kerst

Na de Sint

Het zijn dagen van vrolijkheid al vieren we het Sinterklaasfeest niet. Een grote chocoladeletter – of twee – en daarmee is het bekeken.
Intussen bedenk ik wat te doen met de kerst.
Natuurlijk wordt er een dag  samen gegeten en met een glas – of twee –  de avond doorgebracht, dat staat vast.
Daarmee begint het gepieker, een aangenaam gepieker moet ik zeggen.
Wat en welk en hoeveel van alles en dessert of ijs? en welke wijn of bier en horen chips bij kerstmis? maar kaas gaat er altijd in en andere hapjes ook en mag hun hond ook een kerstbrokje of beter van niet …
Fijn om voor te bereiden en vurrukkulluk alles op te eten.
Maar ook ben ik blij dat we dit maar één dag doen, ik moet er niet aan denken zoiets voor twee of meer dagen te verzinnen  terwijl de tweede dag  broodnodig is om uit te buiken.
De rest van de maand ben ik weer baas in eigen huis.
Nu eerst een besluit zien te nemen over boom en versiering.
Ja-nee-waarom niet of wel wanneer en in welke hoek en waar waren die reservesnoeren ook alweer…
==

herfst·vervolgverhaal

Herfststorm in drie hoofdstukken. Slot.

Toen grepen we in.
Een ramp overleven en met een aftandse haas afgescheept worden? Nee…
We keken  elkaar aan en begrepen.
Brachten het waterkanon in stelling en schoten Willem met al zijn dieren de fietsenstalling uit, de donkerte in, Sjaak en de leeuw joegen we er achteraan. Haas en kalkoen stopten we in een zak, daar zou de kookschool wel weg mee weten.
De scholieren namen de buit in hun armen, vertroetelden en voerden wortels en maïs. ‘Eerst bijvoeren,’ zeiden ze, ‘dan zijn ze met kerstmis eetbaar.’ Daar hadden beide dieren vrede mee.
Dankbaar waren de leerlingen ook, ze hadden niet veel op met loslopend vee en schreeuwende broers, ze bakten als dank verse aardappelen met champignons,  maakten verantwoorde mayonaise  met tijm en peterselie, ze plukten zelfs tomaten en sla, en dat midden in de nacht.
Gretig doken we op de maaltijd, hongerig als we waren door de stormachtige gebeurtenissen.
Na de koffie bekeken we ons huis waar de ravage ons zo afstootte dat we meteen om een voordelige woning mailden die onmiddellijk werd geleverd.
We zetten hem op een mooie plek.
In de opkomende zon en een schoongewaaide lucht rustten we uit op ons spiksplinternieuwe terras met uitzicht op de populinde waarvan de takken al aardig uitliepen.
We waren moe. Een nacht als deze, besloten we, willen we nooit meer meemaken.
En sliepen in.

uiterlijjk

Kerstvoorbereidingen

Met de kerst doe ik iets meer moeite voor het uiterlijk, gasten moeten tenslotte een hele maaltijd tegen je aankijken.
Daartoe is oefening nodig.

Kleurtje hier, lakje daar, misschien gooi ik er nog een paar nieuwe sokken tegenaan.
Een extra bloem in het haar telt niet meer mee. Ik probeerde het met de tak van een kerstster maar de gelijkenis met een jeugdige oma  was te treffend.
De juiste haarkleur is gauw gevonden want maar een klein beetje nodig, in geval van nood kan ik altijd nog een langharige  puppy  op het hoofd binden.
Nagellak blijft achterwege, ik vind het een vreemd gezicht bij het opdienen en afruimen, bij al het keukenwerk. Misschien kan er een huishoudkleurtje op, biogroen met rodekoolpaars of zo.
Ook denk ik aan een carnavalsbril met voorgedrukte ogen maar dan in het serieuze, met de eigen kleur, wimpers aangezet, lijkt me ideaal.
Lippenstift is nog niet aan de beurt en van een kunstneus is geen sprake, er zijn alleen maar ‘lollige’ feest- en clownsneuzen. Als ik nou eens met wat gesmolten was of kaarsevet zèlf een mooi modelletje vorm en roze verf?  Handje sproeten erop? De juiste lijm gebruik?  Heb ik eindelijk dat begeerde eigenwijze neusje.
Hoewel…
…kan ik niet beter een nieuw hoofd kopen?

verhaaltje

Kerstverhaaltje no1

Papa kijkt op de kalender.
‘Heb je dat gezien, het is bijna kerstmis.’ Zorgelijk.
‘Nog twee weken,’ sust mam.
‘Komt er weer een feestdiner?’  Nu openlijk vijandig. ‘Dan ga je maar naar de poelier.’
Mam kijkt hem aan. ‘Ja,  maar we eten rollade deze keer. En groentesoep.’
Opgelucht zakt hij in zijn stoel.
Dan, energiek nu, staat hij weer op. ‘Ik ga de beesten voeren.’
Mam knikt.
Ze ziet hem langs de ruiven lopen; met aandacht geeft hij de konijnen hun portie, strooit wat voor de kippen. Strijkt koerend langs de duiventil.
Hij hoeft niets te slachten dit jaar. Noch ervan te eten.
Papa zal een vredige kerst hebben.