Laat

Er staat een rijtje aan binnengerolde berichten.
Beantwoorden is nu niet aan de orde, te laat, er wachten andere zaken maar morgenochtend begin ik er aan. Waarbij ik meteen wat vragen stel.
Na het doorbladeren van de kranten en het printen van de puzzels, na de koffie en klaarzetten van het middageten, na een telefoontje en…
nou ja, die dingen.
Het weer was vandaag goed. Vrij warm, de lucht was helder en wat opviel was dat er in de schaduw een ijzige gloed hing. Ik zal me de tegenstrijdigheid verbeeld hebben maar zo voelde het echt.
Het is ook mogelijk dat mijn opmerkingsvermogen verruïneerd is door het ontregelende klimaat. Ik hoop het niet, ik wil geen koe in huis zien als ik een muis vermoed laat staan een ijsbeer. Wolven zijn al erg genoeg.
Tot zover de late gedachten die niet veel zaaks zijn.
Enfin.
Tot morgen.
==

Dag, bedmaatje.

Het was einde winterweer,  fris briesje, lekker voor de was van het beddegoed.
Fleurig en schoon hing het aan de lijn.
De grote dekbedhoes dubbelgeknijperd.  Ziezo, die zat goed vast.
Jahaaa, dat had ik gedroomd.
De wind kreeg vat op de hoes en nam hem mee; ik vloog er achteraan, door een regen van losknappende knijpers. Bijna had ik hem, verdorie, hij kwam op de schuur neer en bleef daar liggen.Trap erbij gehaald en net gooide ik een been over de dakrand toen de wind hem weer oppakte en verderop sleurde, naar de dakgoot. Wat een pesterij.
Klimmen ligt me niet zo. Het duurde te lang, hij waaide naar de schoorsteen zodra ik bovenkwam.
Arrrggg.
Eenmaal daar aangekomen zag ik hem naar het noorden zeilen, zwaaiend met zijn instopflap. Wat, vond hij het nog leuk ook?
Ongelooflijk. Zoveel jaren een bed gedeeld en me nu in de steek laten? Nee toch…
Ik leende een telescoop en zette die op de nok, zocht even en ja, daar zag ik heel in de verte een roze-gebloemde lap zweven, op zijn gemakkie dreef hij tussen de wolken. Poolwaarts.
Ook dat nog.
‘Dat gaat te ver’ jammerde ik, ‘naar de kou, waar poolvossen en ijsberen wonen, en ijskonijnen, daar ga ik hem niet halen, dat durf ik nooit.’ Zo sipte ik een tijdje want het duurt even voor je over een dergelijk verlies heen bent.
In gedachten keek ik hem na en slikte voordat ik een nieuwe kocht.
Soms denk ik nog wel eens aan hem, of hij goed terechtgekomen is.
Als je toevallig in die buurt op vakantie bent en een ijsbeer tegenkomt in een roze gebloemde jurk, dat weet je dat die jurk van mijn dekbedhoes gemaakt is.

Winter?


Straks nachtvorst. Ongeveer -5°, aan de grond kan het van -7 tot -10 zijn.

Zou het er dan echt van komen? Niet  een doodlopend voorproefje?
Bekenden weten het: al enige jaren droom ik ervan, van die ingesneeuwde woningen en poolkoude ijsvlakte en krakende  slootjes.
Ik zie de ijsberen al over Peel en Maas zwerven, turend in een wak  met sluimerende prikjes,  voorntjes of misschien een forel. Vandaar naar de achtertuinen waar  honden bibberend hun behoefte doen en hopen dat ijsberen alleen vis lusten.
Van voordeuren naar trottoirs worden tunnels gegraven met sneeuwschuivers,  niemand die erdoor durft wegens instortingsgevaar zodat de helft van ons bijna verhongert en alvast de grootste pan opmeet met één oog naar de kat.
Stel dat je het zachte getrippel hoort van dunne pootjes wanneer plotseling een muizenvolkje met lege buikjes de keuken binnenkomt en om een broodje bedelt. Ach…
En nèt wanneer eenzamen dreigen te bevriezen en een paar zwervers al opgestapeld liggen voor het lijkenhuisje breekt de dooi aan. Snel en grondig warmt hij de verstijfden, blaast de sneeuwlaag op en iedereen komt weer bij bloed, voldoende om smeltwater en ijsberen tegemoet te treden.
Het lijkt me een spannend evenement.
Alleen die muisjes, daar is het zielig voor. Opgevreten door de kat.

ps Ik reken er niet op. Op die winter.