Aansluitend vers op vorig logje

Toen ik de keuken leerde kennen
met inbegrip van pot en pan
was het makkelijk te wennen
aan het smaakgebruik ervan.
Zaligheid te combineren
groenten vlees en verse sjuutjes
champignons met kaasfonduutjes
en de smaak te reguleren
tot een tongstrelend menuutje.

Nog steeds zal ik met graagte zoeken
in opwindend-zoete boeken
die getuigen van het eten
ondanks dokter’s beterweten.

Advertenties

Reuzenwesp of hoornaar?

‘Hoor je dat vreemde geluid? Zeker een nieuw soort helicopter.’ Kennis keek op.
We gingen naar buiten maar zagen niets en hoorden ook niets meer.
Weer binnengekomen vloog het vreemde geluid ons om de oren. We schrokken.
‘Tjeuss, dat moet een libel zijn, wacht, ik stuur hem naar buiten.’
Zwaaiend met een krant tikte hij het geval aan dat haastig de keuken in dook en zich verschool achter de de radiator.
Geschrokken keken we hem na. Het was geen libel maar een bovenmaatse wesp. Een hoornaar, denk ik.
We vonden hem niet meer en hoopten er het beste van.
Het zat me niet lekker. Van de meeste steekbeesten ben ik niet erg bang maar dit gevaarte vond ik eng, zo fors en luidruchtig, zal hij ook wel een groot ego hebben.
In sluipgang door de keuken en vooral niet kuchen of zoiets leek me het veilgst.
Het was onnodig. Plotseling liet hij een korte en zeer luide zoem horen en viel voorgoed stil.
We zochten en vonden hem op een schoteltje in de gootsteen. Gekrompen want kromgetrokken alsof hij buikpijn had, wie weet?
Voor de foto probeerden we hem recht te trekken.
Het lukte niet, hij hield zijn poot stijf. De andere vijf  ook trouwens.
We rouwden niet.

Hersenen en zwezerik

Onlangs sprak ik de vrouw van wie de man graag gebakken hersenen at. Het was een feestmaaltje voor hem.
Ze haalde herinneringen op. ‘Hij heeft er tot zijn dood van gesmuld en vond het jammer dat de rest van het gezin de keuken uitliep als hij ze weekte en bakte, zelfs de uien konden het niet goedmaken. En het stonk ook nog.
Ik heb ze nooit geroken en er ook geen behoefte aan.
Wel weet ik nog hoe ze eruitzagen, zwemmend in een plastic bakje, bij de slager. Net als op het plaatje maar bloederiger en vellerig, als een tros aangeschoten wormen. Veel klanten trokken een vies gezicht.
Het was het idee dat tegenstond, orgaanvlees is al niet aantrekkelijk maar dit lijkt het ergste.
Bijna,  zwezerik , de gedachte aan een kind op je bord vind ik nog akeliger. Pervers eigenlijk al weet ik dat het onzin is.  Sterker, het werd beschouwd als een luxe lekkernij.
Maar wie weet hoe smakelijk het is. En hoe we zouden oordelen in tijden van hongersnood.
Voordat iemand zich aan het eten van deze vleessoorten waagt is het lezen van  dit stukje over hersenen  van Johannes van Dam misschien interessant. Het is het weten waard.
Voor beginnelingen: in het oude kookboek staat een eenvoudig recept.
Eet smakelijk, wie weet word je er pienter van.

Oud en wijs genoeg? Vergeet het maar.

‘Wat  moest ik ook alweer doen in de keuken?  Uhm… o ja, de koffiemelk pakken.’
‘Ik weet toch zéker dat ik hier die sleutels heb neergelegd.
‘Ga ik voor brood naar de winkel, vergeet ik het alsnog.’

Van die dingen. Niet dagelijks maar het wringt.
Was ik blij dat ik bij het volwassen worden eindelijk niet meer die doos-zonder-deksel was (mijn moeders woorden), ga ik nu weer terug in de tijd.
Om bang van te worden.
Het is dat ik veel mensen ken die hetzelfde meemaken en toch gezond ouder worden, anders zou ik ernstig denken aan een naargeestige nabije toekomst: een reisje back to basic.
Dementie.
Het is een schrikbeeld. Het kost me moeite om niet iedere kleinigheid te interpreteren als een aanwijzing in de trant van ‘Zie je wel? Daar heb je het al.’ Daarom houd ik me voor dat het logisch is.  Alles slijt, het geheugen ook. Je kunt minder onthouden.
Daar klamp ik me stevig aan vast.
Aan dit, eh, aan wat ook alweer??

Bang voor onweer

Oud stukje. Echtgenoot is er niet meer, mijn angst nog steeds.

‘Het onweert…’ kwam ik binnenvliegen. Echtgenoot keek op, ‘het is nog ver.’
‘Weet ik,  het is evengoed èng.’
‘Wat dondert het,’  probeerde hij  maar ik kon er niet om lachen.
Nerveus liep ik naar boven, mijns ondanks gefascineerd door de aparte lichtval die donderbuien met zich meebrengen. Rrrrrrommmmm klonk het, plotseling vlakbij;  geschrokken rende ik weer naar beneden.
Van de keuken naar de serre, stil blijven zitten is niet weggelegd voor een bangerd.
Een dikke wolk barstte open.
Hoog-opspattende druppels, regennevels die van dak naar dak joegen deden me de camera grijpen maar door een keiharde knal  trilden mijn handen teveel en opnieuw vluchtte ik, ditmaal naar de veilige huiskamer waar ik mijn man wist.
Mijn trooster, veilige haven, mijn superman.
Die stoïcijns voor de  televisie bleef zitten.

Jungletje

Drie weken niet snoeien, schoffelen en wat dies meer zij. Een zegen voor de natuur, zou je denken.
In een binnentuintje ligt dat anders, daar heb je al gauw een mini-oerwoud. Tot nog toe ziet het er mooi uit maar het duurt  niet lang of de schuurdeur kan niet meer open. Geen ramp als de wasmachine en droger er niet zouden staan en de fietsen.

Van de andere kant lijkt het me wel wat er een attractie van te maken.
Met een imitatie-Tarzan en -Jane in de lianen, zwierend van druif naar schutting, buitelend over de waslijn en elkaar kirrend achterna zittend tussen koninginnenkruid en bamboe terwijl Cheetah met de buurhond flirt.
Krokodil in het vijvertje, kokosnotenpalmen, giraffe (dwergexemplaar i.v.m. gluren) voor de gezelligheid, krijspapegaaien, extrasterke beamers voor tropisch effect, ik zie het wel zitten.

Maar het onderhoud, dat houdt me tegen. De keuken houd ik liever groenvrij.
Een hark en snoeischaartje zullen waarschijnlijk niet voldoende zijn om planten en dieren te snoeien.