Een onbevredigend einde

Vanmiddag troffen we de De Rattenvanger van Hamelen
Hij drentelde rond de kerk en keek zoekend om zich heen.
– Kunnen we U helpen meneer?
– Dag dames, weet U misschien waar ik moet zijn? Iemand  zou me ontmoeten in de Kerkstraat in Brabant.
– Dat is hier, zeiden we, wie moet u hebben?
Hij haalde zijn schouders op.  – De anonieme beller. Uit een anoniem gemeentehuis.
Nou zeg, dat is lastig.
– Hoe zag hij er uit?
-Dat weet ik juist niet, hij had alles afgeschermd. Hij zei  alleen dat ik in deze regio moet zijn om dieren bijeen te muzieken  en weg te lokken. Wat denkt U, had ik het moeten weten en om welk soort gaat het?
We keken elkaar aan.  -De varkens.
– Nou U het zegt… de Hamelenman snuffelde. We knikten, -ziet U wel?
Hij haalde een fluit tevoorschijn en blies een paar noten. Prompt hoorden we geknor en schommelden er een paar dikke biggen te voorschijn. We riepen ‘hoera’ en ‘gaat U vooral door’.
Hij hield op.
– Dat wil ik wel doen maar wie betaalt me? De beller ken ik niet en voor niets doe ik het niet. Weet U wel wat een varkensasiel vraagt per dier? U hoopt toch niet dat ik ze de rivier in jaag?
Oef. Een tegenvaller.
– Misschien een zacht prijsje…?
– Geen denken aan, daar zijn er al teveel van. Ik kan U wel op de Hamelenapp zetten, oké?
Tja. Er zat niets anders op.
Hij zei bezjoer en wij riepen houdoe en gingen met spijt uiteen.
==

.

Duister denken

Een groot voordeel van sneeuw is dat de omgeving oplicht in avond en nacht.
Zojuist keek ik naar buiten en zag dat er een nieuw wit waasje over de half verregende rest ligt. Dat maakt me blij, ’n beetje in ieder geval.
Een winter mag streng zijn, ijzig koud en bergen sneeuw brengen, ik houd van extremen ondanks de overlast.
Toch is er één ding van dit seizoen dat ik moeilijk kan accepteren en dat is de donkerte.
Heerlijk, zegt men, cocoonen, waxinelichtjes, knusjes bij elkaar zitten, dekentje om je heen.
Het klinkt me klef in de oren, het koeren ontbreekt nog. Het is hooguit gezellig voor een paar dagen, dan is de waxine op. Gewoon schemeren deden we altijd al zonder geknus.

De middagen zijn te kort, de avonden eindeloos, je gaat naar bed om te slapen tot het weer licht is.
Het feit dat ik weduwe ben maakt het er niet beter op. Tja, ik ga me geen nieuwe echtgenoot aanschaffen om een paar donkere maanden door te komen. Het zou wel handig zijn maar wat zeg je tegen zo’n man in februari? Houdoe en tot de volgende winter?
Liever zou ik een kamerkampvuur aanleggen.
Als de buren er niet op tegen waren. En er genoeg aanmaakhoutjes zijn. En…
Zie je nou wat die donkerte met me doet? Ik word er niet goed van.