Godssprookje

Jezus staat aan de rand van de hemel. Hij kijkt naar het mensenvolk met een ontevreden blik en zucht.
– Wat een trouweloosheid zie ik daar, mompelt hij, -alles hebben we voor dat stelletje gedaan, niet alleen hemel en aarde geschapen, voor dieren, zon en klimaten gezorgd, bijzonderheden ingevuld en denk je dat ze dankbaar zijn? Pfffft… –
Hij ziet wel grote groepen  die hem vereren,  maar elk onder een andere naam en veelal  tot eigen eer en glorie.
Van oprechte aandacht voor hem is geen sprake, het is gewoon beledigend.
Hij draait zich af naar zijn werkkamer om zich te dompelen in verdriet.
Lusteloos roept hij Godle op, tikt in:
Wie denkt aan mij?
Nul hits. ‘Geen resultaten voor ‘Denken aan U’
Hij denkt even na en verandert de zoekopdracht in
Wie denkt aan god?
In dikke blauwe letters verschijnt de vraag:
Bedoelde U misschien:  wie denkt er nou aan god..?
-Dit…dit bestaat niet, dit kan niet waar zijn. O mens, waarom heb je me verlaten?   Dikke tranen van gekwetste trots rollen over zijn gezicht.
Verbitterd belt hij zijn vader.
‘Wat moet ik nou?’ weent hij, ‘die mensen, ze vergeten me te aanbidden..’
Zijn vader zucht, dat gedoe ook altijd met die ijdeltuit. Was de hoofdrol in die bijbel hem niet genoeg?
Dan zegt hij:
-Zoon, je gaf ze toch die eigen wil? Wat verbeeldde je je dan, dat ze constant op hun knieën zouden liggen?
-Maar pa, Ik was toch het beeld waarnaar ze moesten streven? En moet je nu eens zien..
-Jongen, er zit maar één ding voor je op: rustig afwachten tot de wereld bijna vergaat, dan roepen ze je weer aan. Tot die tijd doe je een siesta, ik wek je wel. Goed?
Gerustgesteld zoekt Jezus een plekje in zijn hemelbed.
En gaat slapen.

©

Vanmiddag had ik het druk


Verbeterde selfie willen maken, uren voor de spiegel staan hannesen met kam en toilettas, en dan de camera achterstevoren houden,  wat een vertoning. Toevallig stond ik nog steeds voor die spiegel zodat er in ieder geval beeld is.
Mijn moeder zou haast terugkomen om me te berispen: dat krijg je er nou van, ijdeltuit die je bent. Ach ja.
Hij is nog nog wazig ook.
Achteraf ben ik blij, ongerechtigheden zijn nu minder duidelijk.
En er om kunnen lachen is ook wat waard.