Man spreekt

Kerels? Een slag apart.
Vrouwen? Niet te rijmen.
Kinderen? Altijd maar afwachten.
Dieren? Gadver.
Planten? Jèk.
  – Jij leeft zeker alleen?
Neenee, ik woon met mijn vrouw, ouders, zonen, dochters, kat en hond en heb een tuin rondom het huis.
  – Wat zeur je dan?
Ik zeur helemaal niet.  Zo is mijn ervaring.
  – En wat vind je van jezelf?
Niks. Ik ben de baas van het spul.
 – Maar je bent een man, dus ook een slag apart.

Dit is niet helemaal verzonnen.
Een paar jaar geleden spraken we  iemand die op deze manier zat te jeremiëren, ontevreden over zijn inwonende ouders, kinderen en kippen. Bloedserieus zei hij letterlijk:
 ‘Een gewoon mens zou het niet aankunnen, het is maar goed dat ik me kan aanpassen’.
Hij snapte niet waarom we lachten.
==

Advertenties

Jezelf af- en uitbeelden?

Oud gegeven, blijvend actueel.
– ‘Je tekent ongemerkt altijd naar je eigen beeld,’ las ik eens.
Het intrigeerde me toen, ik wist niet of het klopte en dacht aan spiegelen.
De meeste klasgenootjes bakten er niet veel van, ik ook niet, je lette er niet op en het zinnetje verwaterde in mijn geheugen.
In de tekeningen van onze kinderen zag ik dat er waarheid in deze opvatting school; af en toe zagen we duidelijk overeenkomsten tussen kind en tekening, zelfs in de koppoters.
Toen ik later deze stelling weer tegenkwam ging ik op zoek; de kinderkunsten zijn verdwenen naar speurend in eigen krabbels legde ik er pasfoto’s naast en zag wat er bedoeld werd.
Het gaat niet zozeer om de uiterlijke kenmerken, het is meer je eigen oogopslag, het wezen, de ziel, hoe je het ook noemen wilt, die je vastlegt. En die vond ik vrij vaak terug in eigen werkjes.
Voor de aardigheid maakte ik een schetsje en bleek opnieuw een ‘zelfportret’ te hebben gemaakt.
Ingebakken in de mens? Te vergelijken met je  karakter dat je -onbewust- in een verhaaltje vertoont? Want wat is schrijven anders dan tekenen met woorden?
Om over na te denken. Het werpt een verhelderend licht op eigen onkunde om geloofwaardige personages op te voeren,  fantasie reikt blijkbaar niet verder dan je spiegelbeeld.
Zodoende begrijp je dat het scheppen van beeldende kunsten en literatuur voor slechts een kleine groep is weggelegd.

ps  ←Bij deze Mona Lisa had Da Vinci vreemde gedachten.
==

Thuisvakanties

Soms bejubeld, tot voor een paar jaar terug ook door mij.
Voorheen vond ik het lekker. Geen herrie en ik voelde me  echt ‘op me eige’.
Zodra de druk van scholen niet meer telde en de kinderen hun eigen zomer bepaalden planden we onze vakanties na de bouwvak, dan hadden we tweemaal achter elkaar een paar mooie weken.
De rustige op eigen stoep, daarna de echte.

Nu echter word ik er na een week of anderhalf ongedurig van.
De planten geteld hebbende is het wel èrg stil, een achterfje is niet hetzelfde als een mooi natuurgebied waar je van de rust geniet.
De kwestie is dat je de herrie van vroeger niet meer hebt. Er zijn veel minder kinderen en die zijn òf van babyformaat of ze zitten binnen, grotere kinderen gaan op pad, op kamp.
Buurtfeestjes zijn uitgestorven op een enkele verjaardag na, muziek hoor je zelden. Barbecuën en verbouwen wordt nog wel gedaan maar niet meer op grote schaal.
Heel fijn.
Maar de hang naar rust is nu verdwenen, in vakanties wordt het uitzicht op de stilte van schuurtje, schuttingen en buurtuinen tergend saai.

Ik zoek iets, afleiding.
Zodoende heb ik uitgekeken naar een eigen vakantie.
Met een buurvrouw zocht ik naar korte tripjes, per avontuurlijke bus of boot, of wat dan ook.
We hebben er een paar op het oog en vergelijken datum en tijd.
Een dezer dagen zijn we weg en als het me bevalt ga ik alsnog verderop.
Wordt het hier ook eens rustig.
==

.

Fruitbomen in bloei.


Daarmee  begon het.
Dan hoefden we maar te wachten tot we stiekem naar het erf konden.
Als indianen door het gras sluipend zochten we naar afgevallen peertjes. Of appeltjes, wat er maar op de grond lag.
Lekker waren ze niet. Hooguit een paar centimeter dik, groen, onrijp en bitter, door de boom als overschot afgestoten.
We aten er gretig van. We moeten gekokhalsd hebben maar dat herinner ik me niet.

Gestolen goed gedijt niet.
Straalmisselijk werden we, krampende buikpijn was ons deel en elk jaar kregen we iets lulligs te horen als ‘het gaat wel over voordat je een jongetje bent.’

Achteraf denk je: wat bezielt kinderen.
Tegen beter weten in, buikpijn op voorhand incalculerend en boze ouders erbij. Vooral mijn vader werd razend, we mochten helemaal niet op het erf komen.
En toch deden we het weer.
Ik geef niet graag toe dat we dom waren, maar wat dan wel?
==

Brááf!


Zo gaat het nog even door, 25 punten in totaal.
Het is een kindermisboekje uit 1954 en zwierf  vroeger rond van keukenla via dressoir naar rommelschaal en weer terug tot ik het bij de nalatenschap van mijn ouders vond. Het ligt nog steeds in onze boekenkast. Moe wilde het waarschijnlijk niet weggooien of ze hoopte op good vibrations naar het gezin, vroeger geloofde ze nog.

Ons leven overziend kan ik niet zeggen dat al die oproepen tot braafheid geholpen hebben.
We waren geen cent beter dan de Christelijken, Gereformeerden, Hervormden, Joodsen, Protestanten en meer andersdenkenden. (die term…)
In Brabant, waar begin 1960 nog steeds het katholicisme heerste, waren de gelovigen ook niet volgzamer dan wij. Wel makkelijker, ze hoefden zich niet aan anderen te spiegelen: er was maar één kerk.

Maar goed, ik ken nog steeds het weesgegroetje en zelfs in het Frans, dit  door overmatig strafwerk van de leraar. Het gebrek aan onze braafheid deed hem af en toe de gal overlopen, vandaar. Zal hij echt gedacht hebben dat ons dit tot inkeer zou brengen?
Je vous salue…   😀
==

Feestdagen


Carnaval hebben we gehad, Pasen nu ook, koningsdag. Pinksteren volgt nog   voorafgegaan door Hemelvaart, daarna Bevrijdingsdag en dan zijn de feestdagen voorbij.
Nou ja, vader- en moederdag, kermisen, hier en daar een jubileum daargelaten. En die ik vergeten ben.
Tot Sinterklaas, Kerstmis en jaarwisseling.
Toen ik klein was hoorde men overal aan mee te doen. Niet wettilijk, wel uit gewoonte en zéker voor een kerk.
We feestten er wat af.

Als kinderen keken we er naar uit: lekker eten, ijsjes, limonade, fijne koek, kadootjes, opgewekt stemming.
Dat laatste was niet altijd zo zeker, de verveling sloeg toe op tweede kerstdag. Slecht paasweer was ook geen pretje. Voor de groten hoefde het allemaal niet behalve Pinksteren, dat duurde  drie dagen en eindigde met kermis in Jisp.
Maar onze moe was een aartsoptimist en we kwamen de tijd door zonder al te grote onvredes.

Langzamerhand werden we het beu. Veel mensen deden er niets of weinig meer aan. Voor de pastoor kwam je je bed niet uit, Kerstmis en Pasen werden meer en meer korte vakanties of tripjes.
Alleen voor kinderen verzon je nog wat tot ze stonden te trappelen om te gaan stappen na het dessert.
Het was een opluchting, vooral voor echtgenoot. Hij haatte het opzitten en verplicht thuisblijven en zijn riem een gaatje losser te moeten maken.
Hier is het rustig op het feestfront. Nog steeds zet ik (meestal) de kerstboom. Voor mijn eigen plezier. Afbreken pleziert me nog meer.
Wie op feestbezoek komt krijgt koffie met gebak, een biertje of iets anders. Eten doen we met een klein ploegje of in een restaurant.
De meeste bijzondere dagen gaan bijna geruisloos voorbij.

Rondkijken op  de kermis is gezellig, met een vriendin markten afstruinen is nog gezelliger, af en toe een muziekavondje, en meer van dat. Stukken beter dan gedwongen vieringen.
En een biertje of lekkere hap lust ik thuis ook wel.
Straks, bijvoorbeeld.
==

Verlies van dromen

Ballonvaren, dat was een van de dingen die ik had willen doen.
En parachutespringen. Surfen op oceaanrollers en windhozen najagen, autoracen en kastelen bewonen.
Eéns komt het er van, beloofde ik mezelf, samen met echtgenoot. Daar waren we van overtuigd.
Later.
Als de kinderen op zichzelf zijn.
Als we genoeg gespaard hebben of een grote prijs winnen
En na meer alsen, dan vullen we onze toekomstdromen in.
– Toen we eindelijk volwassen waren was er weliswaar een eigen huisje maar mèt een hypotheek en een schoolgaand gezin.

Aan één gedachte hielden we vast:
Later, als het goudschip binnenkomt.
Maar dat kwam ook niet,
=

U bent…?

Vanmorgen maakte ik het weer mee, iemand lachte naar me en ik wist niet wie het was, hij kwam me hooguit bekend voor.
Ik keek hem vragend aan, hij haalde zijn schouders op en liep door. Ik erachteraan, het zal me niet weer gebeuren dat ik voor verwaand versleten wordt, dacht ik.
‘Sorry hoor, ik kan er niets aan doen, ik heb een slecht geheugen voor gezichten.’
Hij stopte, legde uit wie hij was en ik wist het weer. ‘O jaaaa….’

Het is een rare eigenschap, enkele gezichten onthoud ik wel maar de meeste pas nadat ik ze ettelijke malen gezien heb. Ik dacht dat het vaker voorkwam, toch word ik er soms op aangesproken.
Van de gezinsfoto’s zijn er verschillende waar ik ook opsta, daar herken ik me niet in. Ze hebben het me moeten aanwijzen..
Als kind keek in alle winkelruiten hetgeen voor ijdelheid werd aangezien maar louter nieuwsgierigheid was naar mezelf, dat was telkens een verrassing.  Niet altijd een blije :-/ Bovendien zei ik het liever niet hardop, bang dat het gek was.
Over de schoolfoto’s zei ik ook nooit wat. Ik zag de kleren die ik aanhad en herkende broer. Het was duidelijk wie het meisje was. Blijkbaar had ik de meeste moeite met mezelf. (Nee, aan Freud doe ik niet).

Het is niet ernstig,  niet zo erg als de echte Prosopagnosie
In de spiegel zie ik meestal wie ik ben, eigen man en kinderen herken ik uit duizenden en familie herken ik zodra ik ze zie, dus dat valt wel mee.
Dat het hoogstens een rare indruk maakt zag ik toen ik thuiskwam en bij de nieuwe buren -met wie ik vorige week had kennisgemaakt- een jonge man op het tuinpad zag staan.
‘Goedemiddag, hoort U ook bij de nieuwelingen… oh, je bent de buurman zèlf… ik zie het al. Sorry.’
Hij lachte maar wat.

Wilhelmus?

Het zei ons niet veel. We leerden twee coupletten en zongen mee indien nodig.
We leerden ook nog dat het Duitschen bloed waarschijnlijk diets bloed was, hetgeen o.a. ‘wijs’ betekent. Best mogelijk, adel had een hoge dunk van zichzelf en de Willemen zullen niet anders zijn geweest.
Emoties voelde je er niet bij.
Saamhorigheidsgevoel heb ik maar één keer ervaren, bij een een soort tweedekeus volkslied dat voor ons veel begrijpelijker was: ‘Waar de blanke top der duinen’.  We kenden stranden en zand en duinen en hadden weet van rivieren en een bruisende Noordzee. Daar had je wat aan.
De omgeving zal meegewerkt hebben.Vijfde- en zesdeklassers van alle scholen in het dorp en omringende plaatsjes zaten bij elkaar in een grote zaal,  we mochten hardop praten en lachen,  Verkeersdiploma’s werden uitgereikt, we kregen iets te drinken en koek en er was een film. Tot slot zette de muziek in met dit lied.
Uiteraard schreeuwden we zo hard mogelijk mee maar gaandeweg werd er echt gezongen en na het laatste ‘mijn Ne-he-der-land’ viel een stilte. Ongelooflijk, in een zaal vol elf-en twaalfjarigen!
We waren ontroerd. Later begrijp je dat pas.
Dat zou Wilhelmus nooit voor elkaar gekregen hebben, zijn dietse bloed ten spijt.
Voor de geïnteresseerden:
wikipedia
youtube

Over vader- en moederdag

Echtgenoot en ik hebben veel moeite gedaan om de kinderen te laten afzien van het vieren van deze dagen. We vonden (en ik vind nog) het dagen waarbij een bloemetje of een ander kleinigheidje voldoende was.
Het ging moeizaam.
Er waren de tekeningen en ingefluisterde ideetjes van kleuter-  en andere juffrouwen. Dat waren vertederende cadeautjes waar je niet omheen kon.
Later probeerden we het uit te leggen, dat het opgedrongen feesten waren, te commercieel, niet nodig.
Helemaal zonder franje kwamen we er niet langs.
Dat maakten we af met  ‘Kopen jullie samen een bos bloemen, dan zorgen wij voor taart en wat lekkers.’
Niet alle kinderen hadden er vrede mee maar op de een of andere manier kwamen we er uit.
Gelukkig maar, deze dagen zijn geen onenigheid waard.