Later als ik groot ben…

…hoef ik nooit meer school, niet naar pa en moe te luisteren, kan ik eten wat ik lekker vind en ga ik werken en rijk worden en neem ik een man en 1 kind en gaan we op vakantie met de auto en alle dagen naar zee en hoef ik nooit meer boodschappen te doen en we kopen een heel groot huis en een horloge en krijg ik krullen en dikke benen en een extra luie stoel…
…waar ik nu in zit met een bord eten wat ik lekker vind.
Met de krullen kwam het ook goed.
==

 

Advertenties

Moederdag

Als kind vond ik het een feest om iets voor mijn moeder te kopen. Geld had ik amper maar ik vond altijd wel iets moois. Dat wil zeggen: wat ik zelf mooi vond.
Meestal had ze er niets aan. Wat moest ze ook met een glazen siersuikerpotje+deksel, een plastic boterkuipje, een dejeunertje met bloemetjes,  en meer prullaria. We hadden een groot gezin.
Dat waren de dingen die ik prachtig vond, ademloos wachtte ik tot ze ze uitpakte. Dan keek ik de hele dag naar dat moois al lachten de groten me uit.
Gaandeweg besefte ik dat de cadeautjes meer voor mezelf waren dan voor Moe.
Een van de broers was praktischer. Hij lachte me uit om mijn ‘rotzooi’ en kocht tenminste iets nuttigs. Zei hij. Hij kreeg dan ook meer zakgeld.
En waar kwam hij mee aan?
Met een heuse frituurpan, nu kon ze betere patat bakken. Een klein formaat, dat wel, er ging precies voor 1 persoon in. Handig!
Toen werd er pas echt gelachen.

‘Mister Sandman’ en Moe’s geduld.

Dit liedje hoorde ik als kind.
Zo klein als ik was voelde ik me beledigd door de Nederlandse tekst:
‘…geef mij een droom met diepblauwe ogen,
twee donkerbruine hebben mij bedrogen..’
Ik had de donkerbruine, een broer wees me daar op. Natuurlijk.
Veel later begreep ik dat ik me hiermee had laten kennen als ’n beetje kleinzielig maar, troostte ik mezelf, ik wàs toen immers een klein zieltje?

Dat probeerde ik uit te leggen maar werd niet serieus genomen, alleen mijn moeder had voldoende geduld. Die arme moe, ze heeft heel wat gekwebbel moeten aanhoren en ze deed het ook nog. Sokken stoppend en breiend knikte ze en gaf antwoord. Ik neem aan dat het zo in de meeste grote gezinnen ging, de vaders hadden andere plichten.
Daar sta je als kind niet bij stil omdat je het gewoon vindt.
Achteraf vroegen we: werd U niet knettergek van ons? (we zeiden toen U tegen de ouders).
Ze lachte maar wat.
En luisterde nog maar eens.

Voor wie het liedje wil horen, klik op de  link
Het is in het Engels, de Nederlandse versie kon ik niet vinden.

Bezoek aan Petrus 1

Aandachtig rondkijkend dwaal ik door de hemel. Het is er doodsaai.
Petrus tikt me op de schouder.
– Je bent te vroeg, mens.
O, zeg ik, ik wilde even checken of braaf zijn de moeite loont.
– En?
Nee. Er is hier niets te beleven, al die goedheid maakt me nerveus.
Beledigd pakt hij me op en gooit me eruit.
Opgelucht land ik op mijn bed.
Dit had ik als kind moeten weten, nooit meer braaf zijn, wat een feest.

Als kind…

…schreef ik een boek
een heel dik boek
van minstens zestien vellen;
over Moortje onze kat
van ouders als een rechtend pad
en liefderijke zusmodellen.
Ook de school kwam aan de beurt
uiteraard in roz’ gekleurd
dan de kerk met god en hemel,
zaligzinnelijk gefemel
van engelen die braafheid kweelden
zoet als bloemen.  Woorden streelden
en penseelden
zacht mijn kinderlijk geloof
voor realisme was ik doof.
Gehoorzaam schreef ik mijn verhaal.
Een kind is willig materiaal.
© Decomenik

Dag gasten en hallo dooie boom

_
De gasten zijn vertrokken, beddegoed geruimd.
Het huis is weer van mezelf en de vaatwassers pruttelt.
Een kind te logeren hebben, al of niet met partner,  is heerlijk, daar kan geen weblog tegenop. De napret is groot en groots. De resterende lekkere hapjesvoorraad ook; die kan ik mooi inhalen bij de Brekende Dijken op Uitzending Gemist.

Eerst even over begroeisels van de oude kersenboomstam.
Er zit een mos?zwam? – onbekend voor ons- op het afgezaagde plat. Daarbovenop nog een ander ding hetgeen we aanzagen voor iets viezelijks maar dat eveneens een plant blijkt te zijn, net als het beige rolletje dat er achter ligt.
Heel apart, het geheel lijkt op een pannenkoek  met oude spinazie en een vluchtende muis.
Dat de boom dood ging was jammer maar we krijgen er een mooi ding voor terug nu de zijkanten bemost raken.
Dat hij ook nog een slipper geeft is helemaal het einde. Moet een antwoord zijn op het sintversje.

mos5