Nachtelijk intermezzo

Het was al laat toen we gewekt werden door  Fee.
-Hè? vroeg ik al ogenwrijvend, bestaat U dan?
-Wel, je ziet het,  antwoordde ze. -Kom op, we gaan een tripje maken.
Daar waren we voor in, na de zomerhitte was een luchtig nachtje nooit weg.
-Waar gaan we naar toe?
-Naar een antispokenparty, zei ze. Daar kan je alles kwijtraken wat je bang en bezorgd maakt.
Dat wilden we wel.
We stapten in haar koets. Ze bracht ons naar een plek waar een enorme kachel in het midden stond. Roodgloeiend.
Er liepen mensen heen en weer, ontspannen rondkijkend.
-Zie je, hier is niemand bang, iedereen heeft zijn spoken en problemen in de kachel gegooid.

Ahhh, zomaar je angsten in het vuur donderen. We deden ons best.
De ene narigheid na de andere verdween in de vlammen.
Huwelijkscrises, economische en financiële, de hongerige wereld,  kinderruzies, familietrammelant, webloggriezelstories, tot we helemaal leeg waren. Ze brandden met hoge vlammen.
Wat voelde dàt goed, we werden er helemaal licht van.
Daarna gingen we de bevrijding vieren met een stevige soep.
Een koud buffet wachtte. Limonadeglazen werden begeleid door drankorgeltjes zodat we dansten als jonge godjes.
Het was fantastisch; we merkten niet eens dat de koets ons terugbracht.
Pas toen Fee het dekbed over onze schouders vlijde herkenden we de slaapkamer.
We schudden haar hand.
-Dank je wel, Fee, het was geweldig.  Tot een volgende keer?
-Komt in orde. Doei!

Het was een nacht, die je normaal alleen in fillums ziet maar dan anders..
==

Advertenties

Van steenkool tot Internet

Er lag een donkere steen op de achterstoep. Zwart met miniglitters, een gedeelte was glad en afgerond.
Ik kan er mee krassen en het geeft wat gruis af. Mede door de vorm lijkt het daardoor op een brokje Eierkool , de ouderen weten nog wel wat dat is.
Wat afwijkt is dat het niet afgeeft, ook niet in water. Ik herinner me zwarte handen en vegen op het gezicht, waarom niet bij deze?

Hoe kwam het hier terecht?
Vermoedelijk heeft een van de grote vogels het laten vallen, we vinden vaker kapotte eieren en daarop lijkende rondachtige stenen.

Spannender is het idee  van een cryptisch voorteken: pas op, het wordt winter.
De rode planeet vertoonde zich ook al, precies in de kleur van gloeiende kooltjes. Is er een kleurenblind groen marsmannetje aan het klieren?
Een hemelse stokebrand die onder de radar vliegt? Zwarte kunst? Bij steenkool denk je automatisch aan griezelverhalen rond de kachel.
Of zou het een webdemon zijn?  De ultieme droom van een gestoorde Internetontwerper?
Wat dan ook.
Ik houd het streng in de gaten!

 

 

Het gaat vriezen en dan echt

Pas op, aanstaand weekend arriveert de vorst. Houd hem zoveel mogelijk buiten voor je tenen eraf vriezen.
Ik dacht terug aan het eerste jaar van ons trouwen.
Het werd winter en koud.  Door de simpele manier van verwarmen voelde het kouder aan dan we nu ervaren maar het was niet echt een probleem,  we hadden een kachel en elkaar.
Die kachel echter, een kolenhaard, stond in de huiskamer.
De rest van de woning was onverwarmd, alleen in de douchecel hing een elektrisch wandkacheltje.
In de slaapkamer was het stervenskoud, de lakens en kussens voelden aan als ijsplaten; in bed stappen stond gelijk aan een duik in de Poolzee en aan kruiken dachten we niet. We dachten eigenlijk nergens aan behalve aan ons tweetjes.
Alleen die koude slaapkamer viel tegen.
Het beste was om de ander het eerst te naar boven te laten gaan zodat je in een voorverwarmd bed kwam.
Zodoende hadden we iedere avond het voorrangprobleem:
‘Ga jij maar vast naar bed, ik kom zo.’
‘Nee hoor, ik wacht wel.’
En ritsen was geen optie.

Gedachten

Af en toe verschijnt er een beeld van jaren her op mijn netvlies.
Dat kan van alle leeftijden en situaties zijn, soms goed, soms minder en ook wel eens ronduit slecht.
Het idee dat vroeger alles beter was verwerp ik maar er waren natuurlijk ook mooie  momenten.
Een van de beste was die waarop een van de zussen op haar gitaar speelde en zong, met een andere zus of een vriendin. Dan werd de radio uitgezet.
Er was een zus die piano speelde, een die gitaarles had en een die het op eigen houtje probeerde maar de zus die zong blijft het meest in de herinnering hangen. Haar stem had iets, iets sweets en was verstaanbaar tegelijk,  zelfs oude zeurliedjes van eenzame cowboys en kampvuren verzachtte ze tot een sfeer waarbij het liedje er niet toe deed, alleen haar stem hoorden we.
De gloeiende kachel en gedimde schemerlamp droegen ongetwijfeld bij aan die sfeer.
Maakt niet uit, de herinnering is mooi genoeg om vrede te hebben met de minder mooi dingen.

Geen nieuws

Hoewel ik af en toe teruggrijp op oude dingetjes leef ik wel degelijk in de tegenwoordige tijd.
Momenteel wat sluimerachtig. Door het besluit een poosje geen nieuws te volgen, althans, geen politiek en dat beslaat zowat alle nieuws, bevind ik me in een vacuum.  Rare gewaarwording, vreemd stil.
Pas op 20 januari gooi ik de luiken open. Om Trumps inauguratie te bekijken. En Obama’s afscheid. De voorspellingen te beluisteren en te lezen van deskundologen die werelds’ ondergang beschrijven dan wel Trumps visie bejubelen.
Ik verheug me er al op; voor een leek op het gebied van politieke manipulaties klinken dergelijke voorbeschouwingen enorm spannend, op het sensationele af.
Dus draai ik me tot die tijd nog eens extra in een fleeceje op de bank met de halve bibliotheek en lees me de tijd door.
Intussen komt hier↓ nog een oudje te staan maar sla het gerust over.Je leert er niets van.
===


Vrekkenpaar op zoek naar een kachel

Het werd koud rond de oude en slechttrekkende haard bij de heer en mevrouw Vrek, ze begrepen dat er iets anders moest komen.
Een forse investering.
Mevrouw V. liep alle kachelwinkels af voor, zoals ze zei, een voordelige aanbieding maar het was nergens goedkoop genoeg.
Ze keek rond naar een tweedehandsje. Ze vond er geen.
Ze begaf zich naar een oud-ijzerhandelaar en vroeg naar oude kachels of haarden. Hij had ze niet.
Op de vuilnisbelt porde ze in grote bergen blikkerend afval en stootte op een oude kookpot.
Die lag er niet voor niets: hij was gedeukt en er zaten gaten in waaruit gewassen groeiden.
Ze peinsde even en nam de pot mee naar de smid, of hij het ding wilde schuren en dichtsolderen? Dan zou zij het schuurpapier betalen, misschien een extraatje voor de soldeertin.
Hm, hij zou het proberen. De smid deed zijn best en het werd een prachtige pot, koperkleurig met blinkende leklapjes.
Het vrekkenpaar was er mee in hun sas en zette hem in de schoorsteen.
Ze maakten er een vuurtje onder met hout uit het park want er was die nacht juist een voordelige storm geweest en gooiden er water in uit de sloot.
Het ding voldeed prima, het werd net zo heet als een kookpot hoorde te zijn en het paar warmde er vergenoegd de vrekkige handen aan.
In het hete water dreef hun wasgoed, voorzien van een likje groene zeep.