Kat en muis

Hoewel ik geen kat meer heb is er nog wel een aardige herinnering.

We hadden muizen, in de keuken en rondom de schuur.  De hond, een gemakzuchtige spaniel, deed er niets aan.  Die sliep alleen maar.
We plaatsten muizenvallen. In de keuken, onder het afdak en bij de schuurdeur.
Zielig, ik weet het, maar we waren ten einde raad, het muizenidee was onverdraaglijk.
De volgende ochtend waren de klemmen die buiten stonden verdwenen.
Vreemd.
Nieuwe gekocht. Ook die verdwenen.
Enfin, we hadden geen last meer dus lieten we het zo.
Veel later spraken we een buurman die zei: Tommy (hun kat) kwam twee dagen op  rij thuis met een paar dooie muizen die nog in de klem zaten. Snap je dat nou?
We barstten in lachen uit en vertelden van de verdwenen klemmen.

Het is bekend dat sommige katten hun prooi voor je neerleggen. Alsof ze de baas willen behagen. Of willen delen? Wie zal het zeggen.
Maar met klem en al, dat verwachtten we niet.

En dan nog wat.
Het was dezelfde kat die dagelijks een hapje kwam halen. Het beest had me er nooit iets van verteld.
==

Vreemd schouwspel

Wat ik nou weer tegenkwam.
Een hongerige vlo zat op een te magere kat en ging in drie sprongen via een lange hond naar een vet varken dat op een groot paard reed.
Een kip, gewend aan rennen, liep mee.
De bozige baas floot.
Het grote paard stopte abrupt, het vette varken rolde eraf en plette de lange hond en magere kat.
De hongerige vlo zette zich op de baas die hem doodsloeg.
De kippige kip rent nog steeds.

Als ik het niet zelf verzonnen had zou ik het nooit hebben geloofd.

Bloggende rechter,

‘…ik heb veel overlast van buren, het is een wonder dat ik nog niet in een inrichting zit.
Vanaf de eerste dag schrok ik me wezenloos van een geluid dat me door merg en been ging. Bleken ze een stofzuiger te hebben uit het jaar nul, rammelend en hikkend jaagt hij door hun huis.
Wanneer ze koken klepperen de pannendeksels luidruchtig.
Eindeloos laten ze de baby huilen, soms wel meer dan vijf minuten terwijl mijn arme hond na een uurtje al wordt uitgescholden.
Zomers zitten ze ’s avonds buiten en maar kleppen, mijn heggen verschrompelen van hun prietpraat en van stoelpoten die op de erfgrens staan. Moet ik dat pikken?
En dan hun bankstel. Zo onvoorstelbaar lelijk, wanneer ik langs hun ramen loop word ik duizelig van de vloekende kleuren die erdoor schemeren, dat doe je je buren toch niet aan. Waarom houden ze de overgordijnen niet dicht?

In het begin kwam ik er voor een kennismakingsborrel.
Toen liep het al snel mis, reeds na twee kopjes koffie serveerden ze grote bellen cognac hetgeen de gesprekken versoepelde maar waarvan de kwaliteit zo beroerd was dat ze me na enige glazen naar huis brachten en in bed stopten. De brutaliteit, ze hadden een dokter moeten bellen!
Nu ben ik aan de sukkel, door alle narigheid ontspan ik alleen nog maar met 3 kilo tranquilizers per dag.

Op een klacht bij de verhuurder werd niet gereageerd.
Evenmin op mijn voorstel de woning naast mij in het vervolg onbewoond te laten.
Bloggende rechter:
ik eis een rustige plek om mijn dagen te slijten, zonder gestoord te worden door luidruchtige buren.’
==

Wie van de drie


De kat is een vleierig beest
maakt van de schootzit een feest
maar loop er niet in
onder’t gespin
bewaart hij een duistere geest.


De hond is een trouwelijk dier
hij likt er je hand met plezier
maar krabt en ook vlooit
kwijlt als hij schooit
en stinkt als hij nat is naar gier.


De koe is een zwart-wit geval
soms rood en ook dat staat haar knal
ze geeft voor het gras
een hoop biogas
haar melk is een smaakfestival.
===

 

Vrijdag de Dertiende


Opstaan aan de verkeerde kant. Bons, kunstbeen vergeten.
Douchekraan te heet. Met de rechterhaak smeer ik brandzalf op de linkerhand. Au, grrrr.
Verder geen narigheden tot de hond me begroet, de lieverd.
Hij springt schouderhoog voor een stevige lik en… hè? donker?? Jasses, hij heeft het goeie oog geraakt en het glazen ziet niks. Halleluja, daar word je wakker van.
Tastend vind ik de kraan en spoel mijn oog schoon. Dit gaat tenminste goed.
Koffie. Ik zet …. wat krijgen we nou? Een bijl in de deur?  Brandweer dringt binnen, paniek, ik word naar buiten gezwierd, wasterandehand??
Niet te geloven,  s
taan de bovenburen in de fik en ik had niks gemerkt, gehoorapparaat ligt nog in het zeepbakje.
Moet de dag nog beginnen..

Kunstbeen, haak, glasoog en hoortoestel gooi ik resoluut in de vlammen.
Ik heb er toch niets aan.
=

 

Naar de hemel? Dat ligt eraan.

Na lang zoeken bevind ik me in een saaie wolkenbuurt die voor een grote poort ligt. Weinig indrukwekkend. Geen engel, doodse stilte.
Zou ik het doen? Aanbellen? Als ze me maar niet wegjagen.
Ik doe het, ik wil een antwoord.
Gramstorig komt een norse kerel naar de deur. Petrus.
Je hoort hier nog niet. Dom mens.
Nou zeg, zijn dat hier de manieren?
Houd je in, maan ik mezelf en vraag – Is God zelf aanwezig?
Niet voor de levenden, gromt de man. Waar gaat het over?
– ik wil weten of braaf-zijn de moeite loont.
En? blaft hij.
– ’t Is hier waardeloos.
Hij pakt me beet, zwaait een paar keer en gooit me neruit.
– Val me niet meer lastig, jij!
Opgelucht land ik op mijn luie stoel. Wat een knoest, voor die hemel ga ik me niet meer uitsloven. Braaf zijn, het mocht wat.
Bevrijd keur ik de nieuwste xtc en open de cognacfles. Daarna vloek ik de buurman stijf en verkoop zijn valse hond een rotschop.
Het leven is vurrukkulluk.
==

Geraamtes


Er wandelde een skelettenpaar over de markt.
Licht krakend en luchtig gekleed.
Hij in een zomershirt en kniebroek, zij in een minirok en doorkijkbloes.
Ze trokken veel aandacht.
Mensen bleven staan, kinderen griezelden of lachten, kooplui maakten de nodige grappen.
‘Voordelige smeerolie, meneer, mevrouw…’ ‘Soepvlees dame, eersteklas mergpijp…’
Ook een hond kwam aan ze snuffelen, haastig weggetrokken door zijn baas.
Het paar negeerde het bekijks al zou een scherp opmerker een geërgerde flikkering zien in zijn ooggaten.
Na de markt te hebben bekeken verdwenen ze.
Eenmaal buiten gehoorafstand zei hij het.
‘Stom mens, ik zei toch dat die bloes een slecht idee was?’
==

Huisdieren en eigenaren


Er liep een man met zijn hond aan de riem. Ze lieten elkaar uit. Woordeloos, elk  begreep de ander.
Even verderop wandelde een hond met zijn man. Ook zij lieten elkaar uit in zwijgend  begrip.
Toen de stellen elkaar tegenkwamen groetten ze allen beleefd, een knikje, een grom.
Ze waren gewend aan dooreengelopen identiteiten.
Tot zover de praktijk van honden en baasjes die op elkaar gaan lijken, ze merken het verschil niet meer.
Daar kwam plotseling een kat te voorschijn, hij leidde een vrouw.  Uitdagend, sjiek riempje om haar nek, zachtleren handlus tussen de tanden van de ander.
Honden en mannen keerden zich en bloc van hen af. Walgend.
‘Jaloerse krengen,’ mompelden ze.
==

Over parfum

Gelezen, ooit, ergens:
‘parfumeren doe je op de plaatsen waar je het liefst gekust wil worden.’
Mooie gedachte, overbekend maar je leest het zelden.
In de uitgaansjaren besprenkelde ik me van top tot teen met eau de cologne (parfum was te duur). Niet om zoenen te vergaren. De goedkope geuren vervlogen zo snel, ik hoopte dat er een vleugje bleef hangen.

Nogal wat jongens zeiden een hekel te hebben aan parfum.
Dat was stoerdoenerij, een overblijfsel van hun kleine-kindertijd waarin ze niks van meiden wilden weten. Ondertussen hingen ze om het meest bedwelmende meisje heen, gedrogeerd door de zware dampen. Dat wisten ze zelf natuurlijk niet. Wij wel.
Een paar keer had ik bedacht om iets stinkerigs mee te nemen, een flesje azijn of zo, om vervelende jongens af te weren. Dat plan voerde ik nooit uit, de lucht blijft te lang hangen en het zou de jonge goden ook weghouden.

Later leerde ik echte parfum kennen. Duur maar fijn. Op verjaardagen kreeg ik kleine flesjes tot er een zwaarverliefde vrijer kwam die me een fles overhandigde van zowat een kwart liter. Zo leek het door de royale verpakking, een soort margarinedoos . Enfin, ik was er blij mee.

Na de verloving minderde het parfumgebruik.
Niet alleen hoefde ik niet meer te hengelen, hij bracht ook die grote dozen niet meer mee.
Maar af en toe kochten we wel eens een flesje voor elkaar. Hij mijn parfum, ik zijn after shave.
Dan verzonken we in verstikkende geurenwolken waarbij het niets uitmaakte waar we het opdeden.
We dachten niet aan kussen.
Eerst hond en kat redden die voor pampus lagen, happend naar adem.
Dieren kunnen niet veel hebben op parfumgebied, we kochten ze dan ook niet meer.
Zonder dieren valt heel goed te leven.
==

We zullen doorgaan

Het is stil in de straat.
Een enkele flinkerd veegt wat vuurwerkafval weg, een dappere loopt met haar hond.
Het is pas half negen en ik kruip weer in bed.
Pech. Slapen lukt niet meer.
Draai naar links, rechts, op de rug.
Plots klinkt een verlate knal. Meteen zit ik rechtop en grijp verbolgen naar het kladblok voor een woeste log.
Ik leg het blok weer weg.
Waarom zou ik? De blogstop van de laatste twee dagen beviel prima, het jaar was zó om. Toegegeven, het was een kortje, ik zou er een echt jaar achteraan kunnen plakken.
Maar dan.
Zit ik waarschijnlijk vanavond al met jeuk in het hoofd: zal ik dat rijmpje, versje, verhaaltje effe doen? Die rare wolken bijtekenen, ook leuk werk. En het vertrek van de kerstboom zingt door me heen. En…
Krijg je dat weer.

Eenmaal beneden zie ik een overgebleven halve tomaat. Hij kijkt me uitdagend aan, verrimpeld maar ik lust hem rauw.
Na een wijnavondje heb ik meestal honger. Na een bieravondje trouwens ook. Altijd, eerlijk gezegd.
De tomaat doet me goed, de laatste vitamien die er nog in zat was net genoeg om het kriebelhoofd te genezen: ik blog door en geen gezeur.

Ehm, effe denken…
===