Katholieke zomerdagen

Landerig hangen we op vrije –  en vakantiemiddagen rond op het erf, zeuren wat,  pesten elkaar en de hond, gaan elke minuut  naar binnen om op de klok te kijken, wachten tot het zwembad open is. We vervelen ons suf.
Met afgunst zien we de andersdenkenden naar het openbare bad gaan, zij mogen er de hele middag in, allemaal tegelijk.
Wij, roomsen, moeten wachten tot we in het katholieke bad aan de beurt zijn, jongens en meisjes na elkaar.
’s Avonds hetzelfde rooster voor vrouwen en mannen.

Tenslotte moest de kerk toegeven en werd er gemengd gezwommen.
Mijn moeder was al eerder overstag gegaan. Ik mocht eindelijk naar het openbare met een buurmeisje. Ze gaf me entreegeld met een ssst-vinger voor de mond.
Dolblij fietsten we er naar toe.
En wat zag ik?
Veel meer katholieken zwommen daar, waarschijnlijk allemaal met de opdracht: ‘vertel het maar niet verder.’
==

Over parfum

Gelezen, ooit, ergens:
‘parfumeren doe je op de plaatsen waar je het liefst gekust wil worden.’
Mooie gedachte, overbekend maar je leest het zelden.
In de uitgaansjaren besprenkelde ik me van top tot teen met eau de cologne (parfum was te duur). Niet om zoenen te vergaren. De goedkope geuren vervlogen zo snel, ik hoopte dat er een vleugje bleef hangen.

Nogal wat jongens zeiden een hekel te hebben aan parfum.
Dat was stoerdoenerij, een overblijfsel van hun kleine-kindertijd waarin ze niks van meiden wilden weten. Ondertussen hingen ze om het meest bedwelmende meisje heen, gedrogeerd door de zware dampen. Dat wisten ze zelf natuurlijk niet. Wij wel.
Een paar keer had ik bedacht om iets stinkerigs mee te nemen, een flesje azijn of zo, om vervelende jongens af te weren. Dat plan voerde ik nooit uit, de lucht blijft te lang hangen en het zou de jonge goden ook weghouden.

Later leerde ik echte parfum kennen. Duur maar fijn. Op verjaardagen kreeg ik kleine flesjes tot er een zwaarverliefde vrijer kwam die me een fles overhandigde van zowat een kwart liter. Zo leek het door de royale verpakking, een soort margarinedoos . Enfin, ik was er blij mee.

Na de verloving minderde het parfumgebruik.
Niet alleen hoefde ik niet meer te hengelen, hij bracht ook die grote dozen niet meer mee.
Maar af en toe kochten we wel eens een flesje voor elkaar. Hij mijn parfum, ik zijn after shave.
Dan verzonken we in verstikkende geurenwolken waarbij het niets uitmaakte waar we het opdeden.
We dachten niet aan kussen.
Eerst hond en kat redden die voor pampus lagen, happend naar adem.
Dieren kunnen niet veel hebben op parfumgebied, we kochten ze dan ook niet meer.
Zonder dieren valt heel goed te leven.
==

Flirtles

Het doelwit zogenaamd toevallig aankijken, één oog een beetje dichtknijpen, wenkbrauw lichtjes optrekken.
Weglopen, vluchtig over de schouder loeren.
Nietszeggend rondkijken, ogen even laten rusten op de begeerde persoon, eventueel met beide wenkbrauwen iets omhoog.
Langs hem slenteren met bungelende tas –een verontschuldigend sorry-

Eindeloos was de hoeveelheid maniertjes die klasgenootjes elkaar leerden
En allemaal even spannend.
Sommige jongens deden mee, anderen hadden niets in de gaten.
Meestal had je de lessen niet nodig. Verliefdheid wees zichzelf.
Later denk je: wat waren we kinderachtig.
Nog later denk je: het was eigenlijk best een leuk spel.

Tekening van Pixabay.