pasfoto

tuinmeisje

Een stapeltje vroegere pasfoto’s lag voor me op tafel.  Best aardig om de leeftijdsveranderingen te volgen  al had ik de achteruitgang liever andersom gezien.
Echtgenoot keek mee. Hij wees op de eerste. ‘Toen vrijden we nog, ik liet je aan iedereen zien. Je straalde.’
Hm. Tja. Daar was ik 19.
En me niet eens bewust van uitstraling.

Dit werd allemaal opgeroepen door de vraag van iemand een foto van mezelf te plaatsen. Dat doe ik niet maar die van 19 durfde ik wel aan, niemand zou me herkennen.
Helaas kan ik het fotootje niet vinden.
Intussen diepte ik een ander bloemig portret op van latere jaren.
Daar sta ik heel natuurlijk op, al zeg ik het zelf.
En ook hierin zal niemand me herkennen.
tuinbloem26a0133f071a567970b0133f1f19278970b-320wi - kopie
==
fobieën

Kort stukje over fobiën

Je kunt ze beter niet allemaal kennen.
Voor je het weet ga je ze herkennen.
Toen ik de  lijst voor het eerst zag verbeeldde ik me de meeste ervan te hebben of minstens de helft.
Vergelijk het met een medicijnenbijsluiter. Lees en krijg alle bijwerkingen, je wilt niet weten hoe lastig dat is.
De fobieën waaraan ik lijd (groot woord) ga ik hier natuurlijk niet uit de doeken doen, met een rits oudere broers en zussen leer je dat snel af.
Op één fobietje na dat geen geheim is.
Een komische angst leek die van een broertje dat in een vroeg tienerjaar last had van douchevrees,  tegelijkertijd van wastafel- en keukenkraanvreees:  hij weigerde zich te wassen. Hij zwom liever, bij voorkeur in de Maas. Nou ja, ieder zijn meug. Wie weet was hij door een akelig kraanbeest lastig gevallen, weten wij veel.
Bekend zijn fobieën die in onze gebieden niet te verklaren zijn en worden aangeduid als oer-angst, refererend aan een oergeheugen.
Denk aan krokodillen, reuzenslangen, grote leguanen, geheimzinnige moerassen om een paar voorbeelden te noemen. Daar heb ik een andere mening over maar ben geen deskundige en ze vragen me nooit wat.
Je vraagt je wel eens af: hoe komt iemand aan een fobie.
Tja, dat is voer voor psyche-wroeters. Nogal wat mensen voelen zich ter zake kundig en leggen het haarfijn uit.
Betere vraag is: hoe komt iemand er van af.
Dat schijnt moeilijker te zijn.
Een huisarts zal verwijzen naar de juiste hulpverlener  en er het beste van hopen. Hij/zij weet ook niet wat er tegen helpt.
Ook niet tegen die ene van mij.
==
mezelf

U bent…?

Vanmorgen maakte ik het weer mee, iemand lachte naar me en ik wist niet wie het was, hij kwam me hooguit bekend voor.
Ik keek hem vragend aan, hij haalde zijn schouders op en liep door. Ik erachteraan, het zal me niet weer gebeuren dat ik voor verwaand versleten wordt, dacht ik.
‘Sorry hoor, ik kan er niets aan doen, ik heb een slecht geheugen voor gezichten.’
Hij stopte, legde uit wie hij was en ik wist het weer. ‘O jaaaa….’

Het is een rare eigenschap, enkele gezichten onthoud ik wel maar de meeste pas nadat ik ze ettelijke malen gezien heb. Ik dacht dat het vaker voorkwam, toch word ik er soms op aangesproken.
Van de gezinsfoto’s zijn er verschillende waar ik ook opsta, daar herken ik me niet in. Ze hebben het me moeten aanwijzen..
Als kind keek in alle winkelruiten hetgeen voor ijdelheid werd aangezien maar louter nieuwsgierigheid was naar mezelf, dat was telkens een verrassing.  Niet altijd een blije :-/ Bovendien zei ik het liever niet hardop, bang dat het gek was.
Over de schoolfoto’s zei ik ook nooit wat. Ik zag de kleren die ik aanhad en herkende broer. Het was duidelijk wie het meisje was. Blijkbaar had ik de meeste moeite met mezelf. (Nee, aan Freud doe ik niet).

Het is niet ernstig,  niet zo erg als de echte Prosopagnosie
In de spiegel zie ik meestal wie ik ben, eigen man en kinderen herken ik uit duizenden en familie herken ik zodra ik ze zie, dus dat valt wel mee.
Dat het hoogstens een rare indruk maakt zag ik toen ik thuiskwam en bij de nieuwe buren -met wie ik vorige week had kennisgemaakt- een jonge man op het tuinpad zag staan.
‘Goedemiddag, hoort U ook bij de nieuwelingen… oh, je bent de buurman zèlf… ik zie het al. Sorry.’
Hij lachte maar wat.