Weg ermee.

hondbasset-2427600__340     katkast2 014

Al heel lang  stonden en hingen er een paar foto’s en plaatjes van huisdieren. Ex-huisdieren.
Steeds vaker  overviel me een onaangenaam gevoel als ik ze zag.
Telkens weer.
Ik bekeek ze en bekeek ze en ineens begreep ik het:
kater, mannetjeshond, vroegere kater en nog meer, ze zijn niet goed.
Toen had ik het door en haalde ze weg.
Ze moesten plaatsmaken voor aangepaster foto’s.
Meer van deze tijd, maar vooral voor mijn eigen gevoel.
Nu liggen ze onderin de kast.
Het geeft me veel voldoening.
===
HIER
HIER
======

Niets meer aan te doen (1)


Bij het openmaken van de doos trilden mijn handen. Verdorie, al
wéér een kater.
pakpapier1Geërgerd rukte ik het plakband aan flarden.
Een opgevouwen krant verscheen. Zonder argwaan nam ik hem op, keek en…
…legde hem meteen terug.
En keek opnieuw, me vasthoudend aan de tafel.
Dit, dit bestond niet.
Dit kon niet.
Geschokt, stom, zag ik de voorste helft van onze jonge kat. Op z’n zij, bek half open, kopje gedraaid met een kierend oogje. Een kreukelige vuilniszak stak er half onderuit.
Ik viel bijna flauw en zakte op een stoel.
Hulpzoekend dwaalden mijn ogen de keuken rond, zagen niets dan de spiegel met mijn eigen witte gezicht.
Geen moment twijfelde ik aan de afzender, mijn ex van wie ik dacht dat hij eindelijk onze scheiding accepteerde.
En nu dit, mijn god. Dit was te erg, hier moest ik wat aan doen.
Dat zou ik hem inpeperen en tikte zijn nummer in.
Hij nam niet op, de lafaard, zijn gram was gehaald.
Wat nu.
Een vuile mail? Politie waarschuwen? In een tweet rondsturen?
Langzamerhand veranderde mijn schrik in woede, dit was geen kleinzielig getreiter meer.
Nog een geluk dat we geen kinderen hadden. Deze gedachte benam me bijna de adem —een kind, alles voor een kind, waarom denk je dat ik drink? Toe, Josh, maak me een baby.… –
Ik huiverde.
Een baby, met mijn drankzucht en zijn lafheid, ik huiverde nogmaals.
=
© Brt. bertjens

Tuinkat

kattuin120220722_195357Daar ligt hij weer, uitgeteld met een volgevreten buik, je zou hem een cent geven.
Katers zijn de meest luie, is mijn ervaring.
Dit exemplaar heeft een goed tehuis, kan bij verschillende buren aankloppen voor een hapje, of een dutje op comfortabele plekken. Er staat altijd een auto klaar waar hij onder kan kruipen.
Maar nee, vandaag gaat hij hier liggen, op een taaie grasmat in de volle zon, tussen vliegend gedierte waar hij overigens geen last van heeft.
Soms loop er iemand langs. Soms kijk ik naar hem door het raam. Soms stopt een fietser die denkt een dooie kat te zien. Het jeukt hem niet.
Dat het kunstgras is laat hem onverschillig.
Het is een kat en bepaalt zelf hoe hij leeft, de rest snapt hij niet.
In een volgend leven wil ik een kat zijn.
==

Principetrouw

feminman-1131006__340
Feministe in hart en nieren.
Dat ben ik al had ik er niets aan.
Er mee naar buiten treden had geen zin,
er zaten geen jongens op school.
Vader vond het flauwe kul.
Moeder ging het te ver.
Broers en zussen vertelde ik niets, ze zouden me uitlachen.
Echtgenoot begreep me niet.
De kinderen ook niet.
Honden, hamsters en katten verstonden me niet.
De buurkat evenmin, hij is een schooiende kater.
Nog steeds ben ik het,
feministe in hart en nieren.
Inwendig.
==

Een rare dag

Vanmorgen kwam ik een buurhond tegen. Ik begon een praatje (dat doe ik meestal).
‘Zo, beessie, ben je nog steeds braaf?’ en krauwde hem achter zijn oren.
Hij kwispelde als een gek en spinde luid.
‘Wat?’ verbaasd stopte ik en hij reageerde meteen: miauwww.
Ik keek rond of ik de eigenaar zag maar hoorde alleen wrrrraf achter een heg.
Zeker iets nieuws,  die mensen hebben alleen ’n eend, wist ik.
Jeetje, even kijken daar; ik liet beessie staan en gluurde door de heg.
Wat ik zag: de eend zwom in de vijver, blaffend naar een paar vissenbekjes die nèt boven het water uitstaken en -je gelooft het niet-  het do-re-mi mekkerden.
Mijn ogen en oren werden groot! Spinnende hond en blaffende eend, geitevissen.
Aarzelend liep ik een paar stappen.
Op dat ogenblik tjilpten er een groepje mussen; blij met dit normale geluid wendde ik me naar een boom. Hm, ze waren al  gevlogen. Maar.. ik hoorde ze toch? Toen merkte ik het, een toompje kippen scharrelde kwetterend door de voortuin van S.
De haan wandelde er loeiend om heen.
Dit werd me teveel.
Ik moest  weg, meteen, ik draaide me om en rende naar huis.
Bij de achterdeur zat Tinus, een bevriende kater.
‘Sorry Tien,’ hijgde ik ‘ik heb geen tijd..’
‘Ja zeg,  ik wil mijn plakje worst,’  antwoordde hij kwaad.
‘Nee,’ huilde ik bijna, vloog de trap op en kroop in bed.
Met het dekbed over mijn hoofd.
Ik durf niet meer naar buiten.

De bel ging

Het meisje opende de deur.  ‘Ja?’ vroeg ze de zwijgende figuur.
Hij wees naar binnen.
In de keuken bleef hij staan. ‘Gisteren op stap geweest,’ was alles wat hij zei.
Angstig keek ze naar de griezelige ogen van de man wiens kater zo groot was dat hij bijna miauwde.
Hij blies naar haar; geschrokken gaf ze hem een een brokje. Ze kon hem maar beter tevreden houden en zette er een schaaltje melk bij.

Hij greep en at. Zette de melk aan zijn mond.
Voorzichtig probeerde ze een aaitje over zijn rug waarbij ze tersluiks in zijn nek keek, misschien was hij wel van zuiver ras.
‘Nee mens, ik ben geen kat,’ hij schudde zich los.
‘O, neem me niet kwalijk, ik dacht even….Uw ogen, en U blaast …’
‘Ja en krabben kan ik ook.’
Hij rekte zich uit.
‘Bedankt en ik ga weer. Vrouwen roepen me.’
Haastig deed ze de voordeur open. Hij rende de nacht in.
Ongelovig bleef ze nog even staan, hoorde ze nou echt een krolse poes janken?

ps
dit stukje is gebaseerd op een echt feit, beetje veranderd om het spannend te maken.
Leg ik uit in volgend logje.