Platonisch


Het begon met een klimroosje links en een kleine druivenplant rechts.
Ze groeiden op tot knappe jongelui en bekeken nieuwsgierig hun wereld, het groen, wendden de ogen af van muren en buren, draaiden zich naar de overkant. En wat ze daar zagen…
Roos werd nog roder, druif stak wiegend zijn ranken uit, ze kwamen bij elkaar en verloren zich de rest van de zomer, een verrukkelijke periode van verliefdheid die opbloeide tot ontroering en inspiratie van alle andere planten en insecten en vogels.
Hij voelde haar doornen niet, zij had maling aan zijn oorwormen, ach, liefde is  stekeblind.
Na deze eerste uitbundige toenadering bespraken ze een nieuwe date voor de volgende lente, gehaast, voor ze in winterslaap gingen.
En zie, elk voorjaar is de zoetheid meer zichtbaar, sneller worden ze groot, vooral roos groeit zo vlug dat haar bloemen achterlopen, ze reikt en reikt en druif doet zijn best, ook hij wikkelt zijn ranken op de weg naar zijn roos.
Over een paar dagen is de ontmoeting weer daar. Dan openen zich de knoppen, trosjes vormen zich, takken krullen van genot.
Ik raak er steevast van onder de indruk.
Zo gelukkig, zonder seks.
Dat moet wel ware liefde zijn.
=

Luie dag. Of ik?

Tijd om te niksen.
Na drukke verf-, tuin- en wandelsessies alsmede een gang naar de boezempletterij (ik houd het netjes) is het rustdag.
Ja, ik weet dat rust roest. Dat neem ik voor lief.
Ik speel wat met een boek, zoek een paar woorden voor het cryptogram.
Schil een aardappel en trek het bed recht.
De lucht noodt niet tot buitenzitten, is hoogstens goed genoeg om vloerkleedjes te luchten.
Inspiratie zoekend voor een verhaaltje, een rijmpje desnoods, kijk ik rond.
De zon schijnt door het zijraam, legt misprijzend de nadruk op een stoffige plant of verbeeld ik me dat? Ik gooi de plant weg.
Het uitusten bevalt me niet, onwillekeurig komen afkeurende blikken boven, van leraren. Ik verjaag ze resoluut.
Mijn oog valt op een paar bloesjes zonder knopen, naald en draad liggen er naast. Ha, nu heb ik iets te doen tijdens het niksen.
Als ik opschiet is er nog tijd genoeg voor de bibliotheek en een gangetje naar de plantenkas. En voor het uitzoeken van een paar papieren en… en…
Blij dat de ijver terug is zet ik me aan het naaiwerk.