Twee verrassend leuke vervolgen op ‘Bijna een griezelverhaal’

Dit gelezen, nu moet ik nog naar boven, eng…. ☻
=====

Ze voelde een koude rilling over haar rug lopen, ze kon er niks aan doen maar haar lichaam begon te trillen. ‘Controle, ik wil controle, niet trillen, niet bang zijn’ zei ze hardop tegen zichzelf. Aandachtig luisterde ze naar de raspende ademhaling. Die piepte zachtjes bij iedere teug die naar binnen ging. Ineens hield ze het niet meer, ze sprong recht omhoog uit haar stoel en rende naar de deur. Maar dat lukte niet, haar benen bleven staan, ze kon ze niet bewegen. De kou die ze voelde kwam dichterbij, steeds dichterbij, net als het raspende geluid van de ademhaling. In en uit, in en uit. Ineens, een gil! Haar eigen gil! Het ontsnapte uit haar keel! Het klonk ijzig, zo ijzig dat haar man die naast haar lag te slapen wakker schoot. Badend in het zweet zat ze rechtop in bed. Het raam stond open, de hond was stiekem de slaapkamer binnen gelopen. Doorweekt en nog na rillend haalde ze opgelucht adem. Een nachtmerrie! Een dood- en doodenge nachtmerrie. Gelukkig. Ze sloot haar ogen en haalde diep adem om zichzelf te herpakken.
Ze stapt voorzichtig uit bed, keek om zich heen. Waar was ze eigenlijk? Zo zag de slaapkamer er toch niet uit? Misschien was het geen nachtmerrie, maar toch echt….

Joosje
==

Toen ze ‘s-morgens wakker werd was het stil in huis. Heel stil. Dat was raar want normaal hoorde ze altijd wel ergens geruis vandaan komen. De buren, kinderen op straat op weg naar school, verkeer. Nu niet. Het was doodstil. Wel kon ze ergens in de verte gekras horen…een raar geluid. Naast haar zag ze een vlek. Donker van kleur. Haar ogen sperden zich open, haar hart sloeg over, een huivering trok door haar hele lijf. Ze durfde zich niet te bewegen. Geen geluid te maken. Bang voor wat er mogelijk in huis rond sloop. Als ze maar stil was kon ‘dat’ haar niet ontdekken. Ze moest nodig plassen, dat wel. Buiten was het ook zo donker. Ook al zo raar, want het hoorde licht te zijn. Ze rook een vreemde lucht. Intrigerend, maar ook niet de geur die in haar huis thuis hoorde. Het gekras kwam ergens uit haar badkamer vandaan. Ze besloot toch maar eens te kijken. Wellicht een muis of zo. Ze was er bang voor, maar met een wapen in haar handen zou ze dat wel te lijf kunnen. De vloerveger werd dat. Ze sloop op haar blote tenen naar de badkamer, rukte die open en verstijfde……wat ze daar zag sneed haar de adem in de keel af……..(wie o wie)

Leo

Advertenties

Vriendin, laatste deel

De juiste woorden vinden is lastig.
‘Het is altijd wat als ze zo dronken is’ zeg ik aarzelend, ‘ze schold dat ik een rotwijf ben en,’ hem peilend aankijkend, ‘dat jij goed bent in bed
Met een ruk komt zijn hoofd omhoog. ‘ Wat?? Zegt ze dat? Dat geloof je toch zeker niet? Toe, zeg dat je haar niet gelooft….’
Mijn stem trilt. ‘Jack, zij en ik, wij… sorry, we kennen elkaar tot op het bot, we kunnen elkaar bijna lezen. Ze loog niet, Jack.’
Hij zoekt naar woorden, ik ben hem voor.
‘Waarom zij, Jack, waarom die hulpeloze dronken vriendin,’ dring ik aan, ‘omdat ze zo makkelijk te pakken is? Nog steeds een mooie meid?’
Ongemakkelijk kijkt hij me aan. ‘Je zult toe moeten geven dat ze een del is al wil jij het niet inzien, ze daagt mannen gewoon uit.’
Verbijsterd staar ik hem aan. ‘Gewoon? Op iemand neerkijken en dan als prooi nemen? En haar ook nog de schuld geven? Is dat wat je bedoelt?’
‘Doe niet zo onnozel Joos, zo werkt het toch met zulke lui. Ze hebben geen moraal en drinken zich dood. Zo simpel is het.’
Het wordt me rood voor de ogen.
‘Voor mij niet Jac, ik denk daar anders over. Je kunt gaan.’
Nu is het zijn beurt van onbegrip, met grote ogen staart hij terug. ‘Dat meen je niet.’
‘Jawel. Je moet weg.’
‘Laat je onze relatie kapotmaken door dat dronken lor? Is ze voor jou meer waard dan ik? Ze heeft drank nodig, niet een naieve vriendin…’
‘En jou nog minder. Ik mag dan een kutwijf zijn, jij bent een lul. Meer heb je niet te bieden.’
Andermaal probeert hij het. ‘Joosje, zie het eens voor je. Ze zit daar aan de bar te azen op een gratis drankje en bed, dringt zich bijna letterlijk op, hoe denk je dat dat is voor een man? En wat stelt een enkel nummertje nou voor….’
‘Vanavond nog,’ snoer ik hem de mond. ‘Dit is mijn appartement en ik wil je hier niet meer hebben.’
Ik steek mijn hand uit. ‘De sleutels. Meteen.’

Na een paar dagen loop ik een paar kroegen af, ik wil haar vragen bij mij te komen wonen. Misschien kan ik haar pushen, je weet nooit.
Een tip brengt me bij het ziekenhuis waar een verpleegkundige meeloopt naar de IC. Ze haalt de schouders op.
‘Ach mevrouw, ze drinken zich gewoon dood.’

© Bertie