Eropuit…


..dat wil ik.
De horizon verbreden, een andere cultuur zien, me in een ander landschap begeven, een afwijkend  accent horen. Daar snak ik naar.
Naar het proeven van een nieuw gerecht en
naar dingen die ik niet vind in ons eigen straatje.

Wat let me?
Ik
.stap in de bus en ga naar de stad.
Tot vanavond.
==

Wonen tussen bergen? Nee…

Een kennisje gaat binnenkort naar Zwitserland. Ze verheugt zich enorm , vertelt van de Alpenpracht en barre spitse hoogtes die ze uitbundig fotografeert, kortom, ze houdt van de bergen en verblijft er de hele zomer. Ze wil rondkijken naar de mogelijkheid voor een vast verblijf.
Ik luister, zou een paar weken mee willen, aangetrokken door haar enthousiasme.
Maar voor vast?
Duitsland komt me voor de geest, Moezel, Eiffel.
Luxemburg, Ardennen.
Ierland, Ring of Kerry
Frankrijk, het zuiden, Pyreneën.
‘Berg’plaatsen waar we schitterende vakanties hadden.
Toch miste ik het vèr-kijken. Wanneer we wandelden hoopte ik na elke bocht op een vergezicht maar in dat geval was de view altijd beperkt. Hoe mooi ook – een dal, rivier, pittoreske dorpjes- daarachter was de horizon steevast verdekt achter nog meer bergen. Het deed iets met me, ik voelde me tegengehouden, zoveel zelfs dat ik me afvroeg of de bewoners een beperkt wereldbeeld zouden hebben door gebrek aan uitzicht.
Onzin natuurlijk.
Ik ben gewoon een plattelandsmens in de meest letterlijke betekenis. 
Begrijp waarom mijn vader hield van de polders waar hij vaak fietste;  het was het eindeloze zicht, nergens gehinderd door iets anders dan silhouetjes van dorpen.
Daar was geen verdektheid, je kon kijken tot in het oneindige.
Misschien nog steeds.

Nee,
tussen bergen zou ik liever niet wonen, niet voor altijd.

Strand-idylle.


Het strand is bijna leeg. De meeste badgasten zijn verdwenen.
Langzaam, nog half dromend, wordt Eva wakker.
Suffig kijkt ze op haar horloge. Half zeven al? Naar huis, etenstijd.  Rekkend en gapend gaat ze rechtop zitten. Met tegenzin propt ze haar spullen in de tas en staat  op.
Ze besluit nog een stukje langs het water te lopen, genietend van de rust.
Peinzend kijkt ze naar de horizon en vraagt zich af of er op dit zelfde moment aan de overkant ook iemand wandelt.
Een jongen misschien.  Een lid van het koningshuis, ontsnapt aan bodyguards en met verlangen naar Nederland turend.
Hij wacht natuurlijk op haar en de appel die zij hem aanbiedt, ze heet tenslotte Eva.
In gedachten loopt ze met hem mee en probeerde haar school-engels op hem uit, spint een leven om hem heen waarin ze gaan stappen en proosten met  Charles,  alle knappe voetballers leert kennen en de hondjes van de queen aaien.

Een hard gefluit klinkt op. Verrast draait ze zich om,  bekijkt teleurgesteld  een schriele puber die komt aanrennen met de shampoo. Moet uit haar  tas gevallen zijn. Hij knipoogt als hij haar de fles reikt  maar ze mompelt een kort ‘dank je’ en wendt zich weer naar het water, gefocust op haar koninklijke vrijer.
De prins echter, is tegelijk met de ondergaande zon in de golven verdwenen.

© Bertie