kip

Kippensoep

Voorstellingsvermogen, vaak een handige eigenschap. Niet altijd, het beeld kan met je op de loop gaan.
Vanmiddag viel het verkeerd uit.
Na een uurtje soezen in de zon  was het etenstijd en ik warmde een portie kippensoep op. Vers uit de diepvries. Jammie, dacht ik nog.
Het was lekker maar na een paar happen zag ik kippen voor mijn geestesoog, blijkbaar had het soesuurtje iets verkeerds geplant in mijn geest.
Ik zag pa die koppen afhakte, met tegenzin maar hij moest. Geplukte kippen aan voorbijglijdende haken in de slachterijen, monkelende kippen pikkend in zwarte grond en het ergste was de herinnering aan een dikke oude blauwzwarte kip die af en toe binnen kwam lopen en ons kende. Dachten we. Hoopten we.
Ze keek ons uilachtig aan, liet een flats vallen en vertrok weer.

De soep gooide ik weg.
-=

zwavel

Zwavel


Mijn moeder had zo haar eigen ideeën.
Waar ze het volgende vandaan haalde weten we niet.

Om een wit wollen vest mooi te houden hing ze het kledingstuk in de buiten-w.c., stak een soort stokje(steen?klont?) aan dat een dikke gelige rook verspreidde, deed de deur goed dicht en liet het daar een tijdje hangen, ik weet niet meer hoe lang.
Het was zwavel  en stonk verschrikkelijk.
Na een poos deed ze de deur open, de rook vervloog en het kledingstuk  ging nog even aan de waslijn, denkelijk om de geur kwijt te raken.
Feit is dat het vest mooi wit bleef.
Maar de relatie met zwavel? Ik kan er niets over vinden, wel andere toepassingen als het uitroken van wespennesten en meer. Voer voor chemici?
Zie    https://nl.wikipedia.org/wiki/Zwavel

Om deze herinnering te checken (ik was tenslotte nog klein) vroeg ik het aan een paar oudere zussen. Zij wisten het nog.
Iemand meende dat het iets van vroeger was.
De link naar het withouden van wol is ook hun onduidelijk,  ze moet in een vorig leven alchemist zijn geweest.
Of zou voor een heks zijn aangezien.
=

maan·vervolgverhaal

Maan 2

Ik dwaal door vreemde straten, vereenzaamd en verongelijkt.
Waar? Waarnaartoe? Geen idee. Droom ik? Ook dat weet ik niet.
Moedeloosheid overvalt me met tranen van onmacht.
Waarom?
Eensklaps begint het in me te wringen, iets herkenbaars bereikt me.
Een geur of is het herinnering?
Wat nadert me? Langzaam, langzaam, het sluipt,  ik roep en roep.
==

warm

We komen de week wel door

Zin of geen zin, een paar extra boodschappen zijn nodig voor de komende dagen. Je wilt liever niet de straat op als het heet is.
Het is een afwegen van wat je moet nemen behalve de gewoonlijke etenswaren.
Doos ijsjes? Toetjes invriezen? Fruitsnoepjes maken? Toch maar niet, je loopt het er nu niet af.
Limo’s? IJsthee? Biertjes? Prosecco? Wijn? Hm, een kleine voorraad is misschien handig.
Terwijl ik kies en koop denk ik aan de tijd waarin we elk dubbeltje moesten omdraaien. Kinderijsjes, snoepjes, limonadesiroop en een paar potjes bier waren de enige luxe en dan moest ik het precies uitkienen want er hoorde ook een pakje shag of sigaretten bij. Meer konden we ons niet permitteren.
Zo ging dat.
Besef van het huidige gemak drong tot me door, de verzuurde stemming verbeterde. Dergelijke herinneringen zijn soms niet zo slecht.
=

planten

Reclameplantjes en herinnering.


Van een vriendin kreeg ik een paar reclamezakjes met grond en kruidenzaden, ik geloof dat de Jumbo ze uitgeeft. Veel hoop had ik er niet op.
En kijk, na veertien dagen zijn het heuse planten geworden, bijna groot genoeg om in de volle grond te zetten. Misschien ga ik ze nog opeten ook.

Bij het verzorgen dacht ik terug aan de dingen die ik zelf uitprobeerde in de achtertuin. Toen ik nog heel erg jong  was, en onnozel erbij.
Vers wilde ik, wortels, radijs, sperciebonen, verschillende bedjes maakte ik en keek driemaal daags dag of er al iets te eten viel. Want het ging me niet alleen om vers, vooral ook om klein. Ik houd niet van vingerdikke slabonen en reuzenradijzen, ook tuinbonen zijn jong en klein het lekkerst.
Maar ja, dat wachten…
Ongeduldig had ik na een paar weken een stuk of tien luciferdunne boontjes en worteltjes geplukt en gekookt.
Echtgenoot keek in de pan, hij kwam niet meer bij van het lachen.
Exit de verse-groenten-fase.

Toen kwam het geldboompje.
Steevast vroeg ik er een met mijn verjaardag tot iemand mijn gezeur beu was en me een potplant gaf met centen, dubbeltjes, guldens, alles vastgeplakt met sellotape.
Ontroerd nam ik hem in ontvangst.
Helaas, ondanks water en mest ging hij dood. Het geld bleef over.
Nou ja, je kunt niet àlles hebben.

Dus houd ik me nu bezig met dingen die wèl groeien.