fatsoenlijk.

Een net oudje

Kind, dat is toch een leuke jongen? Ziet er keurig uit, netjes geknipt.
Wie had je bij je gister? Zo te zien een fatsoenlijk meisje, net gezin zeker?.
Waarom draag je die broek niet vaker, staat je zo keurig.
Zucht.
Complimenten als keurig en netjes deden me meteen naar boven vliegen om me te verkleden.
Fatsoenlijk, grrrrr. Vreselijk, afschuwelijk, ijselijk, dit soort woorden eindigen niet voor niets op -lijk: je wilde zo nog niet dood gevonden worden.
Het waren woorden die we associeerden met stijf en truttig, braaf. Fantasieloos en niks durvend. Een soort engel.
Hoewel ze zelf juist een vlotte vrouw was had ze liever volgzame dochters maar ja, vroeger waren ouders altijd bang voor onverhoedse zwangerschappen.
Dat begreep ik later.
Bij het volwassen worden veranderde ik niet echt. En nu ik oud ben nog steeds niet helemaal.
Maar er is verschil.
Afzakkende schoudershirtjes, zwarte mascara, te strakke rokjes met brede ceintuurs, vreemde kapsels, het is er niet meer bij.
In de spiegel zie ik een gewoon gemiddeld vrouwmens.
Ongeveer vijftig procent,  veertig misschien, maar zéker dertig procent van die nette dochter ben ik dan toch geworden. Uiteindelijk.
Jammer dat Moe het niet meer ziet.
==
dame·ontmoeting

Kammientschille

 – Hoi Bertie, riep ze.
Ik draaide me om en zag een vlot dametje, goed gekapt, ze lachte.

Ehh, ja,  ze had iets bekends..  – Ik ken jou toch ook, zegt ze.

Ineens had ik het.
 – Marietje! Natuurlijk! Je bent zo sjiek.
 – Ja, antwoordt ze, ik probeer me zoveel mogelijk als een dame te kleden. Ik ben vijfentachtig en wil er niet als een oud besje bijlopen.
 – Dat is te zien, het maakt je jong.
 – Je mag gerust weten dat ik er veel voor over heb, af en toe naar de schoonheidsspecialiste, elke week naar de kapper, kammientschille, ik kan het geld toch niet meenemen.
 – Groot gelijk en je hebt er eer van, je ziet er piekfijn uit.
Blij en gestreeld keek ze rond.
We praatten nog wat, houdoe, en ze reed verder, keurig de fiets opstappend met bedekte knieën.
Een enige ontmoeting.
Daar werd ik zelf ook blij van.
==
herinneringen

Nette mensen

Teruggrijpend op het vorige logje denk ik aan de strengheid van de jaren vijftig.
We waren een arbeidersgezin, niets deftigs aan.
Katholiek, met protestantse en christelijke buren en meer soorten kerkelijken.
Allemaal dezelfde mensen, een viswinkel, bloemist en postkantoor, bushalte. Gewoner kon niet.
Toch was er een zekere stand. Een triestig soort waar we nu de schouders over ophalen maar toen heette het: als het er maar netjes uitziet..
Achter veel voordeuren speelden zich onverkwikkelijke zaken af maar naar de buitenwereld wilde iedereen zich keurig voordoen.
We vloekten niet, scholden niet in het openbaar, voortuintje was altijd geharkt, we droegen handschoenen naar de kerk en meer van dat.
Wat fatsoen betreft waren het barre tijden, we verslikten ons er zowat in. Deze opvattingen bestaan nog steeds
Geen wonder dat als  tegenspel de hippietijd omarmd werd.
Zonder dat we het over neukwater hadden.
.