fatsoenlijk.

Een net oudje

Kind, dat is toch een leuke jongen? Ziet er keurig uit, netjes geknipt.
Wie had je bij je gister? Zo te zien een fatsoenlijk meisje, net gezin zeker?.
Waarom draag je die broek niet vaker, staat je zo keurig.
Zucht.
Complimenten als keurig en netjes deden me meteen naar boven vliegen om me te verkleden.
Fatsoenlijk, grrrrr. Vreselijk, afschuwelijk, ijselijk, dit soort woorden eindigen niet voor niets op -lijk: je wilde zo nog niet dood gevonden worden.
Het waren woorden die we associeerden met stijf en truttig, braaf. Fantasieloos en niks durvend. Een soort engel.
Hoewel ze zelf juist een vlotte vrouw was had ze liever volgzame dochters maar ja, vroeger waren ouders altijd bang voor onverhoedse zwangerschappen.
Dat begreep ik later.
Bij het volwassen worden veranderde ik niet echt. En nu ik oud ben nog steeds niet helemaal.
Maar er is verschil.
Afzakkende schoudershirtjes, zwarte mascara, te strakke rokjes met brede ceintuurs, vreemde kapsels, het is er niet meer bij.
In de spiegel zie ik een gewoon gemiddeld vrouwmens.
Ongeveer vijftig procent,  veertig misschien, maar zéker dertig procent van die nette dochter ben ik dan toch geworden. Uiteindelijk.
Jammer dat Moe het niet meer ziet.
==
citaat

Citaat uit vergeten boek.

Dit↓ lijkt me een goed ding om na te volgen.

Het gebeurt vaker dat je moeilijk kunt kiezen. Dit? Of toch naar dat? Waarom dan niet tegelijk? Je kunt het altijd proberen.
Thee zetten van ijskoude karnemelk bijvoorbeeld, lekker op hete zomerdagen.
Met wat aanpassingen is er meer mogelijk; geen hond willen en toch een waker? Neem een blaffende kat.
Soms is het lastiger.
In de tienertijd wilde ik Elvis Presley maar niet zijn slaapogen. Ik kreeg ze allebei niet.
Ook niet de aardige jongen die ik overal tegenkwam en me daarbij opvallend woest-triest aankeek (ik las toen al teveel). Hij aasde op mijn jongste broer.
Zulke dingen zijn niet te mixen.
Toch laat het me niet met rust, er moet meer mogelijk zijn.
Wie weet kunnen we ooit tweehonderd worden en tegelijk soepel blijven. In doen en denken. Een droom.
Maar jezelf blijven en tegelijkertijd wereldburger worden, dat zou pas een ideale mix zijn.
==
Het citaat komt uit een boekje van Van Nelle, uitgegeven begin deze eeuw. 
Het boek ben ik kwijt, dit citaat is alles wat ik terugvond.

boek

Nietzomakkelijkboek

Het lezen van dit boek bracht me in een neerslachtige stemming.
Waarom dan doorgegaan?
De auteur weet je te boeien waardoor je wilt weten hoe het afloopt.
Een Vlaamse boerenjongen groeit op in een tijd waarbij ik me niets kan voorstellen en ik was toch ook katholiek opgevoed met scholen waar de cijferlijsten belangrijk waren.
Het verschil zal in de streek en leefomgeving gelegen hebben.
Geinteresseerd? Mocht U gevoelig zijn voor stemmingen, leg dan alvast een luchtiger volgleeswerk klaar.
ps
Het einde vond ik een beetje van dik hout maar dat is een persoonlijke smaak.

De beknopte inhoud op de achterflap maakt veel duidelijk over de sfeer:
In “Kroniek van een verzonnen” leven, geschreven door Charles Ducal (Leuven, 1952), komt in een van godsdienst en plichtsgevoel doordrenkt milieu op het Vlaamse platteland een zesjarige jongen thuis met zijn eerste rapport: honderd op honderd. Die prestatie wordt de drijfveer van zijn leven: de beste zijn, altijd en overal. Maar een andere ervaring is minstens zo bepalend voor zijn verdere leven: hij is getuige van een verkrachting die eindigt in doodslag. Het daardoor ontstane trauma tekent hem voorgoed in zijn omgang met de vrouw en zijn worsteling met seksualiteit. Lichamelijkheid en seks zijn van een verboden, lagere orde. Pas als ouder wordende man komt hij via een aantal confronterende situaties en ontmoetingen in het reine met zichzelf. Deze roman schetst via een ragfijn netwerk van draden tussen de wereld van het kind en die van de oude man een mensenleven van de vroege jeugd tot de dood.