Stilte

Vanmiddag liep ik er even uit, de koude maar zonnige wind trok me. Sjaal voor het gezicht, nog lekker warm ook.
Half uurtje, dacht ik zo.
Een wandeling naar het centrum, winkel in, misschien trof ik een bekende, ook met  twee meter tussenruimte kun je een praatje maken.
Het breekt allicht de dag.
Binnen tien minuten was ik  terug.
De unheimische stilte in de wijk voelde ongemakkelijk.
Geen balschoppend jochie op het grasveldje, de vaste hondenuitlaters lieten zich niet zien.
Een kat schoot de struiken in.
Ik min  de stilte, op een andere tijd en andere plaats.
Niet nu, in een bewoonde wijk.
Na vijf minuten draaide ik om. Beter was ik de bossen ingegaan maar dat doe ik liever niet alleen.
Een uurtje laten hoorde ik geraas, autoportieren. Iemand mataglap geworden van de stilte?
Wie zal het zeggen
Deze dagen slaat je verbeelding op hol.

Morgen waag ik een nieuwe poging.
==

 

Virat

Even had ik een kleine dip van de week, hangend in een minidal, meer stelde het niet voor.
Liever blijf ik optimistisch.
Vanavond zat ik aan de laptop, blij met familie die belde voor een praatje, tevreden dat de boodschappen waren gebracht, me lekker voelend met de komende nachtvorst (dat zalige bed…), foto’s uitzoekend.  Honderd procent voldaan.
Maar toen.
Ineens, volkomen onverwachts, verscheen een schaduwbeeld op het scherm. Ineengedoken en halfzwart, schimmig en uitgesproken eng.
‘Een virus!’  in de ban van alle publicaties was dat de eerste gedachte. ‘Een rat….’
Ik schudde mijn hoofd en knipperde.
En werd wakker. Rechtop zittend was ik in slaap gevallen met de vingers op de toetsen. Een paar minuten, net genoeg voor een actuele droom.
Eenmaal bij zinnen herkende ik het als een oudje van de buurkat, zich van geen kwaad bewust.
Het is duidelijk, je wilt niet piekeren, toch zet de huidige situatie zich in je gedachten voort.
Een rare gewaarwording in dit geval, maar grappig was het. Achteraf.
==

Preuts gedoe van toen

Een gezellige kater werd gecastreerd.  Toen was hij geen bal meer aan.
Een grap die ik thuis niet meer mocht vertellen.
Ondanks dat mijn ouders lachten (moeder besmuikt) werd het tot de onfatsoenlijke onderwerpen gerekend. Niet netjes.
Af en toe denk ik er aan terug. Dat de zwangere poes niet werd benoemd in ons bijzijn (‘ons’ waren de kleintjes). Aan verboden tweedelige badpakken. En meer van dat.
Veel mensen zullen het nog weten en zich waarschijnlijk ook herinneren dat daardoor juist de aandacht eens te meer op seksualiteit gericht werd. De narigheid die vaak het gevolg hiervan was hoef ik niet uit te leggen.
De genoemde grap kwam een paar weken geleden ter sprake in een telefoongesprek waarin we het hadden over toen. We waren het eens: een duidelijke grap als deze was minder vunzig dan vuile  toespelingen op verborgen zaken.
Maar ja, achteraf is het makkelijk oordelen.
Of de kater het hiermee eens zou zijn, is de vraag.
==

Alleen thuis

Het is avond en stil.
Ik lees met halve aandacht.
Ik let op vreemde geluiden, zet de televisie zachter.
Sssssh. Wat was dat? Nog een keer, wegstervend, pfff, een film.
De volumeknop gaat dicht.
Verder lezen, waar was ik nou weer?  Ik vind de pagina niet meteen, schrik op door voetstappen. Trillend sta ik recht, luister, hoor ze voorbij gaan.
Diep zuchtend drentel ik door de kamer, zie een spook in de spiegel en schrik. Lijkwit, de ogen groot van angst.
Beter om naar bed te gaan?  In slaap vallen door vermoeide leesogen?
Het is pas elf uur, ben ik straks  te vroeg wakker.
Hoor ik de buren? Ik hoop het, een veilig gevoel.  Hoewel, die zijn toch op vakantie? Maar…
Wat is dat geruis dan? Ik kijk rond, herken opgelucht het suizen van leidingen. Ik merk dat ik beef van angstige spanning.
Gekras bij het raam doet me nogmaals verstijven. Voorzichtig kierend staar ik een kat in zijn ogen die luguber gloeien of is het de maan? Beweegt daar een gordijn?
Resoluut zet ik de tv uit en ga naar boven. Kijk onder bed, in kasten, achter gordijnen, durf dan pas naar de wc en wastafel.
Moe van de spanning slaap ik snel in.

Bang zijn is niet te harden.
==

Kat en muis

Hoewel ik geen kat meer heb is er nog wel een aardige herinnering.

We hadden muizen, in de keuken en rondom de schuur.  De hond, een gemakzuchtige spaniel, deed er niets aan.  Die sliep alleen maar.
We plaatsten muizenvallen. In de keuken, onder het afdak en bij de schuurdeur.
Zielig, ik weet het, maar we waren ten einde raad, het muizenidee was onverdraaglijk.
De volgende ochtend waren de klemmen die buiten stonden verdwenen.
Vreemd.
Nieuwe gekocht. Ook die verdwenen.
Enfin, we hadden geen last meer dus lieten we het zo.
Veel later spraken we een buurman die zei: Tommy (hun kat) kwam twee dagen op  rij thuis met een paar dooie muizen die nog in de klem zaten. Snap je dat nou?
We barstten in lachen uit en vertelden van de verdwenen klemmen.

Het is bekend dat sommige katten hun prooi voor je neerleggen. Alsof ze de baas willen behagen. Of willen delen? Wie zal het zeggen.
Maar met klem en al, dat verwachtten we niet.

En dan nog wat.
Het was dezelfde kat die dagelijks een hapje kwam halen. Het beest had me er nooit iets van verteld.
==

Vreemd schouwspel

Wat ik nou weer tegenkwam.
Een hongerige vlo zat op een te magere kat en ging in drie sprongen via een lange hond naar een vet varken dat op een groot paard reed.
Een kip, gewend aan rennen, liep mee.
De bozige baas floot.
Het grote paard stopte abrupt, het vette varken rolde eraf en plette de lange hond en magere kat.
De hongerige vlo zette zich op de baas die hem doodsloeg.
De kippige kip rent nog steeds.

Als ik het niet zelf verzonnen had zou ik het nooit hebben geloofd.

Wie van de drie


De kat is een vleierig beest
maakt van de schootzit een feest
maar loop er niet in
onder’t gespin
bewaart hij een duistere geest.


De hond is een trouwelijk dier
hij likt er je hand met plezier
maar krabt en ook vlooit
kwijlt als hij schooit
en stinkt als hij nat is naar gier.


De koe is een zwart-wit geval
soms rood en ook dat staat haar knal
ze geeft voor het gras
een hoop biogas
haar melk is een smaakfestival.
===

 

Huisdieren en eigenaren


Er liep een man met zijn hond aan de riem. Ze lieten elkaar uit. Woordeloos, elk  begreep de ander.
Even verderop wandelde een hond met zijn man. Ook zij lieten elkaar uit in zwijgend  begrip.
Toen de stellen elkaar tegenkwamen groetten ze allen beleefd, een knikje, een grom.
Ze waren gewend aan dooreengelopen identiteiten.
Tot zover de praktijk van honden en baasjes die op elkaar gaan lijken, ze merken het verschil niet meer.
Daar kwam plotseling een kat te voorschijn, hij leidde een vrouw.  Uitdagend, sjiek riempje om haar nek, zachtleren handlus tussen de tanden van de ander.
Honden en mannen keerden zich en bloc van hen af. Walgend.
‘Jaloerse krengen,’ mompelden ze.
==

Heks zonder maan

‘Oeoeoewaaahhh’, gaapt de heks, ‘ik verveel me suf. Hoe laat is het eigenlijk? Wat, al negen uur? Tijd voor een maanrit.’
Ze maakt er werk van; een lange rok van Vic en Rol , de puntste hoed, een  geurige shot Soir de  Magique  achter de oren -je weet maar nooit wie je tegenkomt-  en  daarmee is ze reisvaardig.
‘Ben je er klaar voor Zwarte?’ Kat knikt.
‘En jij, Kraskop?’ Kraai blijft liever thuis om naar  Vreemde Vogels te luisteren.
Ze zet de bezem klaar, een supermoderne vliegbezem, aëro-dynamisch met aangespitste punt en voorzien van ipad,  iped, ipid, ipod en ipud plus automatisch regenscherm dat zich bij de eerste druppel uitvouwt.
Slechts een magisch password is nodig.
Ze schieten de lucht in.  ‘Hoeiii,’ roepen  ze samen, ‘here we góóó…’.
Hè, heerlijk, denkt ze. Die vrijheid  is nergens mee te vergelijken.  Ze zwaait naar een verlate mus, duikt een cumulusje in.
‘Naar de maan,’ gillen ze.
Dat is een avontuurlijk spelletje, rakelings langs  zijn lichtbol te scheren,  zwaaiend en  kakelend naar de bangerikken op aarde.
Maar, hééé, wat…
Geen maan vandaag? Donkerte is alles wat ze ziet.
‘Wariauw?’   Ook verbaast Kat  zich.
Is het klimaat nu al aan het veranderen? Wacht, dat is natuurlijk een zwart gat, oppassen dat we er niet in donderen.
Ze stuurt de bezem rondom de donkerte, zorgvuldig wegblijvend van de rand.
Het verveelt al gauw.
Is dit alles? Da’s ook niet veel. Mompelend.
Teleurgesteld vliegen ze naar huis.
‘Dat is snel,’    kraakt Kraskop wanneer ze binnenstappen.
‘Er was niks an; een groot zwart gat en volgens mij zit de maan er al in, ik zag hem nergens.’
‘Ach wat, volgende keer beter.’
Ze stalt de bezem, Zwarte  drapeert zich op de bank.
‘Zullen we dan maar een frietje bakken jongens?  Een glaasje  spinnenport erbij?’
Dat doen ze
==

Over parfum

Gelezen, ooit, ergens:
‘parfumeren doe je op de plaatsen waar je het liefst gekust wil worden.’
Mooie gedachte, overbekend maar je leest het zelden.
In de uitgaansjaren besprenkelde ik me van top tot teen met eau de cologne (parfum was te duur). Niet om zoenen te vergaren. De goedkope geuren vervlogen zo snel, ik hoopte dat er een vleugje bleef hangen.

Nogal wat jongens zeiden een hekel te hebben aan parfum.
Dat was stoerdoenerij, een overblijfsel van hun kleine-kindertijd waarin ze niks van meiden wilden weten. Ondertussen hingen ze om het meest bedwelmende meisje heen, gedrogeerd door de zware dampen. Dat wisten ze zelf natuurlijk niet. Wij wel.
Een paar keer had ik bedacht om iets stinkerigs mee te nemen, een flesje azijn of zo, om vervelende jongens af te weren. Dat plan voerde ik nooit uit, de lucht blijft te lang hangen en het zou de jonge goden ook weghouden.

Later leerde ik echte parfum kennen. Duur maar fijn. Op verjaardagen kreeg ik kleine flesjes tot er een zwaarverliefde vrijer kwam die me een fles overhandigde van zowat een kwart liter. Zo leek het door de royale verpakking, een soort margarinedoos . Enfin, ik was er blij mee.

Na de verloving minderde het parfumgebruik.
Niet alleen hoefde ik niet meer te hengelen, hij bracht ook die grote dozen niet meer mee.
Maar af en toe kochten we wel eens een flesje voor elkaar. Hij mijn parfum, ik zijn after shave.
Dan verzonken we in verstikkende geurenwolken waarbij het niets uitmaakte waar we het opdeden.
We dachten niet aan kussen.
Eerst hond en kat redden die voor pampus lagen, happend naar adem.
Dieren kunnen niet veel hebben op parfumgebied, we kochten ze dan ook niet meer.
Zonder dieren valt heel goed te leven.
==