knapperige verse sugarsnaps. Bloemkool in tweekazige saus. Citroenrisotto. Verse tjap tjoy. Enzovoorts.
Maar daar hebben koeien en zo natuurlijk niets aan.
Ze zouden me uitlachen.
Weten zij veel.
==

Die hond.

Toen puppy-lief een valsaard werd
bekeek hij kat en kippen
anders dan de tijd daarvóór.
Hij likte steeds zijn lippen
bij’t zien van de onnozelen
die door zijn glurend blikveld stapten
en van zijn hongerige smoel
geen ene mallemoere snapten.

De kat werd maarts-verleidelijk
en streek met krolse krullen
langs die van het kwaaie dier
die ’t liefst met haar zijn bak zou vullen.
Grommend en gemeen-chagrijnig
zat de rothond daar te wachten
tot zijn baas niet slechts de kat
maar alle kippen zou gaan slachten.

Maar de baas nam zijn geweer
en schoot de slechte hond terneer.
=

Een rare dag

Vanmorgen kwam ik een buurhond tegen. Ik begon een praatje (dat doe ik meestal).
‘Zo, beessie, ben je nog steeds braaf?’ en krauwde hem achter zijn oren.
Hij kwispelde als een gek en spinde luid.
‘Wat?’ verbaasd stopte ik en hij reageerde meteen: miauwww.
Ik keek rond of ik de eigenaar zag maar hoorde alleen wrrrraf achter een heg.
Zeker iets nieuws,  die mensen hebben alleen ’n eend, wist ik.
Jeetje, even kijken daar; ik liet beessie staan en gluurde door de heg.
Wat ik zag: de eend zwom in de vijver, blaffend naar een paar vissenbekjes die nèt boven het water uitstaken en -je gelooft het niet-  het do-re-mi mekkerden.
Mijn ogen en oren werden groot! Spinnende hond en blaffende eend, geitevissen.
Aarzelend liep ik een paar stappen.
Op dat ogenblik tjilpten er een groepje mussen; blij met dit normale geluid wendde ik me naar een boom. Hm, ze waren al  gevlogen. Maar.. ik hoorde ze toch? Toen merkte ik het, een toompje kippen scharrelde kwetterend door de voortuin van S.
De haan wandelde er loeiend om heen.
Dit werd me teveel.
Ik moest  weg, meteen, ik draaide me om en rende naar huis.
Bij de achterdeur zat Tinus, een bevriende kater.
‘Sorry Tien,’ hijgde ik ‘ik heb geen tijd..’
‘Ja zeg,  ik wil mijn plakje worst,’  antwoordde hij kwaad.
‘Nee,’ huilde ik bijna, vloog de trap op en kroop in bed.
Met het dekbed over mijn hoofd.
Ik durf niet meer naar buiten.

Kerstverhaaltje no1

Papa kijkt op de kalender.
‘Heb je dat gezien, het is bijna kerstmis.’ Zorgelijk.
‘Nog twee weken,’ sust mam.
‘Komt er weer een feestdiner?’  Nu openlijk vijandig. ‘Dan ga je maar naar de poelier.’
Mam kijkt hem aan. ‘Ja,  maar we eten rollade deze keer. En groentesoep.’
Opgelucht zakt hij in zijn stoel.
Dan, energiek nu, staat hij weer op. ‘Ik ga de beesten voeren.’
Mam knikt.
Ze ziet hem langs de ruiven lopen; met aandacht geeft hij de konijnen hun portie, strooit wat voor de kippen. Strijkt koerend langs de duiventil.
Hij hoeft niets te slachten dit jaar. Noch ervan te eten.
Papa zal een vredige kerst hebben.

Vee


Bij het weggooien van overtollige foto’s trof me de herinnering aan mijn angst voor vee.

Weliswaar afkomstig van de Zaanstreek (de oude naam) weet ik nog alles van koeien, paarden,  kippen en ander gespuis.
Die enorme koeienkoppen waar altijd kwijldraden aan hun bek hingen. Witte geiten, pisgoor tussen de achterpoten; een constant steigerende bok; het onbetrouwbare paard van de groenteboer; konijnen die altijd kleintjes hadden. Schapen die jonkies kregen en waar de boer ze uit moeders achterste moest trekken. Die dingen deden me iets. Iets ondeugdelijks, voor mijn gevoel.
Ik neem aan dat het geheugen de boel vertekent. Eén dwarsliggend lammetje was waarschijnlijk niet vanzelfsprekend voor de schapenteelt en de koeienkoppen waren  natuurlijk te groot voor een kleuteroog.
Toch raakte ik de hekel nooit helemaal kwijt.  Ondanks het mooie beeld van koeien (superfotogenieke dieren) blijf ik uit hun buurt, maak ik voor paarden een omweg. Kippen ontloop ik.
Nu, wonend op het platteland, houd ik van al deze dieren.
Van een afstandje.