Internet·social media

Internet, de ultieme vrijheid

Wat zouden het voor mensen zijn op social media, die -anoniem- andere mensen stijf schelden, voor rotte vis uitmaken, ze de meeste smerige zaken toewensen, met de dood bedreigen? Ik bedoel niet alleen de hopeloze moslims tegen  ( lale-gul-) , lui van alle rangen en standen doen het.
Af en toe wordt er een opgepakt, iemand die sylvana-simons dood wilde hebben maar zich niet voldoende had afgeschermd.
Het zijn maar een paar voorbeelden van slachtoffers en, ook zo typisch, het zijn veelal vrouwen. Dat zegt iets over de daders. Iets ouderwets, bijna achterlijks.

Ik las dat iemand het geintjes noemde die uit de hand liepen.
Een ander had het over ergernis of verontwaardiging.
En dat men impulsief reacties plaatste.
Ook dat er nette mensen en hooggeplaatsten aan meededen, alsof het dus acceptabel zou zijn.
Er zijn groepen en fora waarin ze elkaar opjutten.
Toen las ik van ‘zo niet bedoeld’, ‘had er spijt van’.
Tja. Daar hebben de slachtoffers niets aan.

Je kunt daders zielig vinden, tragisch, gemankeerd, gefrustreerd, onvolwassen en meer van dat.
Ze zijn in mijn ogen gewoon laf, buitengewoon laf.
Ik vraag me af wat die lui deden in de tijd vóór Internet.
==

Internet·winkelen

Internetwinkelen


Ziezo, de stofzuiger is er.
Via Internet ook al ken ik alle redenen waarom je beter de bestaande winkeliers kan bevoordelen. Daar denk ik genuanceerder over maar daar gaat het nu niet om.
Ik verontschuldig me niet, toch wil ik het uitleggen.

We hebben simpelweg te weinig winkels, weinig keus, matig ov. Daar kan het dorp niets aan doen, dat is buiten wonen, dat weet je. Voor een verderops winkelbestand heb ik een buur of vriendin of nichtje nodig want ik heb geen auto.
De een heeft een baan, de ander kleinkinderen, de volgende is druk met mantelzorg, mensen die ik niet wil overvragen.
Ik ben geen uitzondering, er wordt erg veel gekocht via Internet.
De bekende busje kom je dagelijks meermalen tegen. Steevast leveren ze snel en vriendelijk de spullen, of vragen of je wilt aannemen voor de buren ‘die niet tois zijn’, ik tref zelden iemand met het lokale accent. Waarom niet, dat weet ik niet. Doet er niet toe, het valt me zomaar op.

Enfin, de stofzuiger is er en doet het.
==

Geen categorie·lezen·nieuws

Nieuws bijhouden


Er zijn zondagen dat je niemand spreekt op een berichtje na. Dat komt goed uit, ik  lees de kranten. Een lange zit maar ik houd ervan.
In het weekend heb  ik een paar papieren uitgaven. Verschillende, leuk om te vergelijken.
Niet alles lees ik. Sommige columnisten zijn niet aan me besteed, de corona-pandemie sla ik voor driekwart over. De meningen lopen te zeer uiteen en als ongeleerde kan ik ze niet beoordelen.
Door de week klik ik op kadaza en zoek De Gelderlander voor het streeknieuws,  bekijk het lokaaltje voor overlijdensadvertenties.  De doden ken ik  zelden maar iemand legt het later  uit: ‘Dat was dat mannetje met die scheve loop, die vrouw met dat knotje…’
Het journaal houd ik bij  voor de gezichten want ik kan de mensen haast niet uit elkaar houden. Op een paar na, de oranjekleurige uit de VS herken je meteen. Frans de boskabouter ook. En Marion Koopmans natuurlijk aan de serieuze wenkbrauwen.
In bed ga ik nog even door met Googlenieuws op tablet of phone tot ik wakker word van een pijnlijk rug of arm, nieuws is niet geschikt om op te liggen.
Zo kom ik een stille zondag tevreden door.

Nu moet ik de puzzels nog invullen en straks de British Bake 0ff zien, de lange zit begint op een marathon te lijken. Als ik maar niet aan de stoel vastgroei.
Stel je voor, zou ik zelf ook in de krant komen.
‘Je weet wel, de vrouw die altijd kranten las’.
==

 

onnozel

Eh…

Af en toe voel ik me ’n beetje onnozel. Een beetje veel, eigenlijk.

De wondere wereld van Internet is precies zoals ik het noem: wonderlijk door mijn onbegrip. In de beginjaren was het een uitdaging en wilde ik een deskundig voorbeeld worden voor de kinderen die zich een kriek lachten  om mams  wijsheden.
Dus nam ik het breiwerk weer ter hand. Maar ook hier moest ik toegeven: dit werd niets. Ik verkeek me op het geduld dat je moet opbrengen. Een trui breien voor lange mensen is monnikenwerk en dat zag ik te laat in. Exit breiwerk.
Nu ligt er weer iets anders, een stembiljet, ‘OPROEP VOOR DE INWONERSRAADPLEGING’. Ons college weigerde te fuseren en wil nu een  achterafreferendumpje. Het volk morde. Ik ook maar niet hardop want ik kan niet precies uitleggen waarom een paar leden kletskoek verkopen. Dat is me te moeilijk, begrijpt U wel.
Dan de updates.
Ik snap nog net dat ze ergens goed voor zijn. Dat hoop ik tenminste. Maar waarom ik zelf moet bijsturen ontgaat me, achtergrond bureaublad, weergave, e.d., kleinigheden maar ook hier weer: lastig en onbegrijpelijk.
Het firefoxgezeur om mijn telefoonnummers kan ik helemáál niet plaatsen, wat hebben ze daar aan? Helpt mijn nummer mee aan extra veiligheid?  Verdienen ze niet genoeg aan naam en adres?
Enzovoorts.
U ziet het, betere hersens laten inzetten was helemaal zo onwijs niet.
==

privacy

Blabla-smiespelsmiespel

‘…wij wisten precies bij wie het huishoudgeld op was, dan werd het de goedkoopste worst…..’
De spreekster werkte in een mij bekende supermarkt op de vleeswarenafdeling en vertelde dit in vertrouwen. Alsof ik dat wilde weten.
‘Ken je die en die nog? Niemand mag weten waar hij woont maar nou moest ik een pakje  op zijn naam bezorgen  in de straat van…’
De verteller was vakantiehulp, ergens in de omgeving.
‘Héééé, hallo, geef je een rondje? Kan er nou wel van af hè. Wanneer ga je rentenieren hahaha..’
De grappenmaker werkte bij een lokale bank en wist iets van rentebijschrijvingen. Pas na een boze blik werd hij stil.
Zomaar een losse greep uit een vat vol geklets. Niet verzonnen, we hoorden ze zelf, een paar jaar geleden.
Toen ik vanmiddag iets vernam over iemand die zijn salaris en rekeningen niet bij een lokale bank wil onderbrengen en daarom wordt uitgelachen, dacht ik hier aan terug.
Zo gek vind ik zijn wantrouwen niet. Iedereen kent elkaar, menig bankemployee is een dorpsgenoot. Loslippigheid komt voor.
De privacy bij banken is verbeterd,  ik hoop dat de monden intussen ook op slot zijn.

Internet en overheid hebben we allang niet meer in de hand maar klanten-privacy in-het-klein kunnen we misschien nog enigszins bewaken.
Onlogisch, maar roddel in buurtwinkels en -instellingen voelt erger dan een verre afluistersatelliet.
==

boek

Overtollige boeken bewaren. Of niet.

Er bestaan onnoemelijk veel boeken. Een piepkleine fractie daarvan las ik en dan het liefst op papier. Nog steeds.
Maar sinds Internet kijk ik minder en minder in de papieren woordenboeken en naslagbundeltjes.
Ze staan hier maar te staan, het mooie is al jaren verdwenen en afstoffen doe ik met de plumeau, één haaltje volstaat. Meer eisen stellen ze niet.
En dan liggen er nog een paar enorme exemplaren onderin de kast die na mijn dood waarschijnlijk hun eigen dood tegemoet gaan.
Een R.K. Bijbel, Nostradamus’ kwatrijnen, een naslagwerk van mijn geboorteplaats en twee ingebonden Katholieke Illustraties van de jaren 1948 en 1950.
Loodzware brokken, ze zouden als fundering kunnen dienen.
Af en toe vraag je je af: wat moet je daar nu mee. Gooi ze toch weg.
En dat is het punt: dat kan ik niet.
Nog wel die honden-, katten- en plantenbundeltjes maar niet de ‘echte’ boeken.
Maar voor het geval ik dat onwaarschijnlijke besluit toch neem heb ik een fotootje gemaakt. Om bij te grienen als ik ze mis.