Citaat uit vergeten boek.

Dit↓ lijkt me een goed ding om na te volgen.

Het gebeurt vaker dat je moeilijk kunt kiezen. Dit? Of toch naar dat? Waarom dan niet tegelijk? Je kunt het altijd proberen.
Thee zetten van ijskoude karnemelk bijvoorbeeld, lekker op hete zomerdagen.
Met wat aanpassingen is er meer mogelijk; geen hond willen en toch een waker? Neem een blaffende kat.
Soms is het lastiger.
In de tienertijd wilde ik Elvis Presley maar niet zijn slaapogen. Ik kreeg ze allebei niet.
Ook niet de aardige jongen die ik overal tegenkwam en me daarbij opvallend woest-triest aankeek (ik las toen al teveel). Hij aasde op mijn jongste broer.
Zulke dingen zijn niet te mixen.
Toch laat het me niet met rust, er moet meer mogelijk zijn.
Wie weet kunnen we ooit tweehonderd worden en tegelijk soepel blijven. In doen en denken. Een droom.
Maar jezelf blijven en tegelijkertijd wereldburger worden, dat zou pas een ideale mix zijn.
==
Het citaat komt uit een boekje van Van Nelle, uitgegeven begin deze eeuw. 
Het boek ben ik kwijt, dit citaat is alles wat ik terugvond.

Advertenties

Zen en de kunst van het overdrijven


Het was me het maaltje wel.
De uien waren zo sterk dat ik tranen te kort kwam.
En dan die geslepen messen, ze sneden mèt het vlees de plank aan repen.
Ook de aardappel was bijzonder, er was voor vier personen stamppot van 1 exemplaar. Hij was dan ook gerooid in Grootebroek.
–Dat doet me denken aan de kleding van een zware mevrouw die we daar kenden; als het buiten koud was school het complete gezin onder haar mantel. Ze had 7 kinderen. Haar man dronk om zijn massieve zorgen te vergeten en maakte meteen kennis met meneer Korsakov die hem een handje hielp. Alleen de zware katers bleven een lastig bijverschijnsel, het gebeurde wel dat hij blies tegen de hond die prompt in katzwijm lag door de kwalijke dampen.–
Maar nu over de maaltijd.
Bij de stamppot aten we nu splinterbraadstuk. Heel lang gesudderd want ongaar eikenvlees kan je maag aantasten, zodanig dat er nieuwe loten in je lijf gaan groeien en hoe moet je die dan weer omspitten.
Daarna pudding van verse karnemelk met rozijnen. Daartoe voerden we eerst de koe licht-beschimmeld gras, zeer aanbevelenswaard, pan eronder en karnemelken maar. De rozijnen waren nogal gewoontjes; eerst wilden we ze laten wellen in de koe maar ze zouden te moeizaam uit de spenen komen.We aten ze daarom simpelweg droog  en  baalden er behoorlijk van, het stro was niet aan te slepen.
Dit was de maaltijd van vandaag.