Bang voor onweer

Oud stukje. Echtgenoot is er niet meer, mijn angst nog steeds.

‘Het onweert…’ kwam ik binnenvliegen. Echtgenoot keek op, ‘het is nog ver.’
‘Weet ik,  het is evengoed èng.’
‘Wat dondert het,’  probeerde hij  maar ik kon er niet om lachen.
Nerveus liep ik naar boven, mijns ondanks gefascineerd door de aparte lichtval die donderbuien met zich meebrengen. Rrrrrrommmmm klonk het, plotseling vlakbij;  geschrokken rende ik weer naar beneden.
Van de keuken naar de serre, stil blijven zitten is niet weggelegd voor een bangerd.
Een dikke wolk barstte open.
Hoog-opspattende druppels, regennevels die van dak naar dak joegen deden me de camera grijpen maar door een keiharde knal  trilden mijn handen teveel en opnieuw vluchtte ik, ditmaal naar de veilige huiskamer waar ik mijn man wist.
Mijn trooster, veilige haven, mijn superman.
Die stoïcijns voor de  televisie bleef zitten.

Jungletje

Drie weken niet snoeien, schoffelen en wat dies meer zij. Een zegen voor de natuur, zou je denken.
In een binnentuintje ligt dat anders, daar heb je al gauw een mini-oerwoud. Tot nog toe ziet het er mooi uit maar het duurt  niet lang of de schuurdeur kan niet meer open. Geen ramp als de wasmachine en droger er niet zouden staan en de fietsen.

Van de andere kant lijkt het me wel wat er een attractie van te maken.
Met een imitatie-Tarzan en -Jane in de lianen, zwierend van druif naar schutting, buitelend over de waslijn en elkaar kirrend achterna zittend tussen koninginnenkruid en bamboe terwijl Cheetah met de buurhond flirt.
Krokodil in het vijvertje, kokosnotenpalmen, giraffe (dwergexemplaar i.v.m. gluren) voor de gezelligheid, krijspapegaaien, extrasterke beamers voor tropisch effect, ik zie het wel zitten.

Maar het onderhoud, dat houdt me tegen. De keuken houd ik liever groenvrij.
Een hark en snoeischaartje zullen waarschijnlijk niet voldoende zijn om planten en dieren te snoeien.