kat

Katten

kat-3657283__340
Ik houd van ze.
Onze vroegere honden waren ook lief hoor. Maar ja, het waren, eh, nou ja, honden.
Lief, trouw, bezitterig, ze konden je zo afwachtend aankijken met die aandoenlijke ogen. Ze deden denken aan de echtgenoot die je ouders het liefst als schoonzoon zagen.
Wat ouders als schoondochter voor ogen hadden weet ik niet maar zeer zeker geen kat.
Niet dat ik op een kat leek. Ik ging niet ’s nachts de hort op, eiste nooit de beste plek in de vensterbank. Vogels lustte ik niet.
Wel had ik graag op ze wíllen lijken. Niet alleen om hun onnavolgbare gratie, het is hun eigenzinnigheid die ik bewonder.
Katten gaan ver daarin. Ze verruilen van honk zonder zich voor de gevolgen te interesseren, gaan terug – of niet-  als het ze uitkomt.
Je begrijpt: dat zou ik niet doen.
Maar die onafhankelijkheid, zich niets van iemand iets aantrekken.
En niet opzichtig uitdagend, gewoon hun gang gaan.
Het gebrek aan plichtsgevoel, dat is des kats.
Het lijkt me bevrijdend.
==

gepieker·piekeren

Meer (zinloos) gepieker

Huisdieren herkennen hun baas(jes) altijd en overal.
Je leest ook van wilde dieren die een vroegere oppasser herkennen, met name olifanten schijnen daar sterk in te zijn,  zie mammoet- en van eendjes en ganzen zegt men dat ze maar één wezen herkennen: mens of vogel die ze het eerste zien wanneer ze uit het ei komen.
Welke van deze vertelsels waar zijn weet ik niet.
Ik vraag me af hoe het is met tamme dieren.

Kennen alle koeien de boer, zijn gezin en eventuele knechten?
Laten ze bij de een meer melk los dan bij de andere?
En geiten, hoe mekkeren die bij het zien van de eigenaar?
En schapen? Blaten ze vriendelijker bij de een dan bij de ander? Is hun wol beter bij een lieve baas?
Paarden? Lama’s? Struisvogels?
Hier maak ik me niet ernstig druk over,  ik vraag het me alleen maar af.
Een piekeronderwerp dat vrijblijvend is.
Zoiets als bezigheidstherapie.
==

televisie

Televisieprogramma’s

Zappend kwam ik terecht bij het Familiediner. Dat had ik ik al zo lang niet meer gezien, ik was nieuwsgierig.
Het blijkt nog steeds een zwaar-menselijke vertoning.
Zo pakkend, ik werd meteen geraakt.
Vrat me op bij stijfkoppen en had tegelijk meelij met ze, je zou maar behept zijn met zo’n trekje en je dochter/zoon eveneens, sta je allebei mooi voor het blok.
Net voor ik in meelevende tranen uitbarstte dacht ik aan mijn eigen karakter, ook niet altijd lief en meegaand. Toen was de aardigheid er af en zocht ik naar de kattendocumentaire op NPO 2 maar was te laat.
Dat krijg je ervan als je je teveel inleeft bij huilprogramma’s.
Voorheen had ik daar weinig last van, nu is het Naatje. Teveel gevoel voor ellende en het moois vergeten. Gottegot wat een droef realisme.
Gelukkig is er nog  Uitzending Gemist.
Om de katten te bekijken en het diner te vergeten.
Ik flans zelf wel iets in elkaar en houd het droog.
==

poep

Hoge nood

Dit is een verloren hoek in het achtertuintje.
Blijkbaar raakte een of ander dier geïnspireerd, in het voorjaar lag er opeens een bergje ontlasting onder het vogelhuis. ’s Morgens vond ik het, het moet ’s nachts neergelegd zijn.
Het waren drollen als die van een middelmaat hond, denken we. Wat groter dan bijv. een beagle.
We vroegen links en rechts maar niemand kon het verklaren.
Misschien een grote kat, zeggen een paar mensen. Maar dat geloof ik niet, katten zijn me door en door bekend en hun poep ook.
Onbegrijpelijk. Het muurtje is 1.75- 1.80m hoog, de schuur daarachter veel hoger, tuin is rondom afgezet en gesloten met een stevige poort. Een hond kan er niet in.
En dat is het raadsel dat we nog steeds niet hebben opgelost:
welk dier dan wèl?
Voor de stank heb ik het opgeruimd, jammer genoeg zonder foto te nemen.

Springt ’s nachts een vreemdeling  in de tuin om zijn behoefte te doen? Een engel? Duiveltje? Slingeraap?
Bestaan er katten die grote hopen neerleggen zonder het onder te krabben? Liepen er leeuwen los? Was de wolf hier?
==

hond·karakter

Hebben honden mensenkennis?

In de roman die ik las kwam een kat voor die een hekel had aan iemand, zo vurig dat hij de man krabde als hij de kans kreeg. Of een kat dat echt zou doen is een vraag.
Mij deed het onmiddellijk denken aan R, een vroegere vriendin.

Elke hond die we hadden (nou ja, in totaal maar 3) was bang voor of kwaad op haar.
Zodra ze de achterdeur opendeed reageerde de eerste (fox)  door op te vliegen en in de verste hoek  zitten terwijl een fox niet bang is aangelegd.
Bij de volgende (basset) werd het grommen en tanden laten zien, zo ver mogelijk van haar af.
De laatste (spaniel) zat haar -ook al op een afstandje-  in de gaten te houden, bij bewegingen gaf hij een inwendige grom.
Later, toen we geen dieren meer hadden, kwam er een  vinnig  dwergpoedeltje op visite, tegelijk met R. Je raadt het al, het beest ging tekeer als een razende en we moesten hem buiten zetten waar hij zich schor kefte.
Ze probeerde wel eens een aaitje maar ze lieten het niet toe, hapten zelfs naar haar hand.
We vroegen of ze dat elders ook tegenkwam, die hekel van dieren. Ze wist het zelf niet.
Aan de katten merkten we niets, die smeerden hem sowieso al als het te druk werd.

We hebben nooit geweten wat zij in zich had waarmee ze de honden zo op stang joeg.
Ze gedroeg zich heel gewoon, we konden het goed met elkaar vinden.
Misschien dat haar harde stem, samen met haar drukke manieren iets opwekten? Voelden ze haar onverschilligheid als een afwijzing? Het is raden.
Zou het dan toch waar zijn dat dieren een karaktertrek onderkennen? Maar welke dan?
=

dieren

Dierenprivacy


‘In België krijgen de dieren recht op privacy’ aldus de telegraaf
Niet iedereen is gecharmeerd van het idee, zie de dagelijksestandaard
Het zal er voor de bezoekers van dierentuinen misschien anders gaan uitzien, verwacht men.
Ik weet het niet, zomin als ik weet hoe het zit met die behoefte van het dierage.
Van je eigen beestjes merk je het wel. Een hond zou nog in zijn diepste dromen geaaid willen worden, veel katten daarentegen zoeken wel degelijk een afgezonderde plek op.
Muizen en spinnen zijn zeer op hun privacy gesteld.
Alleen als ze dringend de kamer moeten oversteken vertonen ze zich en rennen met een noodgang naar de overkant.
Ik heb ze wel eens nageroepen: ‘Waar is de brand?’ maar ze gaven geen antwoord.
Zou ik ook niet doen als iemand met een opgerolde krant en hamer klaar stond.

Paarden en koeien worden juist graag betrokken bij de mens.
Toen we nog fietsten mochten we graag een gesprek met ze aangaan, meestal kwamen er zoveel bij staan om mee te kwebbelen dat het hek bezweek en we de boer opriepen alle dieren weer te vangen. Het was spannend, zwaaiend met lasso’s en zo.
De beesten praten er nu nog over.

Overigens is het idee niet nieuw, getuige dit stukje uit 2010 in scientias
Ook werd er in 2016 gepleit voor het weghalen van vogelwebcams
Waarschijnlijk is er vaker melding van gemaakt.
Tot mij dringt het nu pas door.
Alsnog mijn excuses aan alle introverte dieren.
===

dierenvrees

Bang voor de boze wolf?


Misschien terecht, je zou maar schaap wezen.
Ik maak me drukker om andere beesten. Geen wereldprobleem, ik weet het, toch voelde ik me als kind belazerd wanneer ze me te na kwamen.
Na hoogte- en andere -vrezen is dierenvrees mijn sterkst ontwikkelde eigenschap.
Er zijn uitzonderingen. De meest humeurige katten mogen ze me in handen stoppen, niet alle honden jagen me angst aan, weilandvee durf ik te aaien zolang er iemand bij me staat die me bijstaat, jonge koeien willen nog wel eens rare passen maken.
De konijnen van mijn vader zou ik nooit oppakken, ik stak ze spriet voor spriet het gras toe door de tralies.
Voor de kippen ging ik op de loop, altijd bang dat ze me in de benen zouden pikken. Duiven en witte muizen, hobbies van een buurjongen, tolereerde ik zolang ze uit mijn buurt bleven.
Zie ik een paard op de weg, draai ik meteen om of zoek de dikste boom om achter te schuilen.
Honden -die vroeger gewoon losliepen- hebben heel wat van mijn kinderplezier vergald met hun agressieve en nijdige geblaf als je langsrende. En ze ruiken angst, ze zullen niet meteen bijten maar houden je wantrouwend in de gaten. Dan besterf ik het.
We hadden cavia’s, hamsters, parkieten, geen van allen durfde ik te pakken, goudvissen en guppies haalde ik uit het water met een zeef waarvan ik de steel verlengd had met een stok.
Al jong durfde ik het Zwet niet meer in, ook niet in ander natuurwater. Onder het oppervlak huisde godweetwat en het bewoog allemaal.
Over de hekel aan insecten en grondgespuis zullen we het maar niet hebben, daarin sta ik niet alleen.


Het idee dat er met de klimaatopwarming nog meer griezelig spul te voorschijn komt doet me huiveren, daarom groeit in mijn achterhoofd het plan om te emigreren mocht het te heet worden.
Noord- of Zuidpool, dat lijkt me wel wat.
Moeten ze wel de ijsberen in besloten gebieden houden.
En garanderen dat de opwarming niet tot de polen reikt.
Ik wil niet met een gevaarlijk paard of dolle hond op de laatste ijsschots terechtkomt.

dieren

Zwerfdieren opvangen

In een naburige plaats wordt geld gevraagd door de Dierenopvang.
Ze vinden dat de omringende gemeenten horen mee te betalen aan de inmiddels ruim duizend katten en vijfhonderd honden jaarlijks opgevangen dieren, die moeten wachten op een geschikt tehuis. Het centrum hanteert namelijk een anti-inslaapbeleid, dit vergt meer personeel en betere opvangruimte .
Prachtig ideaal.
Krijgt het nu zo’n 34 eurocent per inwoner per jaar, voor een goede opvang moet dat naar 75 ec. Het is tenslotte een gemeentelijke taak, uitbesteed aan het opvangcentrum.
Het probleem is niet nieuw maar weer is de vraag:
moeten alle zwerfdieren opgevangen worden of mag men ze laten inslapen?
Meer geld zou ik geen bezwaar vinden, het liefst hield ik alle honden en katten in leven maar om ze nou weken, misschien wel langer, in gevangenschap te houden vind ik minder diervriendelijk.  Wat met probleemdieren? Ik weet van een hond die drie keer werd teruggebracht, het zit er dik in dat het geen huishond wordt. Hoe voelt dat voor een beestje dat er niets van snapt?
En oudere dieren? Die zijn vast niet zo populair als schattige puppies, kittens en knabbelkonijntjes. Hoelang wachten die?
Dan vraag ik me af of pijnloos laten inslapen niet een betere oplossing is.

Een extra actie via advertenties en tv-reclame zou misschien de diereneigenaren tot nadenken stemmen voor ze hun huisdier ophokken of, erger, loslaten.
Een actie waarin de nadruk gelegd wordt op de waardeloosheid van zo’n daad,
In de trant van:
‘Bent U ook zo’n dierenbeul?? Nee toch…’

dieren

Dierenleed

‘Dierenambulance redt katten uit grof vuil’ las ik ergens.
Meteen kwam er een akelige herinnering boven, aan een man die katten lokte en vermoordde. Iemand die ervan wist vertelde het, ‘je wilt het niet weten,’ zei hij.
Dat wilde ik natuurlijk wel en betreurde deze wetenschap bitter. Ik ga niet uitleggen op welke manier de dierenbeul te werk ging maar het eindigde met uithongering van de beesten. Ik lag er vaak wakker van.
‘Geef hem aan bij de politie, het is strafbaar,’ drong ik aan.
Dat durfde de boodschapper niet. Hij had geen bewijzen, zei hij. Achteraf vermoed ik dat hij bang was, begrijpelijk.
Ik was  er kapot van en begreep het niet. Waarom schoot hij ze niet direct dood? Dat is ook erg maar dan lijden ze minder, redeneerde ik onnozel.
Je vraagt je af:  zijn het dezelfde mensen die als kind kikkers opblazen, hooiwagens de poten uittrekken, honden een blikje aan de staart binden, de kat in het water gooien, schildpadjes op hun rug leggen?
Of  zoek ik het te ver?