huis

Het huis waarin we woonden.

Heb ik dit al eens geplaatst? Zo ja, scroll rustig door.
Dit is het houten huis in de Zaanstreek waarin het hele gezin -en ik- is geboren (niet allemaal tegelijk) en opgegroeid.
Oorspronkelijk zonder de aanbouw rechts, geverfd in Zaans groen.
Tot Moe genoeg had van het groen – het halve dorp was al groen- en deze cremekleur uitzocht.
Meteen de ramen verbeterd,  glas-in-lood bovenlichten laten inzetten en ziedaar, het was direct heel anders, medio jaren vijftig bleven de meeste mensen nog aan het groen vasthouden.
Ik heb dit altijd mooi gevonden, een verbetering, zelfs de gordijntjes stoorden niet.
Toch zou ik er nu niet meer in willen zitten.
Het was en bleef een oude woning, indertijd al dik 70 jaar. En klein zoals veel toenmalige huizen.
Achteraf vraag je je af hoe grote gezinnen zo klein konden wonen en gezond blijven, als psychologen indertijd gemeengoed waren zouden ze massaal overwerkt zijn.
Maar ons huis zat goed in de verf, dat telde ook mee.
==

liefde·shortstory

Aandoenlijke shortstory in drie delen

Lief (1)
Toen ze deuren en ramen schilderden kerfden ze hun namen in het houtwerk.
Opdat ze niet vergaten.
Zo verliefd, zo blindelings erin gelovend.
Dit werd absoluut hun huis.

Nog steeds lief (2)
Andermaal namen ze de kwasten, met de laatste laklaag verfden ze hartjes om elk van hun namen.
Nu konden ze het huis inzegenen met een prosit maar bovenal met de zekerheid van eeuwigheidswaarde die ze hun gevoel toedachten:
dit huis was voor altijd.

Niet meer lief (3)
Maar ach, ze raakten aan elkaar gewend en speelden slechts met lauwe gebaren, treurend om wat was en met vage hoop.
Vergeefs.
De namen zijn weggekrast.
==

veiligheid

Rustig slapen.

Bang zijn is een druk bestaan.
Inbrekers, terroristen, enge beesten, gerontofielen en ander gespuis, het loopt vrijelijk rond.
Het huis dient daarvoor afdoende beveiligd en dat houdt regelmatige contrôle in.
Sloten van ramen en deuren bijhouden, is een extra schuif niet verstandiger, lopen rolluiken nog soepel, zit de kraak nog wel in de trap, liggen de telefoons op het nachtkastje en hoe zit het met dat driepuntsslot, sleutel erinlaten of juist eruithalen en bewaar ik hem dan onder het hoofdkussen of juist niet, ze vermoorden je voor minder en… o jé, de poort, was hij wel afgesloten? Ik geloof het wel, ik weet het zeker of toch maar even kijken?
Brrr, koud zeg, op je sloffen in de sneeuw, gauw naar binnen.
Ha, ik hoor buren babbelen, altijd een veilig idee. Ze horen beter dan ikzelf.
Goed dat de achterdeur zo’n herrie maakt, hier komt niemand ongehoord binnen.
Een hond? Alsjeblieft zeg, bij elk blafje ben ik bang dat er iemand binnensluipt.
En…

U begrijpt nu waardoor ik zo goed slaap. Ik ben bekaf als ik aan de nacht begin.

Nog vergeten:
Onder het bed kijken doe ik ook voor ik inslaap. Ik vraag me af wat ik zou doen als er ècht iemand zou liggen.