kat·woordspelletje

Alle woorden 1 lettergreep.

kattenoogcat-606711__340Dit is het oog van een kat die voor het raam zit.
Je ziet een mens, voor het raam en in het oog.
Ik ken die mens niet, die mens mij ook niet, de kiek is niet van mij.
De kat is me vreemd.
Hij heeft een mooi groen oog, dat wel, of hij een lief dier is vraag ik me af. Hij lacht niet.
Het raam lijkt groot, hoe groot dan? Vraag het de kat, wie weet zegt hij ja. Of nee. Je kunt niet van een kat op aan.
Hij mauwt slechts. Een poes doet dat ook, en hun klein grut.
Hij kent dus maar één woord, dat is niet veel, zelfs de hond kent er twee: woef en waf.
Hij…
… en zo voorts.

Dit lijkt zo makkelijk. Maar ga je één tel te vlug, dan is het mis. Voor je het weet heb je een te lang woord  en moet daar een vervanger voor nemen.
Nuttig is het allemaal niet maar het houdt iemand bezig en van de straat.
=

kat·versje

Opschepper

De verveelde dikke kat
die ons zo hautain bezat
en een saaiig leven leidde
sloom en lui de tijd verbeidde
de rooie met die strepen
heeft zojuist een plan bedacht.

katcat-1056661__340— Straks verbrand ik al mijn schepen
ik ga op zwoele-vrouwenjacht
met mijn imposante moed
en bijna-Siamezenbloed
schaak ik, puur voor  dolle gein
een Perzerin
een Russisch blauwe
en een slanke Abessijn
man, wat zal ik van ze houe. —

Hij droomt alvast van voorplezier
bij’t wachten op de maan
want een rasecht kattendier
zal in het donker gaan.
==
© Bertie

dierendag

Dierenfeestje

Morgen is het dierendag
ik denk aan allen en ik lach
van voorpret, ‘kheb een bot
voor de honden en een pot
met verse room voor buurtjes’ kat
en voor de os, die arme schat,
een sierlijk kwastje want zijn staart
zit in de soep, zo lees ik op de
bistrokaart.
soepcauldron-151273__340

knuffelen

Allemaal weer bijgeknuffeld?

Dan kun je nu die van mij overnemen.
Ik knuffel niet zomaar, eigenlijk haast nooit. Het is voor mij een privé gebaar dat ik niet gauw maak behalve naar gezin en familie.  Ook de drie zoenen hield en houd ik zoveel mogelijk af, het is me te eigen.
Je mag me gerust koel noemen, kil desnoods, het haalt me niet over de streep.
Ik ben heus warm opgevoed. Verjaardagen, lange afwezigheid, examens, gedenkdagen, ze gingen onveranderlijk vergezeld van een arm en dikke zoen van mijn moeder gevolgd door  een iets dunnere en een hand van mijn vader.
Ook bij verdrietigheden als overlijdens kregen we hun aandacht.
Soms komen kat en hond in aanmerking, misschien een koe als ik hem tegenkom. Bomen niet, dat is leuk voor deze koala en voor prinsessen.
koala-4450420__340
Het geknuffel wat ik heb zien groeien, van het gedoe door plakkerige klasgenootjes tot een geaccepteerde gewoonte, daar kan ik niet aan meedoen.
Wanneer iemand me ermee overvalt voel ik me opgelaten en maak me een beetje lacherig los.
Je snapt dat de  afstandsregels van corona me absoluut geen last bezorgden, ook de anderhalve meter niet. Integendeel.
Nu hoef ik niet bang te zijn dat bloggers me knuffelen.  Achter een scherm valt zoiets niet mee en dan de afstanden. Nog afgezien van het feit dat ik geen knuffelzin opwek met de logjes die ik schrijf.
Dus….
… iedereen knuffelt maar zoveel hij wil, ik kijk wel toe.
=

verhaaltje

Vreemde dieren

Er stond een paard te wachten toen we langs de wei fietsen. Hij wenkte ons en schudde met zijn manen.
We stopten.
– Dag paard, wat is er aan de hand?
– Schele hoofdpijn.
– Wablief?? Heb je daar vaker last van?
Hij draaide zijn hoofd en wees op het gestreepte dek. ‘Was vorig jaar al antiek,’  mopperde hij.
– Vraag een nieuwe voor je verjaardag,  zeiden we.
Hij snoof. -Ik wil een koekje. Twee koekjes.
We troffen het, een onwijs paard. En ontevreden erbij.
We zwaaiden, stapten weer op en reden naar huis.
Daar aangekomen draaide de kat om onze benen, duwde en snorde.
Zijn bakken waren nog niet leeg, we wisten niet wat hij wilde.
Hij wees naar zijn bek.
Grinnikte man: misschien wil hij ook een koekje, twee koekjes.
De kat ging meteen mooizitten, ik zou zweren dat hij knikte.
==

school

Fascinerend

‘Angst en fascinatie raken elkaar.’
‘Het kan ook bewondering zijn.’
‘Geboeid door haar angst herhaalde hij …’
Zijn fascinatie raakte haar.’
Enzovoorts.
Het gaat om een verhaal waaraan ik ploeter.
Ik zoek een andere insteek. Iets met boeien, bloedstollend of juist betoverend.
Telkens naak ik nieuwe zinnen en gooi ze weg, de waardeloosheid betreurend.

Dan schrik ik op van een raar geluid, vlieg op, kijk uit voor- en achterraam, zie iets bewegen bij de schuur, het kruipt naar de lamp…
Pffff, een onbekende donkere kat. Alleen maar een kat.
Slap zak ik ineen aan de laptop en bekijk mijn tekst..
Wat nou angst en fascinatie.
Moet je hier eens komen,  de sluipende katten vliegen je om de oren.
==

stilte

Stilte

Vanmiddag liep ik er even uit, de koude maar zonnige wind trok me. Sjaal voor het gezicht, nog lekker warm ook.
Half uurtje, dacht ik zo.
Een wandeling naar het centrum, winkel in, misschien trof ik een bekende, ook met  twee meter tussenruimte kun je een praatje maken.
Het breekt allicht de dag.
Binnen tien minuten was ik  terug.
De unheimische stilte in de wijk voelde ongemakkelijk.
Geen balschoppend jochie op het grasveldje, de vaste hondenuitlaters lieten zich niet zien.
Een kat schoot de struiken in.
Ik min  de stilte, op een andere tijd en andere plaats.
Niet nu, in een bewoonde wijk.
Na vijf minuten draaide ik om. Beter was ik de bossen ingegaan maar dat doe ik liever niet alleen.
Een uurtje laten hoorde ik geraas, autoportieren. Iemand mataglap geworden van de stilte?
Wie zal het zeggen
Deze dagen slaat je verbeelding op hol.

Morgen waag ik een nieuwe poging.
==

 

slaap

Virat

Even had ik een kleine dip van de week, hangend in een minidal, meer stelde het niet voor.
Liever blijf ik optimistisch.
Vanavond zat ik aan de laptop, blij met familie die belde voor een praatje, tevreden dat de boodschappen waren gebracht, me lekker voelend met de komende nachtvorst (dat zalige bed…), foto’s uitzoekend.  Honderd procent voldaan.
Maar toen.
Ineens, volkomen onverwachts, verscheen een schaduwbeeld op het scherm. Ineengedoken en halfzwart, schimmig en uitgesproken eng.
‘Een virus!’  in de ban van alle publicaties was dat de eerste gedachte. ‘Een rat….’
Ik schudde mijn hoofd en knipperde.
En werd wakker. Rechtop zittend was ik in slaap gevallen met de vingers op de toetsen. Een paar minuten, net genoeg voor een actuele droom.
Eenmaal bij zinnen herkende ik het als een oudje van de buurkat, zich van geen kwaad bewust.
Het is duidelijk, je wilt niet piekeren, toch zet de huidige situatie zich in je gedachten voort.
Een rare gewaarwording in dit geval, maar grappig was het. Achteraf.
==

toen

Preuts gedoe van toen

Een gezellige kater werd gecastreerd.  Toen was hij geen bal meer aan.
Een grap die ik thuis niet meer mocht vertellen.
Ondanks dat mijn ouders lachten (moeder besmuikt) werd het tot de onfatsoenlijke onderwerpen gerekend. Niet netjes.
Af en toe denk ik er aan terug. Dat de zwangere poes niet werd benoemd in ons bijzijn (‘ons’ waren de kleintjes). Aan verboden tweedelige badpakken. En meer van dat.
Veel mensen zullen het nog weten en zich waarschijnlijk ook herinneren dat daardoor juist de aandacht eens te meer op seksualiteit gericht werd. De narigheid die vaak het gevolg hiervan was hoef ik niet uit te leggen.
De genoemde grap kwam een paar weken geleden ter sprake in een telefoongesprek waarin we het hadden over toen. We waren het eens: een duidelijke grap als deze was minder vunzig dan vuile  toespelingen op verborgen zaken.
Maar ja, achteraf is het makkelijk oordelen.
Of de kater het hiermee eens zou zijn, is de vraag.
==