Buur Kat wordt te eigen

Hij doet net of hij thuis is. Dat doet hij overal.
Eigenlijk vind ik het wel lollig maar hij moet niet te bazig doen.
Ik houd er niet van als hij voor de koelkast zit en wijst. Commando’s tolereer ik niet.
Hij loert op mijn voordeur om binnen te komen, ongeduldig trappelend wenkt hij iedereen die voorbij loopt, fietst en rijdt, ‘schiet eens op!’
Vanmiddag kwam de kapster, ontdaan wees ze op Kat die tussen haar voeten meeschoof. Ze is bang is van katten in het algemeen en van Kat in het bijzonder.
Ik duwde hem, zijn protesten negerend, de achterdeur uit.
Opgelucht begond de kapster aan mijn haar maar werd opnieuw zenuwachtig van Kat die buiten voor het achterraam zat en naar binnen keek, uiterst misprijzend.
Zoiets doet hij nu altijd als hij zijn zin niet krijgt.
Vanavond liep hij weer met me mee en zette zich demonstratief naast de kelder. Ik negeerde hem.
Na een paar minuten mauwde hij. ‘Honger!’
‘Je hebt al worst gehad,’ riep ik terug.
Hij broedde op een antwoord en mauwde opnieuw. ‘Ik lust ook kaas,’
Toen tilde ik hem op en schrok van zijn gewicht. ‘Je wordt moddervet, je moet niet overal eten halen, schooibeest,’ maande ik en zette hem buiten.
‘Waar bemoei je je mee’  snauwde hij nog.
==

Advertenties

Supermarkt

Een bord vol kaas
blokjes Emmentaler
hmmm dacht ik
ik haal er
drie of vier van af
en snaaide met gulle hand
liep snel naar de andere kant
om stiekem te kanen
daar strafte meteen
die bemoeizuchtige god.
Een kruimel hechtte in mijn strot
Ik hoeste -weinig discreet-
lawaaiig en tranend
een tissu vol
Iemand bekeek me vermanend
zag niet hoe ik leed:
zo iets lekkers
me door de neus geboord.
Tis godgeklaagd en ongehoord.

Laat zonplezier

Op een septemberzondag besloten zus en ik nog één keer naar de zwemvijver te gaan.
Maar godnogantoe, wat een drukte daar. Iedereen had hetzelfde bedacht, alle omringende dorpen hadden hun burgers geloosd in het water en op het strandje, precies daar waar wij wilden nazomeren.
Vanzelfsprekend ging al dat volk bij dezelfde worstjeskraam lunchen. Allemaal op dezelfde tijd.
Ingeklemd tussen zo’n kleine vierhonderd zonners zinden we op wraak en verscholen ons achter iemands zonnehoed voor een geheime minitop.
‘Er lopen grote grazers achter de bosjes verderop’, fluisterde zus, ‘zullen we?’
‘Jaaaaa,’ juichte ik, ingehouden.  ‘Nu?’ Ze knikte.
We blubberden ons een tunnel door de oliebuiken naar de bosjes.
Daar floten we twee mammoetkoeien met lange krullen, sprongen op de ruggen en paaiden ze met pollen gras aan een stok voor hun neus.
‘Huphup, koetjes’, riep zus.
‘Ze heten Galloway’, hielp ik. ‘Aha.  Kom op gallegalletjes, rèn!’
Het werkte prima.
We stoven de vleesbergen in, de krullen wapperden als oorlogsbanieren en in een mum was iedereen verdwenen, geschrokken en doodsbang.  Een enkele bikini en wat snoeppapiertjes dwarrelden verdwaasd.
We klommen van de Gallowayse ruggen en stuurden ze met een pak La-vache-qui-rit naar hun eigen plek waar ze de rest van de dag tevreden herkauwden op de kaas.
Wij genoten ook. Zon,water en ruimte, wat wil een mens nog meer.

Obsessie


Het is iets na elven in de avond. Twijfeluur. Zal ik naar bed gaan met een hol gevoel of nog even opblijven voor een snack.
Uhm…
Sneetje brood met yorkham en mosterd kan toch geen kwaad?  Halve tomaat erbij voor het gezond. Augurkje. Of een baguette met knoflook…
Nee! Ik doe het niet!
Oké.
Vijf minuten flink zijn, denken aan de drie toetjes die ik kocht.  Eén voor vrijdag, één voor zaterdag en eentje voor zondag. Ze zijn al op.
Goede les.
Plakje kaas dan maar? Wat maakt een plakje meer of minder nou uit?
Of dat gekookte ei? Drupje mayonaise met ….
Intussen is het al 1 uur en ik ben nog steeds niet uitgedacht.
Ik ga naar bed.
Met een holle maag maar overleef ik het wel.
Hoop ik.