Man vrouw hond

Er fietste een meisje door de straat. Een mooi meisje met gebruind middenrif, een vleugje goud in haar navel ving de zon.
Een  man met een houten been wandelde  met vrouw en hond over het trottoir; hij floot bewonderend.
Het meisje  keek hem vragend aan, de man knipoogde.
De vrouw naast hem haalde kalm een bijl uit haar tas—

Een knappe vrouw stapte uit haar wagen bij de supermarkt.
Een man in een rolstoel  keek geïnteresseerd naar de opstropende rok en halfblote benen.
Naar de tas van zijn vrouw en de hond die een enorme kluif torste. Tenslotte bekeek hij mismoedig  zijn lege broekspijpen.
Hij floot niet.

 

Dag 2016, tot nooit meer.

Afgelopen jaar is er niets bijzonders gebeurd. Net als het jaar daarvoor kabbelden dagen na nachten door tot de weken om waren, daarna de maanden en loopt het nu ten einde.

2016 was een Jaar van de Aap, tevens mijn teken in de Chinese dierenriem. Vandaar het gemak waarmee ik de tijd doorkwam?

Overmorgen begint het Jaar van de Haan. Het zegt me niet veel goeds, wat moet je met zo’n beest? De haan die we vroeger hadden maakte me doodsbenauwd met zijn machts- en wellust, als een kip zonder kop betrad hij alle vrouwen, zin of niet.
Mijn man was een Hond, die luisterde tenminste en rende ook niet achter alle kippetjes aan.
Aan voornemens doe ik niet meer, dat was een eenmalig voornemen en bevalt me.
Nog eenmaal neem ik een warme douche, misschien kook ik nog een keertje of bak patat, dat ligt aan de trek die men heeft. Er staat een voorraadje bier, wijn en eterijtjes klaar. Rustig zittend -of hangend-  sturen we het oude jaar de laan uit. Vroeger groots feestend, later knus met zijn tweetjes, nu met een paar anderen.
Zo gaat dat.
En dan nu de eerste stappen naar het einde.
Tot volgend jaar!

Dierengelach?

Een overbuurvrouw liet haar hond uit, een jolig beest met veel ras. Ik aaide hem en tilde een voorpoot op om eronder te krabbelen. Hij hapte naar me. ‘Huh?’ Buurtvrouw snapte er niets van.
‘Even kijken of hij tegen kietelen kan,’ legde ik uit. Ze kon er niet om lachen.
Buurkat liep langs.
‘Kom hier dat ik je kietel,’ riep ik Hij keek me aan, van boven naar beneden en terug  en verdween onder de struiken. Misprijzend.
Er blaften en keften een paar dwerghondjes, verderop in de buurt, die zou ik vast wel stil krijgen. Ik nam ze op schoot en kietelde ze onder de voeten, onder de voorpoten en kneep ze in de buik. Ze worstelden zich los en huilden nog veel harder.
Het viel me tegen.
Na het lezen van /kietelen-voor-de-wetenschap/   dacht ik de dierenvriend uit te hangen,  de meeste honden zijn immers aanhalig en sommige katten ook.
In plaats daarvan  steken ze de straat over als ze me zien.

Later word ik…


Toneelspeelster, dat wilde ik worden.
Uiteraard hield ik het geheim voor er weer gebemoeid werd. En geplaagd.
Uren bracht ik door voor de spiegel want ik zag mezelf als  karakterspeelster en probeerde alle eigenschappen uit die ik me kon indenken, van baby-blijheid tot bejaardenverdriet. Zelfs de hond en kat werden gepeild om me hun gevoelens eigen te maken. Leek me niet moeilijk, de hond keek altijd lief en de kat was doorlopend lui of hongerig.
Alleen de konijnen en kippen toonden niets interessants.
Zo oefende ik alle vrije ogenblikken, stond links- dan wel rechtsom geposteerd, loerde vanuit ooghoeken met vuile blikken (moordenaarsziel!), imiteerde een deftige mevrouw uit het dorp,  had zogenaamd groot verdriet.
Lastig was dat het stiekem moest, er was maar één grote spiegel in huis en die hing in de keuken. Uiteraard werd ik af en toe betrapt. Dan verzon ik gauw: ik doe tante T. na, of ome J. en zette schele ogen op.
Er werd gelachen. ‘Wat heeft zij nou weer?’ want het jongste meisje werd  nooit serieus genomen. Bovendien had ik altijd wàt (dat zeiden zìj).
Natuurlijk ging het over, dat doen grillen meestal.
Pas later kon ik mijn acteurskunsten demonstreren. Met veel plezier.
Je moet wel bij het krijgen van schattige tekeningetjes en aangeklede wcrolletjes.

Over schrijven

Net voor afsluiting kwam ik dit oude schema tegen van wat een verhaal  moest worden.
Een zinloze constructie, zo te zien ☺
Tja, je moet alles leren. Ook schrijven.
1. 1.  Nieuwe opzet; helaas…

2 2 ..haar geest was leeg doordat ze stierf.

3  3. Zoon nam het over maar wist ook niks.

4 4.   Hond schudde alvast van ‘nee’. ..

    5    liet niks los…

    6.   blauwtje

    7    .. bij buurteef

    8        zoon keek naar schildpad

    9         traag beest

    10       waardeloze inspiratie…

Gallige start

Opstaan met verkeerd been,  bons!   Ik bind  het aan, breekt de riem.
Goedemorgen.
In de badkamer draai ik de verkeerde kraan open. Met de rechterhaak smeer ik brandzalf op de linkerhand.
De hond rent op me af, ‘Dag beestje, heb je honger?’ Hij springt schouderhoog voor een stevige lik,  wat? donker? tssss,  hij heeft het goede oog geraakt en het glazen ziet niets, halleluja.
Nu ben ik pas goed wakker. Tastend vind ik de kraan en spoel. Ik heb weer licht.
Dan…   voordeur wordt ingeslagen,  brandweer grijpt me, paniek, ik word naar buiten gezwierd,  schreeuw ‘watsandehand’. Iemand wijst naar de bovenramen.
Staan de buren in brand en ik heb niks gehoord, batterijen zijn leeg.

Kunstbeen, haak, glasoog en hoortoestel  gooi ik resoluut in de vlammen.
Ik heb er alleen maar last van.

Ergernisjes


Ligstoel neergeklapt, bak met camera/gsm/telefoon/tablet op kruk ernaast, boek, zonneklep.
Ik lag lekker maar het gras wuifde zo hoog. Eerst maar even maaien.
Herinstallatie. Luie positie zoekend viel me het te uitbundige onkruid op. Hm, eerst maar even wieden.
Re-herinstallatie; kreun, hmmmm heerlijk. Maar die ramen van de schuur, met al die webben… eerst maar even ragen.
Her-re-installatieinstallatie.  Vastbesloten. Ogen dicht. O zalige zon zo warm ik geniet en droom eindelijk weg. —– Hond slaat aan, ergens, hysterische keffer antwoordt, ik schrik me lam en zoek het geweer. Eerst maar effe schieten.

Hond


Er kwam me een oude foto onder ogen van een van de vroegere honden. Ze zat half in de sneeuw, de rest tussen het geboomte.  De foto is te slecht om af te beelden.
Het was een spaniel die we kochten in een kennel waarvan de eigenaar vertelde dat het een prima dier was, trouw tot op het bot, een lieve teef, zindelijk, kortom, een hondenwonder.
Toen man er mee thuis kwam schoot het mirakel onmiddellijk onder een kast en bleef daar liggen tot we haar met worst en kaas naar buiten wisten te krijgen; daar verdween ze onder de coniferen.
Een bangelijk beest, begrepen we. We zouden ons best doen voor de arme meid.
Het lukte ons haar binnen te krijgen, en weer naar buiten, en weer en weer, geplaagd door een storend probleem: ze was omgekeerd zindelijk. Uren liepen we met haar rond, bossen in en uit, we doorkruisten zo’n beetje de complete Peel en wat denk je? Ze deed alleen de keutels maar liet geen druppel los tot ze binnen was. Daar loosde ze alle opgespaarde wateren
Na een eindeloze plas die ons bijna deed verdrinken waren onze goede voornemens verschrompeld en bracht echtgenoot haar terug.
Hij nam een nieuw exemplaar mee terug maar dat is een ander verhaal.
Eerst moest het huis droog.