Over vader- en moederdag

Echtgenoot en ik hebben veel moeite gedaan om de kinderen te laten afzien van het vieren van deze dagen. We vonden (en ik vind nog) het dagen waarbij een bloemetje of een ander kleinigheidje voldoende was.
Het ging moeizaam.
Er waren de tekeningen en ingefluisterde ideetjes van kleuter-  en andere juffrouwen. Dat waren vertederende cadeautjes waar je niet omheen kon.
Later probeerden we het uit te leggen, dat het opgedrongen feesten waren, te commercieel, niet nodig.
Helemaal zonder franje kwamen we er niet langs.
Dat maakten we af met  ‘Kopen jullie samen een bos bloemen, dan zorgen wij voor taart en wat lekkers.’
Niet alle kinderen hadden er vrede mee maar op de een of andere manier kwamen we er uit.
Gelukkig maar, deze dagen zijn geen onenigheid waard.

Prinsjesdag, ach…

Veel mensen genieten ervan maar eerlijk gezegd vind ik die folklore onderhand een beetje overdreven, al was deze koets beter te pruimen dat het gouden geval.
Beetje raar ook; er zijn zoveel moderne, rijkaandoende hedendaagse auto’s, voldoende wuifgroot van raam mocht een open dak te riskant zijn. Vergezeld van kleine escortes, bestaande uit lichte motoren waarvan de bestuurders open vizieren en goedgesneden motorpakken dragen, dat is toch ook chic en vorstelijk? Desnoods met een Hollandse veer op de helm.
Voor de b-goden zouden een paar oranje kevers volstaan, door de gasten zelf te besturen -verschil moet er zijn-.
Bewonderaars krijgen niet minder tijd en mogelijkheid dan nu om het stel te bekijken, te bewonderen en, naderhand, te bespreken.
Strak plan, vindt U niet?
Wat me ook een aardig gebaar lijkt is, achteraan de optocht, een paar clowns mee te laten fietsen. Kartonnen kroontjes op het hoofd en zo, je ziet immers veel kinderen tussen het publiek.
Deze indeling geeft de tv-camera’s meer ruimte om shots te nemen van een paar vrouwelijke ministers en van  bezoekers die met moeite hun ogen open kunnen houden tijdens de troonrede. Die intussen allang op Internet verspreid had moeten worden zodat regeringsleden met koning en koningin een pittig debat konden voeren in plaats van truttige hoeraatjes te  roepen.
En…
Over een eeuw zullen ze misschien zover zijn. Wanneer de auto’s antiek zijn.

Vroeger, toen alles beter was?


Dat schijnt  te hebben bestaan volgens sommige mensen, je leest het hier en daar.
Er moet een overzichtelijke wereld zijn geweest, vroeger. In hùn vroeger.
Een eigen land dat iedereen bbb bood, waarin ideale zorgtoestanden heersten, doorlopend naasten-  en dierenliefde beoefend werd en de natuur nog ‘natuur’ was. Kinderen waren gehoorzaam en alle ouders kenden feilloos het opvoedersvak. Eventuele problemen waren voer voor politici.
Buitenlanders bestonden niet, men sprak één taal.
Waarom kende ik dat land niet? Waar lag het dan? Ik ben hier geboren en opgegroeid en zou het toch moeten kunnen vinden?
In gedachten rijd ik de omringende plaatsen af, in alle windstreken, buitengebieden en dichtbevolkte regio’s en zoek daar herinneringen aan vroeger. Dat zijn er velerlei, goede en slechte maar nergens tref ik dat grote geluksoord dat er moet zijn geweest.
En waarnaar ik nooit liefhebbers terug zie gaan.  Voldoende reden om aan het bestaan ervan te twijfelen.

Verliefde buurman 6

‘Frànk? Ga weg…’
‘Ja. En Len, een vreemd mens, leg ik straks uit. Tot zo.’

‘Hoi mam, dag mamma, weet je wel mam, kijk eens mam….’ Het gebabbel leidde me af; knuffelend en luisterend loodste ik de meisjes achterin en reed naar huis.
Toch keek ik in de spiegel. Niemand die me volgde, we kwamen veilig thuis; ik zuchtte van opluchting. Meteen stoorde ik me aan mijn overdreven gedachten.
Volgde? Op de achteruitkijkspiegel letten? Eén irritante buurman en een raar wijf, het maakte me bezorgd maar moest ik om die reden politiegedrag vertonen? In het gesprek met Willem zou ik er een grap over maken, rechercheur Martje in de bocht.

We hadden het een paar uur gezellig. We aten samen, ze kletsten zonder pauzes en ik hoorde het laatste schoolnieuws, hun lieve en onhebbelijke eigenschapjes. Je zou niet geloven dat er narigheden waren. In feite raakte Frank en Len zover op de achtergrond van mijn denken dat ik opgewekt Willem belde en vroeg of hij tijd had voor een gesprek en misschien wilde Olga erbij zijn? Wie weet had ze als buitenstaander een andere kijk op de dingen.
‘We willen natuurlijk komen maar wat is er aan de hand? Iets met de kinerern?’
‘Frank.’
‘Frànk? Ga weg…’
‘Ja. En Len, een vreemd mens, leg ik straks uit. Tot zo.’
Terwijl ik koffie klaar zette vervaagde het probleem nog meer; waarom me kwaad maken om Frank, hij snapte nu dat ik hem de baas was; waarschijnlijk zouden we er om lachen.
Prrrr, whatsapp. Ik opende en las: –Heb je mannetje al gebeld? ☻-
Neeee, idioot mens, ze was toch klaar met me?  -Enfin, ik heb mijn best gedaan-  En dan die zwarte smiley. Wat een kreng. Ik brieste.
We zouden niet lachen, vreesde ik, opspringend bij het horen van Willems auto.

© Bertie
Wordt vervolgd

 

Verliefde buurman 5

‘Dacht ik een verstandige moderne vrouw te spreken, is het wéér een afhankelijk slaafje. Enfin, ik heb mijn best gedaan.’

‘Nou…’ Ik voelde me onbehaaglijk, enigszins geïntimideerd ook en wist niets te zeggen.
‘Kom op Martje, als alleenstaande vrouw moet je je problemen zelf oplossen, daar heb je toch geen man voor nodig?’ Hoog trok ze haar wenkbrauwen op.
‘Nou ja,’ hernam ik me, ‘het is vrij normaal om met een vertrouwd iemand te praten. Gescheiden of niet, we kennen elkaar door en door.’
‘O ja?’ Ze schamperde. ‘Je vraagt me om advies en dan wil je alsnog je mannetje inschakelen?’
Meteen schoot ik in de verdediging. ‘Len! Willem is geen “mannetje”.
‘Nee?’ Temend.
Het was genoeg en ik stond op. ‘De kinderen komen zo van school.’ Legde een paar euro op tafel, nam jas en tas. ‘Bedankt voor het gesprek.’ Stroef
Toegevend keek ze me aan. ‘Ik pakte het niet goed aan, zie ik.’
Ze hief haar handen op. ‘Dacht ik een verstandige moderne vrouw te spreken, is het wéér een afhankelijk slaafje. Enfin, ik heb mijn best gedaan.’
Dat stak me.
‘Zo eenvoudig is het niet, hoe kun je dat zomaar zeggen? Je weet er niets van.’
Driftig beende ik naar de uitgang.
Een blik op mijn horloge maande me tot een haast die achteraf niet nodig was. Te vroeg stond ik bij de school; tijdens het wachten probeerde ik grip te kijgen op de vrouw. Een vreemd mens. Wat bezielde haar? Me van Willem losweken? Waarom? Was ze oerfeministe of, nog erger, mannenhaatster? Of gewoon maf? Ik geloofde het niet, ze scheen me te helder toe en te intelligent.
De kinderen dromden uit de poort. Drie stuks van mij, mijn trots en superliefde, blij opende ik het portier.
Plotseling zag ik Len staan, een paar meter verderop, starend naar ons.
Ik zwaaide met een lauw gebaar; wat wilde ze van ons?

©Bertie
Wordt vervolgd