Jannes’ euthanasie.

Jannes luierde op zijn wolk en gaapte zo luid dat Petrus appte: kan het wat minder? We hebben een naam hoog te houden.
Jannes haalde de schouders op. Fatsoen was niet meer zijn pakkie an.
Hij draaide zich op zijn buik, de verveling was niet te harden.
Rondom zag hij overledenen jarenlang klem zitten in vastgeroeste verwachtingen van eeuwige jachtvelden, rijen maagden, vage nirwana’s, Elyseïsche velden en wat er ook maar beloofd was.  Wat hadden ze verwacht? Actief doodzijn? De sukkels.
Hij krabde een kijkgat in zijn wolk voor de Blik Op Aarde.
Hm, interessante hemelvaarders waren wel aardig, spraakmakende reïncarnaties ook en de doorgewinterde prostituee in het lijfje van een biggetje was ronduit absurd.
Tot nu.

Jannes had er genoeg van, Petrus kon de pest krijgen met zijn fatsoen. Hier had hij niet om gevraagd.
Hij diende nogmaals een verzoek in: mag ik nu definitief dood?
Het mocht.
En hij ging.
==

Hemelse hemel?

In de hemel komt alles goed, werd ons verteld. Daarmee hield (en houdt) men gelovigen zoet en vooral volgzaam. Niets nieuws, deze chantage wordt in veel religies gebruikt.
Het heeft niet geholpen.
Van de katholieken is dat begrijpelijk, we leerden al jong alle zonden te biechten om met een schone ziel opnieuw te beginnen dus gingen we onbezorgd door met het snoepen uit de koektrommel. Stiekem uiteraard, wereldse straf woog zwaarder.
Nog afgezien daarvan leek die hemel me, kind zijnde, weinig attractief.
Wie wil er nou de godganselijke dag naar hemelse muziek luisteren terwijl er in snackbars volop bebopalula was te horen? Almaar bidden en god vereren? De wekelijkse hoogmisgezangen waren al beroerd genoeg.
Maar het ergste vond ik het idee dat we allemaal één grote gelukkige familie zouden zijn, als een liefdevol gezin, volgens de oude pastoor.
Met mijn ruziebroertje? Ik kon hem (toen) niet luchten.
Een paar buurkinderen die altijd knokten? No way!
Een hatelijke onderwijzeres, dat vreselijk mens? De gedachte deed me rillen.
Die jonge weduwe? Hoe zouden zij en haar man elkaar willen terugzien, vast niet als broer en zus.
Het idee stond me tegen temeer omdat je een geest was, lekker eten was er dus niet bij. Ja, een kind denkt logisch. Of simpel. Of juist pragmatisch.
Later las ik over het Walhalla, De Eeuwige Jachtvelden, het Elysium en meer hiernamaalsen.
Je kreeg ze nooit voor niets. De goden stelden eisen en weet je wat? Het waren gewoon de eisen die in een samenleving nodig zijn om de boel redelijk draaiende te houden.
Geven en nemen.
Zonder overspannen geloofswetten maar toen ik dat besefte was ik al lang kind af.