Vooruitkijken, ongeduldig of gewoon dwars


Nu is er een herfstachtig weertje
Ik speur naar een ijs-elijk sfeertje
inwendig reeds kouwelijk
bedenk ik, aanschouwelijk,
een wollige sneeuwstorm, ik zweer’t’je.

We krijgen misschien ook een winter
natuurlijk zie ik dan een flinter
van bloemen en kalfjes
en zonnige zalfjes
en zie de gezichten getinter.

Daarna komt de lente, ‘kvoel hitte
smeer bruinsel tegen het witte,
wacht lijdzaam op juli
drink cool en eet culi-
-gezond en blijf luiig lang zitte.

Zomer. Ik denk aan de stormwind
aan blad dat als goud door de straat sprint
mijn hoofd staat naar misten
en bessen aan risten
niets dat me aan de augustusmaand bindt.
==

Advertenties

Mooi tuinweer

Dat was lekker wakker worden vanmorgen. Het had licht geregend, de lucht was grijzig bewolkt.
De saaiheid doorbroken. Eindelijk.
Opgefleurd vloog ik door het ochtendritueel, nog blijer werd ik toen naderhand een passend zonnetje verscheen, verdween, en nogmaals.
Barstend van energie heb ik bladeren opgeruimd, dood spul weggeknipt, uitgedroogde grond doorgeharkt. Met alle respect voor het rood en goud van de herfst, verfrommeld grauw aan taaie planten is niet altijd een succes, niet in een door mensen aangelegd tussentuintje.
Stengels en takken laat ik staan, die doen het fantastisch onder een laag mollige sneeuw.  Als die komt. Ooit. Hoop ik.
IJverig draafde ik heen en weer met snoeischaar en bezem van schuur naar plant en terug. Als gepensioneerde ben je toch maar een bofkont, dacht ik, je hebt alle tijd van de wereld.

Met koffietijd liep ik naar de keuken en kwam in het spiegelend raam een vrouw tegen die me opgewekt aankeek. We zwaaiden naar elkaar.
Ik schoot in de lach bij dit herkenbare tafereel.
Mijn dag kan niet meer kapot.

Winter in zicht


Vanmorgen liet zich een vlucht ganzen zien en horen. Dat laatste vooral.

Het leek een oefening;  ze vlogen rondjes, niet in V-formatie, bleven minutenlang in hetzelfde gebiedje hangen voordat ze verdwenen..
Met lichte weemoed keek ik omhoog en ze na.
Herfst bezorgt me elk jaar gemengde gevoelens.
Avondmist in de nazomer, de eerste nachtvorst. En nu de ganzen. Winter in het verschiet. Een oeroud liedje, ik weet het.
Het zou in mijn stemming  verschil maken als we konden uitzien naar sneeuw en ijs en barre kou.  Met televisiebeelden van ingesneeuwde opritten en wegglissende fietsen, de kat met een witte rug die bevroren muizen binnenbrengt (sorry voor de dierenvrienden) en dan, na de dag, in de luie stoel te zitten met het vooruitzicht op een ijzige nacht onder een slaperig  dekbed.
Boek en tablet binnen handbereik.
Zo’n winter die ik nu pas waardeer.

Mooi najaar


Vanmiddag liepen we ergens door een winkelstraat, zo maar, genietend van de zachte lucht.
Een verademing te wandelen met de jas open en een licht maar nietstorend motregentje ondergaand, hier en daar een terrastafeltje waaraan niemand zat maar dat toch vriendelijk stond te wezen.
Echt zo’n milde herfstdag die je verzoent met de tijd. Stormen en slagregens komen later, dode takken leven nog.
De betere soort herfst.