Misselijk mens


Dat was ik gister al en vanmorgen nog.
Mijn reactie op kwaaltjes is meestal: net doen of er niets aan de hand is dan vergeet je het vanzelf.
Of afleiding zoeken.
Dus vandaag een raam gelapt, een stukje tuin bijgewerkt, boodschap gedaan, kletspraatje gehouden, vloertje gedweild, van die dingen.
En toen ik tegen de avond buiten uitrustte viel ik in slaap. Na een uurtje werd ik wakker met een boek in de handen en een kop nes naast me.
Verdwaasd keek ik rond, er stond een bezem en een emmer, een berg dooie planten ernaast. De slaap was zeker diep geweest.
Opstaan viel tegen.
Ik had de voeten op tafel gelegd en dan zakken je benen zo raar door, alsof je ingewikkelde gymnastiek doet. Ze zaten in de knoop, ik kreeg ze uiteindelijk aan de praat en was daarmee definitief wakker.
En zag dat het, huishoudelijk gezien, een productieve dag was geweest.
Sjonge, dacht ik, waar kwam die ijver vandaan?
Een niet-gelezen boek maar wèl gepoetst?  Dat is niet des Bertjens.
Toen herinnerde ik me dat ik me niet lekker had gevoeld.
Misschien moet ik vaker misselijk worden.
==

Advertenties

Huishouden. Een vak apart.

Een niet al te pienter meisje trouwde. Daar ze niets wist van huishouden bezocht ze dagelijks haar moeder voor advies.
Dat was hard nodig.
Haar eerste portie aardappelen was niet te eten.
-Droog stomen, zei moeder, dan worden ze smakelijker.
Het meisje zette ’n pannetje water op, wachtte tot het flink dampte en deed  er de aardappelen in. Het stoomde en stoomde, het water verdampte en het stonk vreselijk. Terwijl haar man de keuken bluste rende ze huilend naar haar moeder.
–Weet je wat, zei die, hou jij je maar bezig met de was dan kom ik wel voor jullie koken.
Ook deze raad werd nauwgezet opgevolgd.
Het niet al te pientere meisje was wekenlang doende met de was; ze droogde en streek en waste tot alle kleren versleten waren en zij en haar man in lompen gehuld gingen.
Weer greep moeder in.
–Ga je huis maar poetsen, raadde ze, en doe tussendoor een  paar boodschappen.
Het meisje ging onmiddellijk aan de slag en poetste de kamer, de keuken, de kelder en alle andere vertrekken en daarna de buitenkant en de schoorsteen en de dakpannen.  Af en toe liet ze haar emmer zeepsop in de steek om naar de buurtsuper te gaan. Dan kocht ze zes liter Ajax en twaalf dweilen, of zeventien sponzen, zich verbazend over de snelle sleet.
Het werd werkelijk een onhoudbare toestand. De hele straat liep uit en keek hoe ze de regengoten sopte en de voorgevel stofzuigde en de dorpstherapeut vermoedde een onverwerkte relatie met de stofdoekenmand, kortom, het werd een bespottelijke vertoning tot de burgemeester een samenscholingsverbod uitvaardigde en de moeder opriep.
Die liet, ten einde raad, het huwelijk ontbinden en stuurde haar dochter naar ’n klooster.
En daar zit ze nu nog.
Echt waar.

Huisvrouw

Dat is het woord waaraan ik status ontleen.

Een andere benaming is er niet voor een vrouw die geen baan buitenshuis heeft. Nu stelden vroegere buitenshuise baantjes niet veel voor dus is het geen punt dat ik later opnieuw huisvrouw werd net als in de eerste jaren van ons huwelijk. In die tijd was ik ook  pedagoge, verpleegkundige, tuinvrouw, fietsenmaakster, kokkin, naaister, kortom, een multitaskster waaraan een huidige opschepster niet aan kan tippen. Vermoedelijk zou een huisvrouw er haar hand niet voor omgedraaid hebben haar kinderen van hun blinde darm af te helpen als het zo uitkwam.
Huisvrouw dus.
Niet dat ik het was, ik spéélde het slechts; op enkele karweitjes na vond ik het een moeilijk beroep en spiegelde me aan de ervarener buurvrouwen om de spelregels te volgen. Zo wist ik uiteindelijk wanneer het ramenlappen aan de orde was, leerde de bedden-verschoonscène en hoe de was wit te houden. Uiterst nuttige lessen want zo kreeg ik het spel onder de knie.
Dat schonk een soort voldoening die me matig voldeed maar ook dat leerde ik.

Nog herinner ik me de ultieme trots bij een zorgvuldig gestreken stapel luiers zo wit,  bijna verblindend en waarin de babies amper in durfden te poepen. Niettemin groeiden ze op in redelijk geestelijke gezondheid.

Nu ben ìk de ervarene.
En spiegel me opnieuw. Aan de jonge stellen die geen tijd hebben zich druk te maken om gestreken theedoeken.
Zij kennen de spelregels veel beter.