Zelf-beeld

Toen de televisie voor de derde maal uitviel gooiden we hem weg.
‘We verzinnen zelf wel wat,’ zei echtgenoot.
‘Toneelstukje?’ stelde ik voor want ik ben dol op verkleden en rare typetjes.
‘Goed idee, me Tarzan you Jane?’
Great!
Terstond hulde ik me in het vel van onze tijgerkat. ‘Is dit wat?’
Man keurde. ‘Is het niet te klein? Buk eens.’
Ongeduldig riep ik hem tot de orde. ‘Niet zeuren. Wat trek jij aan?’
‘Euh, we hebben de hond nog.’
Prima, het beest had de juiste kleuren.
Zo speelden we jungletje tot de avond om was.
Zwaaiend van lamp naar bovenkast met kreten en al.
Genieten, beter dan welk programma ook.
Maar dat slachtafval…

Advertenties

Jungletje

Drie weken niet snoeien, schoffelen en wat dies meer zij. Een zegen voor de natuur, zou je denken.
In een binnentuintje ligt dat anders, daar heb je al gauw een mini-oerwoud. Tot nog toe ziet het er mooi uit maar het duurt  niet lang of de schuurdeur kan niet meer open. Geen ramp als de wasmachine en droger er niet zouden staan en de fietsen.

Van de andere kant lijkt het me wel wat er een attractie van te maken.
Met een imitatie-Tarzan en -Jane in de lianen, zwierend van druif naar schutting, buitelend over de waslijn en elkaar kirrend achterna zittend tussen koninginnenkruid en bamboe terwijl Cheetah met de buurhond flirt.
Krokodil in het vijvertje, kokosnotenpalmen, giraffe (dwergexemplaar i.v.m. gluren) voor de gezelligheid, krijspapegaaien, extrasterke beamers voor tropisch effect, ik zie het wel zitten.

Maar het onderhoud, dat houdt me tegen. De keuken houd ik liever groenvrij.
Een hark en snoeischaartje zullen waarschijnlijk niet voldoende zijn om planten en dieren te snoeien.

Fietsen

Kom, dacht ik na de lunch, laat ik eens een ouderwets eindje fietsen. Het ziet er zonnig uit en met de hitte zal het wel meevallen.

Bij het opstappen voelde ik de warmte; hier hield ik me opnieuw voor de gek: straks in het open veld is er frisse wind.
Na vijf minuten reed ik dat open veld in. (de omgeving hier bestaat uit niets anders).
Toen geloofde ik alsnog de weersvoorspelling.
Hup Bertus, sprak ik mezelf toe, warme wind is ook wind, nog een klein stukje  naar de Maas. En verdomd, na tien kilometer haalde ik het. Rechtuit het water in reed ik,  fietste een rondje naar de overkant en terug, zwaaide naar de pont en kroop aan wal.
Nu kon ik er weer tegen en reed nogmaals tien bradende kilometers, ditmaal richting bos. Alweer een verrukking, zwaaiend aan koele lianen speelde ik Jane zonder Tarzan, het zal hem in de aanloop te heet zijn geweest maar het hinderde niet.
Restte  nog een stukje huiswaarts. Dat was zwaar. Gelukkig staan er meevoelende bloemen in de achtertuin; ze zwaaiden bij thuiskomst en wenkten me naar het vijvertje, trokken een stoel bij en zo rustte ik uit.
Een ritje door de Maas, zwaaironde door het bos en een voetbad tussen de lelies, mooi hoor.
Laat de boeren maar dorsen