Landbouwdag


Zondagmiddag waren we ook even op een groot dorpsevenement in de omgeving, voornamelijk gericht op boeren.
Er waren grote en oude machines. tractor-pulling, een passend springkussen, rockmuziek en andere bands, heel veel gezinnen en senioren maar ook jongeren in overwegend spijkergoed, bier en friet, bier en friet, enzovoorts.

In een open stal zaten koeien aan hun hooimaal, net zo nieuwsgierig naar ons als wij naar hen. Een rijk gezicht.
De stemming was ondanks de drukte gemoedelijk.
Gezellig.
En toch.
Hoe aanstekelijk het ook was, vooral de rockband, het is niet mijn wereld.
Ik kan me niet voorstellen dat we er als tieners naar toe zouden zijn gegaan.
We dachten er over na hoe het zou zijn.
Wie weet was ik dan getrouwd met een boerenknecht; zette ik koeien aan de melkmachine of hielp Bertha 3 met haar kalf.
Natuurlijk nooit met een echte boer, dat was een paar klassen te hoog gegrepen voor arbeidsdochters.
Maar dat is speculatie.
Je wist sowieso niet op wie je verliefd zou worden, er waren aardig wat  jongens in de aanbieding en de kans dat ze iets met het boerenleven te maken hadden – al was het zijdelings- was groot.
Varkens, kippen, maïs, voederbieten, dat ie het eerste wat in me opkomt bij herinneringen.
En Homburg of de pluimveeverwerkende bedrijven.

Hoe dan ook, ik ben er doorgekomen zonder lijntjes naar vee en landbouw.
Maar bezoek aan een dag als dit is best leuk, alleen al door de stevige muziek.
=

Advertenties

Herfststorm, verslag in drie hoofdstukken. 2

We verbleekten.
‘Zou je niet gaan zoeken, misschien ligt hij wel dood onder de takken. En waarom gebruikte je onze bomen?’
‘Ach, what’s in a tree. De leeuw ligt volgevreten in zijn mand maar m’n broer zal wel in de buurt zijn.’ Hij keek vaag om zich heen. ‘Sjaak, waar ben je?’
Prompt reageerde het beestenspul, angstig, ze kenden Sjaak en diens leeuw. Ze worstelden met de takken en elkaar, kwamen los en vlogen over alle barricades naar buiten.
‘Hela!’ Willem protesteerde, ‘terugkeren jullie, tis melkenstijd…’ maar het vee luisterde niet.
‘…extra hooi’ gooide hij er achteraan en toen, venijnig: ‘..of ik bel het abattoir.’ Dat hielp. Ze kwamen terug, de hond wierp een lasso om hun nekken en hield de wacht.
Wij speurden ondertussen naar Sjaak.
Eindelijk, na de vlucht van de allerlaatste hamster, zagen we hem; zijn voeten staken onder de tafel uit. Hij sliep.
Willem schopte hem,’verdomme,’ vloekte hij, ‘heb je niks beters te doen? We barsten van het werk.’
Sjaak schrok. ‘Au, bedankt. Het is jouw farm, ga je gang.’ Hij sliep verder.
Kwaad keerde Willem zich naar zijn vee dat hij voor nood zolang in het fietsenhok van de kookschool parkeerde waar de heerlijkste geuren hen ten deel vielen daar de examenklas op een bijzonder nachtgerecht oefende. Verrukt rook het dierage  de gepofte maïs en de veldsla, geïnspireerd fabriceerden zij intussen hun weidemelk en graneneieren.
‘Ahhh,’ genoot ook buur Willem, ‘laat die luiaards maar snurken.’
Prompt schoten Sjaak en zijn leeuw wakker. Beledigd doken ze gezamenlijk de plaatselijke wildernis in.
Luid snuivend en vol mannelijke passie jaagden ze en kwamen te voorschijn met een tegenstribbelende kalkoen (Luister, tis nog lang geen Kerstmis…) en een slome haas die weliswaar Pasen had overleefd maar er niet malser op was geworden. Fier legden ze de buit aan onze voeten.