Moeders rug

‘Toon es meer ruggengraat!  Wees wat flinker, loop om te beginnen rechtop.’
Door de knoeprug van vorige week dacht ik er weer aan.
Moe geloofde serieus dat een rechte rug automatisch een sterk karakter genereerde, zag niet dat het misschien andersom was.
Zelf was ze bijzonder flink in alle opzichten en straalde het ook uit.
Als je van íemand kon zeggen dat ze een bezemsteel had ingeslikt was zij het. Niet zo lang als wij maar kaarsrecht en met stevige stap banjerde ze door het leven, naar de waslijn, kerk, winkels, wandelend, want aan fietsen had ze een hekel. Zelfs als ze met ons naar het water ging en bij pa in de roeiboot stapte zat ze op het plankje als een vlaggenmast.
Het stond haar goed, moet ik toegeven. Zelf hing ik meestal als ik zat.
Er waren ook nadelen. Wandelen was een crime, vooral voor pa. Hij kuierde graag, ontspannen rondkijkend.
Moe beende door de straten, pas bij het park hield ze in voor een vrije zitplek. Ze zag niets en niemand, ergerde zich aan het gesummel (zo noemde zij dat) en wachtte dan met een strak gezicht tot pa haar haastig en mopperend inhaalde.
Maar eerlijk is eerlijk: ze had het nooit in haar rug.
==

Her-leven.? Nee…

Opnieuw beginnen, daar droomde ik van. Hoe, dat liet ik in het midden maar het zou absoluut anders gaan, beter, mooier, gelukkiger. Een spannend onderwerp waarmee ik suffend de lagere schooljaren doorkwam.
Toen ik ouder werd en doorhad dat ik dan ook een ander karakter nodig had voelde ik me op slag schuldig; te vaak boos en ontevreden en zo. Geen wonder dat ik niet gelukkig was
Toen ik wéér wat ouder was verlieten deze nonsens me.
Een grote opluchting.

Later vraag je je af waarom je dergelijke dingen denkt, zo slecht hadden we het immers niet, integendeel.
Niet rijk maar we kregen alles waar een kind naar uitzag, van simpele roeitochtjes op het Zwet tot uitjes naar Amsterdam. En meer.

In gesprekken met anderen hoorde ik gelijkluidende ideeën.
Dromen van de prins op het witte paard, van Burt Reynolds of Raquel Welch. Een hutje op de hei. Zeemansavonturen. Verre reizen. Hollywood.
Menigmaal moet de uiteindelijke echtgenoot/echtgenote een mager aftreksel zijn geweest.
Toch kwam het altijd goed. Meestal dan toch.
Verliefdheid deed alle dromen verdampen. Blijvend, hoopten we.
Gelukkig maar.
Het zal niet meevallen je gerimpelde wederhelft te zien als Colin Firth of Cameron Diaz.

ps
vergeef me de rare lettertypes.  Er ging iets mis en ik krijg het niet meer goed.  Volgende keer beter.

Natuurelementen

Aarde lucht vuur water,
we leerden ze op school.

Ik weet niet welke het meest ongrijpbaar is.
Water, kijk een poosje naar de zee. Hoe de golven aan komen rollen, zich verheffen voor ze overkrullen, en weer, almaar komen er nieuwe. Gefascineerd kijkend wordt je rustig.
Of naar vuur. Vreemde vormen vlammen op, soms angstig groot en heet,  tegelijkertijd kalmerend door hun warmte waardoor het sympathiek aanvoelt.
Lucht is minder attractief, toch is ook dit element  bijzonder. Je kunt het voelen, ruiken en als het afwezig is ga je dood, dat is nogal wat.
Aarde maakt op het oog minder los maar kijk naar velden met gewassen. Groots. Net als onbegroeide bergen het zijn en woestijnen, daarin rondreizend zie je aarde als indrukwekkend. Woeste gronden, rampen, dit element dwingt het meeste ontzag af.

In diverse richtingen worden de vier als voorbeeld gebruikt, van astrologie tot psychologie en religie trekt men vergelijkingen en duidt men invloeden.
Dat is aan mij niet besteed maar wie er over wil lezen vind hiereen paar voorbeelden

https://fascinerend.nl/ayurveda/de-vijf-basis-elementen/  
https://nl.wikipedia.org/wiki/Vier_Elementen_(boeddhisme)
https://www.desteven.nl/persoonlijke-ontwikkeling/eigenschappenanalyse-karakte
http://www.mirrar.me/elementen.php


Later word ik…


Toneelspeelster, dat wilde ik worden.
Uiteraard hield ik het geheim voor er weer gebemoeid werd. En geplaagd.
Uren bracht ik door voor de spiegel want ik zag mezelf als  karakterspeelster en probeerde alle eigenschappen uit die ik me kon indenken, van baby-blijheid tot bejaardenverdriet. Zelfs de hond en kat werden gepeild om me hun gevoelens eigen te maken. Leek me niet moeilijk, de hond keek altijd lief en de kat was doorlopend lui of hongerig.
Alleen de konijnen en kippen toonden niets interessants.
Zo oefende ik alle vrije ogenblikken, stond links- dan wel rechtsom geposteerd, loerde vanuit ooghoeken met vuile blikken (moordenaarsziel!), imiteerde een deftige mevrouw uit het dorp,  had zogenaamd groot verdriet.
Lastig was dat het stiekem moest, er was maar één grote spiegel in huis en die hing in de keuken. Uiteraard werd ik af en toe betrapt. Dan verzon ik gauw: ik doe tante T. na, of ome J. en zette schele ogen op.
Er werd gelachen. ‘Wat heeft zij nou weer?’ want het jongste meisje werd  nooit serieus genomen. Bovendien had ik altijd wàt (dat zeiden zìj).
Natuurlijk ging het over, dat doen grillen meestal.
Pas later kon ik mijn acteurskunsten demonstreren. Met veel plezier.
Je moet wel bij het krijgen van schattige tekeningetjes en aangeklede wcrolletjes.