Laat zonplezier

Op een septemberzondag besloten zus en ik nog één keer naar de zwemvijver te gaan.
Maar godnogantoe, wat een drukte daar. Iedereen had hetzelfde bedacht, alle omringende dorpen hadden hun burgers geloosd in het water en op het strandje, precies daar waar wij wilden nazomeren.
Vanzelfsprekend ging al dat volk bij dezelfde worstjeskraam lunchen. Allemaal op dezelfde tijd.
Ingeklemd tussen zo’n kleine vierhonderd zonners zinden we op wraak en verscholen ons achter iemands zonnehoed voor een geheime minitop.
‘Er lopen grote grazers achter de bosjes verderop’, fluisterde zus, ‘zullen we?’
‘Jaaaaa,’ juichte ik, ingehouden.  ‘Nu?’ Ze knikte.
We blubberden ons een tunnel door de oliebuiken naar de bosjes.
Daar floten we twee mammoetkoeien met lange krullen, sprongen op de ruggen en paaiden ze met pollen gras aan een stok voor hun neus.
‘Huphup, koetjes’, riep zus.
‘Ze heten Galloway’, hielp ik. ‘Aha.  Kom op gallegalletjes, rèn!’
Het werkte prima.
We stoven de vleesbergen in, de krullen wapperden als oorlogsbanieren en in een mum was iedereen verdwenen, geschrokken en doodsbang.  Een enkele bikini en wat snoeppapiertjes dwarrelden verdwaasd.
We klommen van de Gallowayse ruggen en stuurden ze met een pak La-vache-qui-rit naar hun eigen plek waar ze de rest van de dag tevreden herkauwden op de kaas.
Wij genoten ook. Zon,water en ruimte, wat wil een mens nog meer.

Advertenties

Obsessie


Het is iets na elven in de avond. Twijfeluur. Zal ik naar bed gaan met een hol gevoel of nog even opblijven voor een snack.
Uhm…
Sneetje brood met yorkham en mosterd kan toch geen kwaad?  Halve tomaat erbij voor het gezond. Augurkje. Of een baguette met knoflook…
Nee! Ik doe het niet!
Oké.
Vijf minuten flink zijn, denken aan de drie toetjes die ik kocht.  Eén voor vrijdag, één voor zaterdag en eentje voor zondag. Ze zijn al op.
Goede les.
Plakje kaas dan maar? Wat maakt een plakje meer of minder nou uit?
Of dat gekookte ei? Drupje mayonaise met ….
Intussen is het al 1 uur en ik ben nog steeds niet uitgedacht.
Ik ga naar bed.
Met een holle maag maar overleef ik het wel.
Hoop ik.