Warm eten

Rond vijf uur liep ik door de straat.
Etenstijd, een feestje van geuren.
Bradend vlees, ergens stond soep op het menu, verderop nasi of bami en ik denk snert te hebben geroken. Niet alles kon ik thuis brengen, het was allemaal verleidelijk.
Het maakte hongerig.
Ik dacht aan het broodje dat me wachtte. Is ook smakelijk maar met een hoofd vol lekkernijen kwam het me armzalig voor.
Watertandend, kwijlend bijna hield ik mezelf voor: waarom zou ik niet nog eens koken? Wat was er mis met tweemaal op een dag warm eten, het lijkt me juist gezond. Een schaal verse groente en aardappelen met donkere jus, misschien wat extra’s erbij, rijst met kip? Soep?
Zo liep ik met mijn gedachten aan eten te denken dat ik ineens in de supermarkt stond. Ik zweer je, het was niet gepland.
Toen kwam ik tot bezinning en kocht een krop sla. Voor morgen.


Advertenties

ALARM, we leven nog.


ALARM. Van roken ga je dood Alle tabak de wereld uit.
ALARM. Spinazie zit vol nitriet. Alle spinazie doordraaien.
ALARM. Te bruin brood deugt niet, het wordt geverfd. Alle bruine broden de zee in.
ALARM. Kip kan salmonella bevatten. Alle kippenvlees doodkoken.
ALARM. Ouderen drinken teveel alcohol. Alle drank verbieden.
ALARM. Agrariërs verpesten de grond. Alle boeren opsluiten
ALARM. Er komen…
ALARM  ..vast nog veel meer…
ALARM  ..vreselijkheden voorbij.

En zo worden de mensen ouder, blijven ze langer actief, hoera.
Bijtend op een naturel houtje, water drinkend uit veilige bronnen. Schoffelend in geschoonde grond tussen wormige worteltjes. Hebben ze toch nog een stukje vlees.

Natuurlijk, zo overspannen reageren we niet (meer). We weten wat er bedoeld wordt en matigen onze eet- en drinkgewoontes.
Maar ik mis de spontaniteit. Onwillekeurig denk je bij elke bitterbal of biertje: eigenlijk niet gezond maar voor die ene keer, het is weekend/vakantie/feestje/enzovoorts.
Doodjammer.

Over geestelijke gezondheid durf ik niet eens te denken. Door bovenstaand gedoe beweeg ik me toch al schichtig door de supermarkt.
.

Geklets

Bij onderstaand plaatje hoor ik Moe’s woorden weer: jij kletst als een kip zonder kop. Daar puzzelde ik over. De eerste keer dat ik een kip zonder kop zag was ik nog heel klein en begreep absoluut niet dat iemand mij met die dooie kip kon vergelijken.
Eerlijk gezegd nog steeds niet.