Novembergedachten

Vandaag haalde ik een paar bewaarde kalenders tevoorschijn.
Er staat meer in gekrast dan gedrukt.
Achter veel namen prijken kruisjes en hoewel ik niet dagelijks stilsta bij de dood van ieder (schoon-)familielid, het treft me deze dagen toch. Kerkelijke gewoontes blijven je aankleven.
Zelf heb ik nog een aantal broers en zussen, ze wonen te ver of zijn slecht ter been. Van schoonfamilie leeft nog 1 zus.
Zoetjesaan ga je enig kind worden, wees was je al.
Dat krijg je als je de jongste bent.
Mijn vader en moeder waren ook de (bijna) jongsten, er zijn geen ooms en tante meer over.
Zolang het hele gezin nog leefde en er contact was dacht je niet aan de toekomst, niet in deze vorm. Je voorzag hoogstens een paar oudjes die gezellig samen theedronken of een borreltje namen.
We maakten daar grappen over.
Langzamerhand veranderden die grappen, bij iedere uitvaart werden ze zwarter, macaber.
Je treft een nicht of neef die hetzelfde meemaakt. Het zal in veel families zo gaan.
Die dingen.

Deze keer leg ik de kalenders bij het oud papier.
Ik ga voor nieuwe, zonder kruisjes.

Advertenties

Over tijd


Cliché: de tijd vliegt voorbij.
Het is nog waar ook.
Onbegrijpelijk;  ik heb geen baan, (als AOWster hoef ik me nergens te vertonen want ben automatisch ouderwets of achterlijk of beide),  geen gezin meer om te verzorgen, geen vlotte clubs, weinig familie (als jongste hoef je alleen nog uit te zwaaien), wat doe ik dan dat de tijd zo snel gaat?
Ik weet het niet.
Zó maak ik de zaterdagpuzzels, opeens is het woensdag marktdag,  donderdag,  vrijdag en zit ik opnieuw aan de zaterdagsudoku.
Toch ben ik niet dement (bij mijn weten), buren groeten normaal, kennissen komen gewoon op de koffie.Het is natuurlijk prettig dat ik me niet verveel.
Maar toch: waardoor gaat die tijd zo hard?
Krijg je bij het ouder worden een soort versnelling in tijdbeleving? Leeftijdsacceleratie?
Of wat?