Zomaar een paar tandjes

Er liep een kunstgebit in de winkelstraat.
Hij was zo vrolijk, lachte zo blij naar iedereen dat alle mensen groetten en zwaaiden, enkele  namen hun pet voor hem af.
Hij wandelde naar de drogist en bekeek daar alle tandpasta’s, de borstels en het flosdraad, hij kreeg een gratis proefpakket.
Daarna naar de groenteboer, die gaf hem een paar worteltjes.
De bakker liep hem achterna met bolletjes volkorenbrood, de slager met een stevig bot.
Toen hij genoeg gegeten had lachte hij nogmaals naar iedereen en huppelde naar huis.
Men praat nog steeds vol lof over hem,
dat blije kunstgebit.
==

Mammoet 2

Sensatie!
De media schreeuwden het uit:
‘ONLANGS GEVONDEN MAMMOET VERTOONT BEWEGING!’
Een unicum.
Griezelspanning beving de mensen, een reuzenolifant zo groot als een huis!
Regeringen vergaderden, geleerden claimden zeggenschap, de mammoet was van iedereen.

Van het sterkste metaal werd een hek rondom hem geplaatst.
Nu was het zaak het dier langzamerhand bij te brengen. Na ontelbare buisjes bloed, speeksel en andere zaken te hebben afgenomen brachten ze hem beetje voor beetje bij kennis.
De spanning steeg.
Tot hij op zeker moment zijn kop oprichtte en zich omrolde tot hij half overeind hing.
Nu pas zag men de werkelijk omvang, vermoedde de kracht.
Met angstig ontzag staarde men naar de enorme hoeveelheid mammoet maar na het eten van wat gras liet hij zich weer zakken en sliep in.
Opluchting alom, het bleek een lobbes. Zoiets als een oude circusolifant.
Nu hoefde alleen de oppas te worden geregeld.
Men zette een paar gewapende mannen neer, alles was onder contrôle.

De nacht viel, de mammoet sliep, de bewakers verveelden zich. Een van hen stelde een grap voor.
‘Zullen we hem eens kietelen? Dat vinden olifanten leuk, doen we in Artis ook altijd.’
Ze vonden ergens een lange tak en reikten door de tralies.De mammoet sloeg met zijn slurf. Nogmaals reikte de tak.
Wat huisde er in mammoets geheugen? Een wazig beeld van vijandige wezens die takken gooiden was genoeg om de herinnering te verhelderen.
Brullend kwam hij overeind en stapte naar de hekken waar de grappenmakers verlamd van schrik stonden.
Hij sloeg zijn slurf om de takkenman en trok hem de kooi in, en passant een paar tralies ombuigend. Hij gooide de man op de grond en trapte.
Iemand drukte op knoppen. Een professor gilde: ‘dood hem niet, houd hem in leven…’
Voor niets.
Zware knallen weerklonken.
En zo stierf het mammoetdom alsnog uit,
600.000 jaar later.
==