Kappersperikelen

Meestal komt de thuiskapster maar af en toe ga ik naar een officiële.
Ik zat en vroeg of ze nog steeds geen paspruiken hadden.
‘Wat bedoelt u?’
Ik legde uit wat ik vaker aan kappers vraag:
wanneer iemand om een nieuw kapsel vraagt, laat haar dan een paar proefpruiken passen. Dan kan ze zien wat haar (ik ga uit van een vrouw) het beste staat en ideeën opdoen. De kapper  kan betere tips geven. Een paspop is niet hetzelfde als het hoofd van een client.
Het hoeven geen dure pruiken te zijn, het goedkoopste materiaal is goed genoeg.
Het antwoord was steevast vaag. Onnodig, de kapper had zelf voldoende kijk op iemands gezicht, duur, geen vraag naar.
Intussen zijn er misschien kappers bij wie dit wèl gebruikelijk is. In grotere plaatsen, bij grotere zaken. Ik weet het niet.

Het lijkt mij een geweldige service, denk eens aan de reclame
Ik hoef maar terug te denken aan de jonge jaren.
Andere mode, hippe schoenen, en een nieuwe hoofd.
Ik had mezelf best wel eens willen zien met een blauw kapsel. Bijvoorbeeld.
Wie weet wat de kapper aan mij verdiend had als ik het had mogen uitproberen.
Misschien nog steeds, ik droom van groene vlechten.
==

Advertenties

Geen woorden vinden

Ken je dat?
Een idee voor een nieuw verhaal hebben en het niet voor elkaar krijgen?
Hoe vaak je ook begint, het is niet in de juiste woorden te vangen.
Humor verzandt, de sensatie is lauw, het drama stelt niets voor.
Dan zit er maar één ding op: stoppen en iets anders doen.
Zo verstandig ben ik meestal niet, .
Ik blijf krabbelen en deleten.
Deze keer is het plan een sprookje in een verhaal te passen, of er omheen te schrijven.

Het gaat over een verliefd meisje dat door haar vader wordt opgesloten in een kamer met een dakkapelletje bij gebrek aan een toren en dat zij haar korte kapsel betreurt en zodoende de vrijer niet met haar haren op kan hijsen. Ze is verliefd op hem en verslaafd aan Grimm
De vrijer interesseert zich geen barst voor verhaaltjes, hij is op zoek naar haar kamer. Het huis heeft er twintig waarvan vijftien met een dakkapel die allemaal zijn geblindeerd en waarin nooit licht brandt. Hoe moet hij haar vinden? Hij gooit steentjes tegen elk raam, klinkers, tenslotte neemt hij stoeptegels. Echter, de vader hoort het, stormt naar buiten, vangt per ongeluk een tegel op met zijn voorhoofd waarna hij terneer valt, verpletterd en morsdood.
Nu kan de vrijer naar binnen. Helaas wordt hij tegengehouden door verborgen elektrisch draadwerk dat hem insnoert, hij graait woest om zich heen, het draad vliegt vonkend de gordijnen in.
Ach en wee, waar zitten de goede feeën nu? Aan hun wijn te sippen?
Uiteindelijk staat het huis in de fik, meisje wordt warm en gilt, vrijer zit vast en krijst, vlammen knetteren vurig.

Zoiets moest het worden maar het hoeft niet meer. Alles is al gezegd.
Alleen de moraal ontbreekt.
Die moet ik nog bedenken.
==